Hedendaagse meditaties

*(Persoonlijk) geloof in het dagelijks leven*
Om te kunnen posten in dit forum is lidmaatschap van een gebruikersgroep (leden Religie-fora) nodig.
Als je instemt met de voorwaarden krijg je direct toegang.
Klik hier voor meer info en het aanvragen van postrecht
(Off topic en niet-serieuze postings worden verwijderd)

Moderators: henkie, elbert, Moderafo's

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2484
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 16 sep 2017 16:00

ER IS MAAR ÉÉN EVANGELIE (1).

VAN OUD NAAR NIEUW

We vervolgen onze serie.
En werkelijk, ik meen het voor de volle 100%...denk toch alsjeblieft goed na over de zaken die u gelooft, voor waar houdt, die u van huis uit meegekregen heeft.
Is wat ik geloof, is dat wat ik in mijn (geloofs)opvoeding heb meegekregen gefundeerd op Gods Woord? Ik mis die houding.
Paulus en Silas komen in Berea.
Ze bezoeken een bijeenkomst van Judeeërs (Joden): zij (de Joden in Berea) ontvangen het woord met alle welwillendheid en wikken-en-wegen dagelijks de Schriften of het zo zou kunnen zijn (Handelingen 17:11).
En er komen Joden en vooraanstaande Griekse mannen en vrouwen tot geloof (:12).
Onderzoek de Schriften.
Niet: wat hebben mijn ouders, mijn opvoeders, mijn kerk, mijn predikanten, de oudvaders mij geleerd? Niet: wat leert de traditie mij? Dat is een totaal verkeerde houding. Déze Joden hoorden Paulus aan en gingen op onderzoek uit of hij naar de Schriften sprak.
En ik zeg jullie: wij zijn geen natuurlijke nazaten van Abraham, Izaak en Jakob. Wij zijn geen Joden. Wij zijn geen Israëlieten. Het verbond met Abraham, met Mozes en met David geldt niemand van ons.
Alle regels en voorschriften in de eerste vijf boeken van Mozes zijn niet aan jou en mij gegeven.
En nee!!! Nadat Israël de Messias heeft afgewezen, vormen gelovigen-uit-de-heidenen NIET een nieuw Israël. Of een 'geestelijk Israël'.
Het aardse verbond met Abraham, Mozes en David is NIET op ons overgegaan. Het is een menselijk verzinsel dat de zuigelingendoop in de plaats van de besnijdenis is gekomen. Je vindt dit nergens in de Schriften. Het staat in het Doopformulier, maar niet in de Schriften. En als dat zó was, waarom dopen we dan jongetjes en meisjes?
En hoe durven we te zeggen, dat onze gedoopte baby's bij Gods verbondsvolk horen? Waarom durven we te zingen uit Psalm 105 't verbond met Abraham, zijn vrind, bevestigt Hij van kind tot kind?
Het verbond van God met Abraham ging over zijn talrijk nageslacht, over dé Nazaat die een zegen voor de hele wereld zal zijn en over een eigen land voor dat volk.
Ons kindje wordt toch geen deel van Israël? Worden er zonden afgewassen? Is ons kindje nu wedergeboren? Behoort ons kindje nu bij Gods verbondsvolk?
Een theoloog heeft beweerd: 'totdat het tegendeel blijkt'.
Er is geen automatisme in de kerk van Christus. Onze kinderen zullen ook tot bekering moeten komen. Tot wedergeboorte. De heilige Geest moeten ontvangen en worden dan pas lid van de gemeente van Christus.
En nee de Thora en de Tien Geboden zijn vanaf de berg Sinaï door God niet tot ons gesproken. God sprak al deze woorden tot hen die Hij uit Egypte had uitgeleid. En ik stem in: het zijn 10 gouden regels. 9 ervan worden herhaald in het Nieuwe Testament.
1 niet: het sabbatsgebod.



ER IS MAAR ÉÉN EVANGELIE (2).


