Berichtdoor Wilko » 23 mei 2003 14:26
In verband met dit topic en de reacties van allerlei soorten van mensen met hun belevingen erop, het volgende mooie en pastorale stuk:
"Niet zo'n nauwe weg "
Ds. L. Vroegindeweij
Ik hoop, dominee, dat u ons de rechte weg mag wijzen in het nieuwe jaar, maar soms vind ik u wel een beetje somber en streng. Zou het nu echt zo moeilijk zijn om zalig te worden? Worden alleen maar de allerbeste door God gered?
Dat zijn twee vragen, Thomas, die nogal verschillen. De laatste is gemakkelijk te beantwoorden. Er is nooit sprake van de allerbeste, wel van de allerslechtste.
Ja, dat is natuurlijk wel waar, maar is het nu zo nodig om dat slechte zo te gevoelen? Is het in de Heilige Schrift niet zo, dat allerlei mensen worden toegelaten, en dat de Heere Jezus vele vrienden rondom Zich vergadert, zonder al die trappen en kenmerken? In de gelijkenis van de koninklijke bruiloft staat, dat de dienstknechten kwaden en goeden vergaderden.
Zeker, Thomas, maar wat denk jij, dat er met die kwaden gebeurde? Dat kun je vinden in Mattheüs 13:47, 48. Daar lezen we ook, dat de vissers goede en kwade vissen vangen, maar de onbruikbare werpen zij later weg. In Mattheüs 22 is sprake van een man (en hij is een voorbeeld van velen) die geen bruiloftskleed aanhad. Daar is maar één bruiloftskleed in het Koninkrijk der hemelen en dat is: Jezus Christus. Daarom schrijft de apostel Paulus in Romeinen 13: "Maar doet dan aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden."
Ja maar, dominee, als er maar enkelen zijn aan het Heilig Avondmaal en enkelen die zalig worden, zouden deze enkelingen zich niet kunnen gaan verheffen?
Alles kan, Thomas, maar dan komt dat doordat de duivel in hen de overhand heeft gekregen. De Geest des Heeren vernedert alle ware gelovigen zo diep, dat zij ieder voor zich menen de grootste der zondaren te zijn. Dus, m¹n beste vriend, er is geen sprake van een uitverkiezing van de besten.
Ik vrees toch, dominee, dat er bij u maar weinigen zalig worden.
Ik heb er niets over te beslissen, Thomas, doch als je bedoelt, dat er weinigen zichzelf tot de allerslechtste leren rekenen en daarom de Heere Jezus Christus zoeken, dan kan je gelijk hebben.
Was het dan bij de Heiland van zondaren niet ruimer, dominee?
De Zaligmaker, Thomas, heeft dit gezegd: "Want de poort is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt en weinigen zijn er, die dezelven vinden." Is dat niet duidelijk genoeg? Waarom willen velen toch altijd weer zogenaamd ruimer en liefelijker en zachter en barmhartiger zijn dan God Zelf?
Daar staat toch ook van de Heere Jezus, dominee, dat Hij het gekrookte riet niet zal verbreken en de rokende vlaswiek niet zal uitblussen.
Gelukkig dat dit er staat, Thomas, want elk van Gods kinderen leert zich als zo'n gekrookt riet kennen. Maar wat zijn er weinig gekrookte rieten! Want bij zulken is het zalig worden juist onmogelijk geworden. Die zitten op de plek van psalm 130 en psalm 40. Zij kunnen er zelf niets meer aan doen. Zij leven het in, wat de Heere Jezus zegt: "Bij de mensen is het onmogelijk."
Over dit stuk, mijn goede vriend, lopen de opvattingen uiteen. Velen willen een wat ruimer Evangelie. Het moet niet zo onmogelijk zijn aan onze kant, het moet eigenlijk een beetje makkelijk zijn. Wat godsdienst en wat bidden en wat geloven en dan gaat het wel.
Maar blijf nu eens even bij dat beeld van het gekrookte riet. Hoe kan dat nu ooit overeind komen? Jij weet toch zeker wel wat een gekrookt riet is? Dat is toch hulpeloos? Welnu, dat gaat de Heere Jezus weer recht overeind zetten. Want men vergist zich als men meent, dat hier bedoeld wordt: gekrookt laten. Neen, het is een wijze van spreken, die negatief klinkt, doch positief bedoeld is. De Heere Jezus gaat dat gekrookte riet zo maken, alsof het nooit gekrookt is geweest.
Daar zijn wel predikanten, dominee, die zien geen Evangelie meer in dat strenge.
Dat is niets nieuws, Thomas. De Farizeeën zagen ook geen Evangelie in de prediking van de Heere Jezus en het volk evenmin. Zij zeiden: "Deze rede is hard, wie kan dezelve horen!"
Waar zouden toch al die grote verschillen vandaan komen, dominee?
Die komen van de boze, Thomas, van wie staat, dat hij onkruid in de akker Gods zaaide.
En waar komt het volgens u opaan, dominee?
Op het woord van de Heere Jezus: "Den armen wordt het Evangelie verkondigd."
Elk mens is toch van nature arm, dominee?
