De oecumenische fabel van het Nederlands Dagblad: Hoe een gereformeerde traditie capituleert voor Rome
Bijdrage voor het Refoweb-forum
Door: Een bezorgde kroniekschrijver van de Reformatie
Wie de geschiedenis van de gereformeerde pers in Nederland bestudeert, ontkomt niet aan een zeker gevoel van melancholie bij het omslaan van de huidige pagina’s van het Nederlands Dagblad. De krant die ooit, diep geworteld in de confessionele traditie van de Vrijgemaakte Kerken, fungeerde als een betrouwbaar baken voor Schriftgetrouw denken, lijkt in een postmoderne stroomversnelling te zijn geraakt. Onder de vlag van ‘brede oecumene’ en ‘open dialoog’ voltrekt zich een theologische verschuiving die niet langer genegeerd kan worden. De recente publicaties en video-interviews waarin bekeerlingen zoals Joan Lindhout een kritiekloos podium krijgen om hun overstap naar de Rooms-Katholieke Kerk te rechtvaardigen, vormen hiervan de trieste heraut.
Het probleem is niet dat een krant bericht over kerkverlating of theologische verschuivingen; dat is journalistieke plicht. Het probleem ligt in de methodologie van de verslaggeving. Waar men vroeger apologetische scherpte mocht verwachten, hanteert de redactie vandaag de dag een lankmoedige, haast bewonderende toon jegens de spirituele esthetiek van Rome. Lindhout mag zijn subjectieve claims over de vroege kerkvaders en zijn rammelende ecclesiologie spuien zonder dat hem een strobreed in de weg wordt gelegd.
Het anachronisme als theologische methode
Wanneer Lindhout in de media van het ND zijn narratief deelt, bedient hij zich van een klassieke katholieke apologetische methode: het projecteren van latere dogmatische constructies op de vroege kerk. Hij claimt dat kerkvaders zoals Ignatius van Antiochië (ca. 110 n.Chr.) dwingend getuigen van een rooms-papalistisch systeem. Dat was er nog niet!
Een journalist met theologische bagage had hier direct kritische kanttekeningen moeten plaatsen. Ignatius’ felle verdediging van de eucharistie was immers geen prefiguratie van het dertiende-eeuwse transsubstantiatiedogma, maar een existentiële strijd tegen het Docetisme—een ketterij die ontkende dat Christus überhaupt een fysiek lichaam had. En wanneer Ignatius de kerk in Rome prijst om haar "voorzitterschap in de liefde" (prokathemene tes agapes), zwijgt hij in zijn brief aan de Romeinen paradoxaal genoeg over álle vormen van een monarchaal bisschops- of pausmodel. Rome werd destijds nog bestuurd door een presbyteriële raad.
Het ND kiest er echter voor om deze historische en dogmatische claims niet te toetsen. Men laat de lezer achter met de suggestie dat de Reformatie louter een historisch misverstand was en dat de 'volle waarheid' inderdaad in het Vaticaan te vinden is—een claim die overigens gretig werd bekrachtigd door de ronkende aanbeveling van kardinaal Eijk, die Lindhouts exercitie onterecht vergeleek met de intellectuele diepgang van John Henry Newman.
De capitulatie van de protestantse identiteit
Wat we hier zien gebeuren, is een theologische capitulatie. Het ND weigert de fundamentele breuklijnen van de zestiende eeuw nog serieus te nemen. Het Sola Scriptura en het Sola Gratia worden in het huidige oecumenische klimaat blijkbaar beschouwd als achterhaalde sektarische stokpaardjes, in plaats van de levende fundamenten van de Kerk van alle eeuwen.
Door de rooms-katholieke leer—inclusief haar onbijbelse Maria-dogma's (zoals de Onbevlekte Ontvangenis van 1854 en de Tenhemelopneming van 1950) en haar claims op een onfeilbaar menselijk leergezag—te presenteren als een gelijkwaardig, legitiem 'station' in de christelijke zoektocht, misleidt het ND zijn achterban. Het is het faciliteren van een intellectuele regressie.
Een oproep tot theologische ruggengraat
Als reformatorische christenen mogen we van een christelijk dagblad verwachten dat het de geesten beproeft of zij uit God zijn (1 Johannes 4:1). Dialoog vereist identiteit. Wie geen identiteit meer heeft, voert geen dialoog, maar capituleert.
Het wordt tijd dat het Nederlands Dagblad zich bezint op zijn wortels. De Reformatie was geen overbodige luxe, maar een noodzakelijke terugkeer naar het zuivere Evangelie van Jezus Christus, ontdaan van menselijke hiërarchie en traditievergoding. Laat de krant dán weer een podium aan bieden, in plaats van de rode loper uit te rollen voor de claims van Rome.







