P. Strootman schreef:Hoezo niet? Het gaat toch om ons vléés der zonde, dat voor een íeder volkomen gelijk is. Jood of heiden, man of vrouw enz.enz.
Nee dat denk ik niet, naar mijn idee bedoelt Paulus met 'in het vlees zijn' de oude mens, een afstammeling van David die volgens de Joodse godsdienst leefde en niks van Jezus en het nieuwe verbond wilde weten.
Gal 1,13-14 Want gij hebt mijn wandel gehoord, die eertijds in het Jodendom was, dat ik uitnemend zeer de gemeente Gods vervolgde, en haar verwoestte; En dat ik in het Jodendom toenam boven velen van mijn ouderdom in mijn geslacht, zijnde overvloedig ijverig voor mijn vaderlijke inzettingen.
Ef 4,22Te weten dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, de oude mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding
Apostel Paulus leert ons ook dat er door de wet kennis van zonde is (Rom 3,20) en dat iemand die zichzelf een Jood noemt (Rom 2,17) op diezelfde wet vertrouwt. Dat is weer een duidelijke link. Ook zien we dat Jezus onder de Joodse wet was (Gal 4,4) dat Hij afkomstig was van de stam Juda (Heb 7,14) en we belijden dat Christus
in het vlees (1 Joh 4,2) gekomen is.
Beste meneer Strootman, u denkt toch niet dat Johannes bedoelde dat Christus een niet-geestelijke mens
was toen hij schreef dat Jezus in het vlees was geweest? Dat is echter wel de conclusie die gepaard gaat met de stelling, dat
in het vlees zijn betekent alle niet-geestelijke mensen die Christus verwerpen van alle rassen en alle tijden. Dan zouden er vele volken 'naar het vlees' zijn en gedoemd om te sterven. Daarom ben ik van mening dat 'het vlees' specifiek naar de Joden verwijst en baseer mijn stelling onder andere op de volgende versen.
'Daar dan Christus voor ons
in het vlees geleden heeft....' (1 Pet 4,1)
'...die een schoon gelaat willen tonen
naar het vlees, die noodzaken u besneden te worden...' (Gal 6,12)
'Dat is, niet de kinderen van
het vlees, die zijn kinderen Gods; maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend.' (Rom 9,8)
'Maar gene, die uit de
dienstmaagd was, is
naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis; Hetwelk dingen zijn, die andere betekenis hebben; want deze zijn de twee verbonden; het ene van de berg Sinaï, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar; Want dit, namelijk Agar, is Sinaï, een berg in Arabië, en komt overeen met
Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen.' (Gal 4,23-25)
'Gij
dienstknechten*, weest gehoorzaam aan uw heren
naar het vlees....(Ef 6,5)'
Naar mijn idee blijkt uit bovenstaande verzen luid en duidelijk wie er met
het vlees bedoeld worden in de Bijbel en dat waren niet de ongelovigen van alle rassen en tijden, maar afstammelingen van Juda (uit de eerste eeuw) die onder het oude verbond waren. Let ook op de aanduiding
dienstknechten, want daarover zei Jezus iets van groot belang tegen zijn Joodse discipelen die door hun geloof in de ware God geen dienstknechten meer waren, maar uitverkoren werden (om het evangelie te verkondigen) en vanaf toen hoorden bij het vrije (Gal 4,28-31) huis Israël (waarin immers Jood noch Griek is, zie: Rom 10,12+Gal 3,28):
Joh 15,15 Ik noem u
niet meer dienstknechten; want de dienstknecht weet niet, wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd; want al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekend gemaakt.
*
Christenen uit de eerste eeuw welke van nature van Juda afkomstig waren en om te voorzien in hun levensonderhoud te maken hadden met de uitwassen van het Jodendom en de wet.