De apostel Paulus heeft de bijzondere roeping om aan de heidenen het evangelie te verkondigen.
Paulus behoorde niet tot de twaalf.
In de plaats van Judas Iskariot werd Matthias verkozen.
Ik zou Paulus de éérste apostel van het nieuwe verbond willen noemen ten behoeve van de volkeren.
Het tijdperk van de Wet is voorbij.
Door Jezus Christus is aan alle voorschriften en eisen van de Wet voldaan. Overal waar Paulus spreekt, komen er altijd orthodoxe Joden die de evangelieverkondiging verhinderen, belemmeren, aanklagen of de jonge gelovigen confronteren met wetsregels. Jullie moeten besneden worden, de spijswetten houden. In de Galatenbrief schrijft Paulus dat hij verbijsterd is dat de gelovigen zo snel het spoor bijster zijn geraakt (1:6). Jullie hebben je laten áfbrengen van de genade van God door een andersoortige prediking (1:6). Maar er is géén ander evangelie (1:7). Al zou er een engel uit de hemel komen, een ander mens die jullie een andere boodschap brengt dan ik u verkondigd heb, dan is die persoon VERVLOEKT (1:8-9).
Dat is een keiharde uitspraak.
En die geldt nu nog!!! Wie het onvervalste Evangelie probeert te bederven met wetseisen die is vervloekt.
Paulus verantwoordt zichzelf in Galaten 1 en 2. Ik ben ook Jood.
Ik was een wetsijveraar. Ik heb de volgelingen van Christus vervolgd.
Door een goddelijke openbaring heeft Christus mij in laten zien dat Hij zich in en door mijn leven wil openbaren.
Wat is de boodschap van Paulus?
Jezus Christus heeft voor jou en mij het oordeel over onze zonden en schuld gedragen aan het kruis van Golgotha. Door Gods kracht is Hij opgestaan. Door dit offer is in principe de wereld met God verzoend. Wij staan niet meer onder de Wet. Zodra iemand tot geloof in Jezus Christus komt, wordt hij of zij verzegeld met de heilige Geest (Efeziërs 1:13-14). En door die inwonende heilige Geest roepen wij: Abba, Vader. Alleen door de heilige Geest kunnen wij Jezus is Heer noemen. Zonder de heilige Geest behoren wij God niet toe (Romeinen 8:11-17). Wij zijn kinderen, zonen en erfgenamen van Christus en van God bestemd om te delen in Gods heerlijkheid (Romeinen 8:18-30).
En niets kan ons van Gods liefde in Christus scheiden (Romeinen 8:31-39).
En nog iets: Ons treft geen veroordeling (Romeinen 8:1-10).
De heilige Geest is in staat gebleken méér te bewerken dan de wet van de zonde en de dood.
Die Wet van Mozes, die Thora met al zijn geboden en verboden confronteerde ons met onze zonden en met de catastrofale gevolgen van de zonden, namelijk de eeuwige dood. De heilige Geest heeft ons van die Wet vrijgemaakt. Christus zelf heeft in zijn lijden, sterven en opstanding alle wetseisen vervuld en komt bovendien wonen in ons leven en helpt ons de zonden te overkomen.
In Romeinen 6:14 staat: 'je staat niet meer onder de Wet, maar onder de genade'.
Het oude verbond begint met de rechtvaardiging DOOR HET GELOOF.
Na de exodus komt DE WET. DOOR DE GEBODEN EN VERBODEN TE GEHOORZAMEN KOM JE IN DE RECHTE VERHOUDING TOT GOD.
En dat werd een mislukking.
Als Gods eigen Zoon niet bereid was geweest om voor ons het lam Gods te zijn en hij het offer van zijn schuldloos leven te brengen op Golgotha was de wereld vergaan.
Aan het Laatste Avondmaal sluit Hij met alle gelovigen in Christus uit Israël en uit de heidenvolken EEN NIEUW VERBOND.
Door mijn zoenoffer zal Ik jullie zonden nooit meer gedenken.
En door de heilige Geest zal God zijn wil in jullie harten schrijven zodat jullie van harte doen wat Hij vraagt.
Het is alles NIEUW geworden.
De heilige Geest doet ons onze zonden kennen en leidt ons in Gods plan.
Het is dus vanaf de kansel niet alleen DE WET.
En ook niet WET en EVANGELIE.
Dát noemde Paulus het ándere evangelie.
Van de kansel komt alléén EVANGELIE.
Niet de Wet overtuigt van zonde, oordeel en gerechtigheid.
In de EVANGELIEPREDIKING komt Gods Geest mee en hij doet het!



VRIJ.


”Voor die vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt; houdt dan stand en laat u niet opnieuw vasthouden onder een juk van knechtschap (dienstbaarheid)" (Galaten 5:1 Herziene Naardense Bijbel 2014).

