In Leviticus 24:10-23 lezen we een aangrijpende geschiedenis. Een zoon van een Israëlitische vrouw, die tevens de zoon van een Egyptische man was, raakte met een Israëlitische man in conflict, waarbij de desbetreffende zoon de Naam des HEREN lasterde. Op Gods bevel moest hij gestenigd worden. In Leviticus 24:16 komt een wet naar voren: degene die de Naam des HEREN gelasterd heeft, moet gestenigd worden.
Leviticus 24:16
Wie de Naam des HEREN lastert, zal zeker ter dood gebracht worden: de gehele vergadering zal hem stenigen: zowel een vreemdeling als een geboren Israëliet, zal, wanneer hij de Naam lastert, ter dood gebracht worden. (NBG'51)
Omdat de straf van steniging niet op veel zonden toegepast hoefde te worden, vroeg ik me af hoe erg Godslastering (vanuit Bijbels oogpunt) is. Is deze zonde ook erger dan andere zonden?







