Wilsophie schreef:Hoe weet je wat God hun heeft opgedragen? En wat is dat inhoudelijk?
Dat blijkt uit de gaven die God hun gegeven heeft:
1 Kor. 12: 4 Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest.
5 Er is verscheidenheid van bedieningen, en het is dezelfde Heere.
6 Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt.
7 Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander.
8 Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest;
9 en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest;
10 en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen.
11 Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil.
...
28 God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen.
Daarbij is het zo dat in de christelijke gemeente die gaven worden opgemerkt. Daarom wordt bij bijv. een ambtsdragersverkiezing de gemeente ook opgeroepen om namen in te dienen van mensen waarvan ze die gaven opmerken.
Wilsophie schreef:Maar waarom deze mensen in een apart vak moeten zitten of op de eerste rij en de dominee moeten begeleiden als hij binnenkomt begrijp ik absoluut niet.
Daar zijn wel een aantal redenen voor te noemen:
- als uitstraling van eenheid (van degenen die leiding hebben te geven en degene die het Woord verkondigt)
- herkenbaarheid
- als teken van wie de verantwoordelijkheid (in de eerste plaats dan) dragen voor de samenkomst van de gemeente
Je hebt ook gemeenten waar dit niet gebeurt en dat is uiteraard de afweging/keuze van die gemeente.
Laat de woorden van mijn mond en de overdenking van mijn hart welgevallig zijn voor Uw aangezicht, HEERE, mijn rots en mijn Verlosser! (Ps. 19:15)