Wij zijn geen slaven meer!
Door Christus en door Christus alleen ben ik bevrijd van het slavenjuk. Van de eisende Wet.
Van de Wet die ik onmogelijk voor 100% kon houden. Van de aanklachten van Gods tegenstander.
Van de macht van de zonde.
Zelfs van Gods oordeel.
Het slavenjuk is verbroken.
Ik ben vrij van regels en voorschriften van religieuze mensen.
Van: je moet besneden worden, je moet de sabbat houden, je moet 10% van je inkomen geven voor de dienst van de Heer, van voedselvoorschriften, je moet de Joodse feesten vieren, je moet uit dankbaarheid de Wet houden.
Ik ben vrij.
Paulus schrijft nadrukkelijk: Pas op, er zijn altijd gelovigen die jou opnieuw onder dat juk willen terugbrengen. Blijf staan in de vrijheid!!!
Toen ik pas tot de overgave aan Christus was gekomen en ik begon aan mijn studie theologie in Brussel, kwam in de schaarse weekends dat ik bij mijn ouders in Delft logeerde mijn vroegere schoolvriend, toen onderwijzer in Staphorst. Hij zal het nooit lelijk hebben bedoeld. Hij stelde vragen: Je kunt je niet bekeren. Hoe weet je dat je uitverkoren bent. Jij komt uit de gewone Hervormde Kerk en ik uit een Reformatorische Kerk. Waarom heeft God jou dan geroepen als predikant en niet mij.
Tijdens die vrije weekenden ging ik in Delft vaak voor in jeugddiensten. Hij vroeg: Waarover ga je preken. Mag ik jouw aantekeningen zien.
Hij maakte dan talloze opmerkingen waarom die preek niet deugde. Midden in een nacht na zo'n gesprek kreeg ik een verschrikkelijke nachtmerrie. Ik viel in een donker gat en viel en viel en viel kilometers naar beneden in het volledige duister en ik riep: Heer, geef me nu Uw woord. Ik greep mijn bijbeltje van het nachtkastje, opende die bijbel in het donker, knipte toen mijn bedlamp aan en ik las Galaten 5:1.
Dat is voor eens en voor altijd Gods antwoord geweest.
Ik laat mij geen enkel godsdienstig juk opleggen en ook geen juk van de traditie.
Ik neem geen genoegen met kerkelijke gebruiken of kerkelijke tradities.
Niet de zuigelingendoop werd in de vroeg-christelijke kerk al toegepast.
Geen kerkelijke formulieren die vertellen dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen.
Niet dat God met Israël heeft afgerekend. Ik aanvaard de verbondstheologie niet.
De Geestesgaven waren niet alleen voor de vroeg-christelijke kerk.
De doop door onderdompeling is een legitieme doop. En ik verdraag het niet dat 16e eeuwse belijdenisgeschriften gezag hebben boven de bijbel. Elke reformatorische predikant zegt dat dit niet gebeurt. De praktijk leert anders.
Ik heb een groot respect voor de kerkvaders en de Reformatoren.
Maar ze zijn niet onfeilbaar.
Ik vind het onbijbels dat mensen hun hele leven tobben over hun uitverkiezing. Geen geloofszekerheid vinden.
God wil niet dat we pas op ons sterfbed tot bekering komen.
Hij had ons leven willen gebruiken tot verheerlijking van Zijn naam.
Wij zijn bestemd om vrucht te dragen.
Paulus vindt het verschrikkelijk dat onze christelijke kerken lijken op een babycrèche. In 1 Kor.3 zegt hij: Krijgen jullie nu nog steeds melk?
Dragen jullie nou nog steeds luiers?
Ds. Sybrand van Dijk behandelt in zijn gemeente de Hebreeënbrief en leest daar: "gij behoort leraars te zijn" (Hebr. 5:12). Geestelijk volwassen. Dat zijn mensen die in staat zijn te onderscheiden tussen goed en kwaad (Hebr. 5:14).
Maar veel gelovigen laten de dominee en de kerk bepalen wat goed en kwaad is. Wij voeden onze kinderen op tot volwassenheid.
En de kerk behoort dat ook te doen.
Zodat wij zelf een persoonlijk geloofsleven hebben, zelf bidden, zelf bijbel lezen, zelf Gods stem leren verstaan, zelf leren getuigen, zelf iemand tot Christus leiden, zelf jonge christenen kunnen onderwijzen. Zelf onze gaven en talenten leren inzetten in en vanuit de kerk.
Natuurlijk kunnen we niet zonder de gemeenschap der heiligen. Samen onderwezen worden, samen God aanbidden, samen bidden, samen de Maaltijd van de Heer vieren, maar dus ook opgevoed worden tot volwassenheid.