Volgens Gods Woord niet, Thomas. Ik ontmoet niet vaak een arm mens. De mannen en vrouwen zonder godsdienst zijn al net zo rijk als die mèt godsdienst. Beide groepen danken God, of zichzelf, dat zij niet zijn gelijk andere mensen. Maar de Heere Jezus sprak, en dat gold vooral voor de godsdienstige christenen van Laodicea: gij houdt u voor rijk en verrijkt in uzelf en gij weet niet, dat gij zijt blind, naakt, ellendig, jammerlijk, arm. Daarom moet er aan ieder mens een reeks van wonderen gebeuren.
Daar zijn toch wel vrome mensen, dominee, die niet zo hoog met zichzelf weglopen, en die zich stoten aan anderen, die zo hoog praten.
Dezulken willen er meest met hun niet al te strenge vroomheid komen, Thomas. Zij voelen zich in hun eigenwillige godsdienst bedreigd en nu gaan ze zich verdedigen. Maar het is de echte armoede niet. De echte armoede is een gave Gods.
Moet dan bij ieder mens eerst een ontlediging plaats- vinden, dominee?
Je kunt gerust zeggen, Thomas: een ontmaskering. Hoogmoed was de paradijszonde en hoogmoedig gaat ieder mens over de wereld. Hij wìl zich niet tot God bekeren en kàn zich niet tot God bekeren. Gods eerste werk aan Zijn uitverkorenen is daarom altijd om te ontbloten en uit te schudden, te ontledigen en arm te maken.
Waarin bestaat dan die armoede, dominee?
In een openleggen van de schuld, Thomas. God laat zien hoe deze mens schuldig staat aan al Zijn geboden.
Weet hij dat de eerste dag al, dominee?
Welneen, Thomas, daar komt hij in de loop van de tijd achter. Daar staat: "Ik zal ze lokken." Velen worden uit de wereld weggelokt. Doch allen moeten hun schuld leren kennen, want hoe zou het anders ooit een vlak veld tussen hen en God kunnen worden? Het is zo terecht gezegd door één der ouden: "Ik zou verloren gaan, als ik niet verloren gegaan was."
Maar als God genade bewezen heeft aan de mens, dan gaat hij toch goede werken doen, dominee?
Dat leert Rome, Thomas. De oude Thomas van Aquino had dit schema: God begint. Hij laat het Woord prediken, beweegt de ziel, deelt een goed voornemen mee. Nu komt het op de mens aan. Zegt hij neen, dan gebeurt er niets. Zegt hij ja, dan zoekt hij de genade en dan is God zo goed ze te geven.
De Almachtige stort dan heiligmakende genade in de mens. Door deze ingestorte genade kan de mens gaan verdienen. Als hij iets verdiend heeft, geeft God hem nog meer ingestorte genade en zo gaat het door. Maar als God een mens echt komt bekeren, leert de Heere deze mens, dat hij op geen enkele manier iets kan verdienen. Hij leert van zijn beste werken: gebeden, verandering van kleding, lezen van goede boeken, hulp aan de behoeftigen, dat zij uit een onrein hart voortkomen en niet in een ingestorte genade wortelen.
Maar zo'n mens verandert toch een stuk, dominee!
Zeker, Thomas, doch hij vernieuwt zichzelf niet. En voorts komt nu de wet Gods met kracht opzetten. Die wet leert hem, dat de Heere niet vraagt naar goede wil of pogingen of begeerten of voornemens, maar dat 's Heeren wet een volmaakt mens eist.
Dus ieder mens leert zijn eigen zonden kennen, dominee?
Hij leert ook dit, Thomas: hij leert de eerste zonde van Adam ook nog als zijn eigen zonde kennen, omdat zij hem toegerekend is.
Eigenlijk weten toch alle meelevende kerkelijke mannen en vrouwen, dominee, dat zij schuldig staan en dat zij erfzonde en dadelijke zonde hebben en dat zij de wet Gods geheel moeten houden?
Misschien, Thomas, weten zij het met enig begrip als zij een goede catechisatie of prediking hebben, maar verder raakt het hen niet. Doch als de Heere een mens bekeert, laat God hem de dingen duidelijk in zijn verstand zien en met zijn hart gevoelen. God bepaalt de gedachten erbij. Hij doet hun de schuld en zonden levendig zien met smart en aandoening. Daarom ware het zo te wensen voor alle gelovigen, voor alle ouderlingen en predikanten, dat zij door de Heilige Geest aan hun diepe val ontdekt zijn. Vele ouderlingen en predikanten kunnen mensen, die over zichzelf klagen, niet begrijpen, omdat zij zelf nooit in nood zijn geweest. Op hen is het nog toepasselijk: gij weet niet, dat ge zijt jammerlijk, ellendig, arm, blind en naakt.
Dat kan toch zo niet blijven, dominee?
Zeker niet, Thomas, en daarom hoop ik, dat jij de armen en ellendigen maar recht verstaan mag, dat je niet zult pleisteren met loze kalk en dat je maar mag helpen om alle eigenwillige godsdienst te ontmaskeren, opdat Gods arm en ellendig volk alleen in Christus een toevlucht vinde.