Goedenavond/nacht,
Daar er al een tijd gediscussieerd wordt over de 'oude' psalmberijming van 1773 (dat er teveel bij verzonnen zou zijn, enzovoort) ben ik van de week eens begonnen Psalm 1 zelf te berijmen, met als doel zo dicht mogelijk bij de volgende drie bronnen te blijven: het Hebreeuws, de Statenvertaling en de Herziene Statenvertaling. Helaas kwam ik er bij vers 1 al achter dat er vrijwel geen ontkomen aan is om dingen weg te laten of toe te voegen, maar mijns inziens heb ik het zo goed mogelijk geprobeerd. Ik hoop natuurlijk op meedenkende lezers die dit interessant vinden en mij kunnen wijzen op eventuele verbeterpunten. Ik ben nog volop aan het sleutelen aan vers 2 en 3 (vers 4 hoop ik volledig in vers 3 te kunnen stoppen), dus ik zal voor nu alleen vers 1 uploaden. Nogmaals: ik verneem graag reactie, al is het louter negatief. Hetgeen groen is gekleurd staat letterlijk in de grondtekst en de twee Bijbelvertalingen, de rode zin is erbij verzonnen voor de rijm, wel heb ik getracht 'm zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de context van het vers. Helaas is 'de man', of 'de mens' hier weggevallen, en het lidwoord 'de' voor 'de weg', maar daar het in het Hebreeuws zonder lidwoord staat, evenals 'zetel', in tegenstelling tot 'de raad' vormt dit geen probleem. Verder komt dit vers vrijwel volledig uit de SV, woorden als lust kunnen evengoed vervangen worden met 'vreugd'' uit de HSV, en voor de rijm heb 'k overdenken vertaald met bezinnen, wat in het Hebreeuws ongeveer dezelfde lading heeft, m.i. in deze context zelfs beter past. Aanpassing van het originele bericht: regel vier zou volgens mij zo beter lopen: "Zij honen God, beschimpen Hem vermetel." Ik ben terughoudend in toevoegen van woorden, maar ben nog wel van mening dat het beter is een woord erbij te dichten dan weg te laten vallen. Groet,
1. Welzalig die niet wandelt in den raad
Der goddelozen, noch op wege staat
Der zondaars, noch zit op der spotters zetel
Zij honen, ja, zij tergen God vermetel.
Maar die zijn lust in ’s HEEREN wette vindt,
En op Zijn wet zich dag en nacht bezint.









