lindita schreef:sweap schreef:wat bedoel je met je eerste zin?
De hhk kon dit verwachten, de goederen horen nu eenmaal bij de PKN.
Het is wel zuur als je je hele leven geld aan de kerk gegeven hebt, voor de zending maar ook voor het jeugdwerk, het kerkgebouw... en ineens word tegen je gezegd dat je voor de 'verkeerde' kerk hebt gekozen en je kerkgebouw uitmoet en dat je weer kunt gaan betalen, terwijl de andere partij lekker deels teert op jouw geld...!!!
Met een beetje inlevingsvermogen moet je dat kunnen begrijpen, lijkt mij.
Het was sowieso een betere oplossing geweest als geld en goed eerlijk waren verdeeld. Iedereen heeft eraan betaald, en nu heeft een aanzienlijk deel van de mensen niks meer, terwijl ze hun hele leven betaald hebben.
Daar heb je helemaal gelijk in, een eerlijke verdeling zou mijns inziens veel beter geweest zijn.
Echter, wie de geschiedenis van de Nederlandse Hervormde Kerk een beetje kent, weet dat dit nooit zo gegaan is. Bij de scheuringen in de 19e eeuw (1834 en 1886) stonden de afgescheidenen ook met lege handen en hield de NHK alle bezittingen vanwege juridische gronden. Met de vorming van de PKN is het niet anders.
Daarom vind ik het nogal vreemd dat de voormannen van de HHK geen rekening gehouden hebben met de geschiedenis als het gaat om de vraag aan wie de bezittingen toekomen. In de aanloop naar de scheuring werd door hen gesteld dat de bezittingen aan de hersteld hervormden toe zouden komen, terwijl iemand die de geschiedenis en de juridische werkelijkheid een beetje kende, had kunnen weten dat de bezittingen aan de PKN toe zouden vallen. De hersteld hervormden overkomt nu wat de afgescheidenen in de 19e eeuw ook is overkomen (N.B. ik kom zelf oorspronkelijk uit een afgescheiden nest, dus ik voel met de hersteld hervormden mee op dit punt). Het is zuur, maar geen verrassing.
Overigens vond ik onderstaand bericht in het RD weer wel positief:
PUTTEN - De Bond van Nederlandse Hervormde Vrouwenverenigingen op gereformeerde grondslag heeft dinsdag op zijn huishoudelijke vergadering besloten tot een naams- en een statutenwijziging. De naam luidt nu: Bond van Hervormde Vrouwenverenigingen op gereformeerde grondslag. Dat deelde het bestuur na afloop van de vergadering in de Aker in Putten desgevraagd mee. De statutenwijziging werd aangenomen met de vereiste tweederde meerderheid van de aanwezige afgevaardigden van de plaatselijke vrouwenverenigingen.
.
Volgens de voorzitter van de bond, mevrouw M. H. Guijt-Guijt, heeft het bestuur als uitgangspunt van het voorstel artikel 2 van de statuten genomen. „Daar staat dat het doel van de bond is het leven en werken van de aangesloten verenigingen vorm en inhoud te geven en de onderlinge eenheid te bevorderen. Omdat dat ons doel is, kunnen wij geen beslissingen nemen die leden uitsluiten.”
.
Zij wijst erop dat de bond zijn naam en de statuten moest wijzigen nadat de Nederlandse Hervormde Kerk op 1 mei 2004 opging in de Protestantse Kerk. „In de oude statuten werd gesteld dat bestuursleden van onze verenigingen belijdend lid moeten zijn van de Nederlandse Hervormde Kerk. Omdat die kerk is opgegaan in de PKN, moesten we een andere formulering kiezen. Om niemand uit te sluiten en om niemand van ons te vervreemden, hebben we nu gekozen voor de formulering dat „bestuursleden van de vereniging schriftelijk dienen in te stemmen met de grondslag en het doel van de bond.” Die grondslag is Gods onfeilbaar Woord, opgevat naar de Drie Formulieren van Enigheid, zoals deze door de Dordtse synode zijn vastgesteld.”
.
De statutenwijziging betekent dat in principe ook vrouwenverenigingen in gemeenten van de Hersteld Hervormde Kerk zich bij de bond kunnen aansluiten. „Of dat gaat gebeuren, weten we niet”, aldus mevrouw Guijt. „Onze inzet is geweest om de eenheid binnen de vrouwenverenigingen te bewaren, waar dat kan. Leden die na 1 mei 2004 geen lid meer kunnen zijn van een hervormde gemeente in de PKN willen we niet van ons vervreemden. Dat kunnen we niet, dat mogen we niet. Ik heb vanmorgen in de vergadering gezegd dat we met dit besluit een getuigenis willen geven. Noem het een appèl tot eenheid.”
.
Mevrouw M. H. Wassinkmaat-van Strien, tweede voorzitter van de bond, wijst op het logo van de vereniging. „Daar zien we vrouwen die samenkomen rond het geopende Woord. Onze vrouwenverenigingen moeten een plaats zijn waar dat gebeurt. Eenheid rond het Woord. Want juist daar moet je toch één kunnen zijn? Daarom konden we niet anders dan dit besluit nemen. We willen niet tegen leden die na 1 mei 2004 een andere kerkelijke weg zijn gegaan, zeggen: Bij ons is voor jullie geen plaats meer. We moesten komen tot een aanpassing van onze statuten en we hebben voorgesteld dat te doen op een manier die niemand uitsluit. Dat voorstel is door de vergadering overgenomen.”
.
Secretaris mevrouw E. Muller-Sloof stelt dat de weg van de eenheid voor de bond niet de gemakkelijkste weg is. „Maar we konden niet anders. Zou het in deze tijd niet hard nodig zijn om te zoeken naar eenheid? Te midden van alle verdeeldheid en verwarring willen we als vrouwen niet ook nog uit elkaar gaan. We zoeken naar wat ons bindt en dat is Gods Woord en de hervormd-gereformeerde grondslag.”
.
„De zorg voor alle leden die bij onze bond zijn aangesloten, die ging ons aan het hart, en vandaar dit besluit. Wij sluiten niemand uit, wij willen niemand van ons vervreemden”, vult mevrouw Wassinkmaat aan.
.
De Bond van Hervormde Vrouwenverenigingen op gereformeerde grondslag telt bijna 11.000 leden. Het aantal aangesloten verenigingen stond zowel in 2004 als in 2005 op 305.
Laat de woorden van mijn mond en de overdenking van mijn hart welgevallig zijn voor Uw aangezicht, HEERE, mijn rots en mijn Verlosser! (Ps. 19:15)