DeDwaler schreef:We hadden het over de zonde en de gevolgen daarvan, Neon. Door die toestand is het, voor wat het willen en werken van de mens betreft, inderdaad een verloren zaak. De mens kan zijn eigen natuur niet veranderen of zich ontdoen van de zonde.
De mens is blind, maakt onderscheid tussen hemzelf en anderen, zoekt de eigen eer en jaagt de eigen gerechtigheid na. Alles wat de natuurlijke mens doet is besmet (bevlekt) met de zonde. Zelfs het goede in de mens is slecht, omdat het niet volmaakt goed is. Alles wat niet volmaakt is, is slecht, onrein.
"
Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is."
Romeinen 7:23Dat alles betekent niet dat er geen redding voor de mens mogelijk is. Dat schrijft Paulus ook:
"
Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere."
Romeinen 7:23-25God redt mensen uit Zijn genade:
"
En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden; In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid; Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;
Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden), En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus; Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen."
Efeziërs 2:1-10Zoals je kunt lezen: we zijn van nature dood, ongehoorzaam, kinderen van de toorn van God, die de gedachten en begeerte van het vlees doen en de boze volgen.
De mens moet worden levend gemaakt. Dat leven geeft God ons uit Zijn liefdevolle genade en niet om iets in ons. De reden dat het genade (om niet) is en het niet van het willen of werken van de mens afhangt, is zodat de mens zich, voor wat zijn zaligheid betreft, nergens op kan beroemen, maar God alle eer krijgt. Dat is het doel van de schepping: Gods eer, heerlijkheid en glorie.
Wat is goed? De Waarheid is goed. God is goed en dat weten we, omdat wij slecht zijn. Als dan de Waarheid klinkt dan geloven we dat niet, omdat we denken dat wij wel goed (genoeg) zijn, in elk geval beter dan de andere mensen. We haten het Licht en wat het laat zien in ons. God ziet ons hart en kent onze gedachten.
"
Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!"
Mattheüs 7:11Hoe zouden we God om goede gaven bidden, als we niet aannemen (geloven) wat Hij zegt?
Wie maakt wie heilig? God doet de mens wederom geboren worden (bovennatuurlijke gebeurtenis) en wordt door Gods Geest in de Heere Jezus geplaatst. De oude mens is dan afgebroken en een nieuwe schepping geworden. Dat alles dankzij de genade van God, de komst, het offer en het werk van de Heere Jezus.
"
Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan. Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.
Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is."
Johannes 3:5-8Als het aan de mens ligt wordt het er nooit beter op, ja. Het is God Die het kwaad (in ons en in de wereld) beteugelt en overwint, door Zijn genade, door Zijn Woord en door Zijn hand. Voor God alleen is alle eer en glorie.
Dank voor je uitgebreide reactie.
Je schreef; ''De mens moet worden levend gemaakt. Dat leven geeft God ons uit Zijn liefdevolle genade en niet om iets in ons. De reden dat het genade (om niet) is en het niet van het willen of werken van de mens afhangt, is zodat de mens zich, voor wat zijn zaligheid betreft, nergens op kan beroemen, maar God alle eer krijgt. Dat is het doel van de schepping: Gods eer, heerlijkheid en glorie.''
Je kunt je afvragen; wat wordt er opgewekt in de mens dat het ware leven in zich draagt, als het zaad wat alles in zich heeft, maar latent aanwezig.
Je gaf de tekst al; '' En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus; Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.''
Is het de mens van vlees en bloed? Nee, schreef je ook al, dat is het tijdelijke, de gevallen natuur, het vergankelijke; van goed en kwaad, maar in het beste goed zit nog altijd het kwaad, en in het kwaadste kwaad altijd nog iets goed, het kan niet zonder elkaar omdat deze natuur hieruit bestaat.
Hoe of wat kan dit transformeren, levend gemaakt worden uit de dood tot iets werkelijk goeds, het ware goeds, het eeuwige. En je gaf die prachtige teksten erbij waarin dat staat;
''Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.''
En het tot geloof komen, van de Zoon, is de redding van de mens, omdat deze mens zich Hem bewust geworden is in zichzelf; tot inkeer gekomen; God is ook in mij.. door Christus in mij!
Wat Paulus in Rom. 8 als aanhef schrijft;
10 En indien Christus in ulieden is, dan lees ik dat als die bewustwording van de tot geloof gekomen mens; het gaat niet om mij als natuurlijke mens, maar om Hem, de weder-geborene in ons, de gewekte, Zijn maaksel, waarin en waardoor de weg bewandeld wordt tot de Vader.
Waar blijven wij, het natuurlijke, het vergankelijke, de dood dan? Rom.8
11 En indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont.Proces, want;
12 Zo dan, broeders, wij zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven.
13 Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.
14 Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
en
22 Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.
23 En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.
Je schreef;
''Wie maakt wie heilig? God doet de mens wederom geboren worden (bovennatuurlijke gebeurtenis) en wordt door Gods Geest in de Heere Jezus geplaatst. De oude mens is dan afgebroken en een nieuwe schepping geworden. Dat alles dankzij de genade van God, de komst, het offer en het werk van de Heere Jezus.''
Waar is de Heere Jezus (Heere betekent Geest) noodzakelijk voor heiliging anders dan juist in de mens? Joh. 17;
19 En Ik heilige Mijzelven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.
24 Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld.
''opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen,''
Doet mij weer denken aan dat moment van Joh. de Doper die Jezus aan ziet komen, als het moment van de openbaring van de Zoon, de Christus.