Peter Gerrets.
want wij hebben hier geen blijvende stad
maar zoeken de toekomende

De Heere Jezus zegt;
"Wie in Mij gelooft zal Hét Eeuwige Leven ontvangen"

Gebruikersavatar
Jesaja40
Sergeant
Sergeant
Berichten: 433
Lid geworden op: 27 jun 2017 10:38
Locatie: Het Gooi

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor Jesaja40 » 17 sep 2017 14:40

Lucas 15 vers 8-10

Of welke vrouw, die tien penningen heeft en één penning verliest, steekt niet een lamp aan en veegt het huis en zoekt zorgvuldig, totdat zij die vindt? En als zij hem gevonden heeft, roept zij haar vriendinnen en buurvrouwen bijeen en zegt: Wees blij met mij, want ik heb de penning gevonden die ik verloren had. Zo zeg Ik u, is er blijdschap vóór de engelen van G’d over één zondaar die zich bekeert.

Zomaar een paar regels waarin een aantal feiten worden genoemd. Wat daarbij opvalt, is dat Yeshua het zeer compact verwoord. Hij heeft weinig woorden nodig om je iets duidelijk te maken. Het past geheel in de cultuur van die tijd. De luisteraars van toen begrepen heel goed wat bij elkaar hoorde en een eenheid vormde. Natuurlijk is er een vertaalslag te maken vanuit het aanschouwelijk onderwijs naar onze tijd.

Laten we ons in eerste instantie daarop richten. Wat was de aanleiding tot het vertellen van deze gelijkenis die in een serie van drie staan opgetekend. Zeer voor de hand liggend zou dit Tiberias kunnen zijn. Veel schriftgeleerden bezitten daar een mooie woning en leiden een rustig leventje. Ook Yeshua was daar zeer graag. We lezen immers dat Hij predikte in alle synagogen. U mag er vanuit gaan dat vele schriftgeleerden oplettend hebben geluisterd als Yeshua het woord uitlegde. Yeshua heeft een groot gevolg om zich heen. Iedereen kent Hem zo langzamerhand. Het gewone volk luistert graag naar hem. Menige zieke heeft Hij genezen van hun kwaal. De woorden die Hij spreekt raken hen aan. Zij doen er wat mee.

Yeshua kent hen met al hun moeite en vragen. Hij ziet zeer scherp dat de leiders van het volk in naam “leider” zijn. Hun harde regels en voorschriften moeten worden opgevolgd. O ja, die zondige mensen zeggen ze, zijn het lage allooi, daar moeten ze niets van hebben. Zij zijn wel een onderdeel van ons volk. Die verheven positie die zij “de leiders” innemen zullen zij nimmer bezitten. Let maar eens op hoe minachtend de leiders hun volksgenoten bejegenen. Het zijn zondaars in de breedste zin. Apart wordt genoemd: de tollenaars, zijnde de collaborateurs in dienst van de vijand. Daar kan je toch niet solidair mee verklaren. Die horen er echt niet meer bij.

De woorden van Yeshua raken zeer velen. Zij krijgen van Hem gedegen onderwijs. Zij zien om zich heen genezingen plaats vinden en de blinden de ogen wordt geopend. Laten we maar wat dieper inzoomen, dan blijkt dat er geen sprake is van een eenheid, ondanks dat het een volk is. Nog een gevaarlijke situatie is dat een ieder meent zijn/haar eigen gelijk boven dat van de andere te stellen. Die verdeeldheid maakt dat de vijand ons kan manipuleren om ons uit te schakelen. En de vijand maakt daar zeer dankbaar gebruik van.

Yeshua ziet de boze en verontwaardigde blikken van de leiders van ons volk als Hij met hen in gesprek is. Maar Yeshua schrijft hen niet af. Door middel van gelijkenissen klopt Yeshua met Zijn woorden om hun hart te openen.

De schriftgeleerden hebben wat stevige en zwaardere kost nodig. Scherp en liefdevol is de woordkeuze van Yeshua. Hij begint met een vrouw die tien penningen heeft. Een er van is verloren gegaan. Dan kan je simpel redeneren: er zijn er dan nog voldoende over. Een tiende deel verliezen is toch niet erg er blijft dan nog ruim voldoende over zouden we kunnen zeggen. Dat tiende deel is nog lang niet het deel van zondaars en tollenaren.

Laten we de diepte van deze betekenis naar boven halen. Bij een huwelijk krijgt een vrouw een bruidsschat mee. Een voorhoofdband met daaraan wat gouden muntjes. Bij het overlijden van haar man kon ze die te gelde maken. Dagelijks wordt deze hoofdband door de vrouw gedragen. De hoofdband kan slijten en het draad kan broos worden waardoor de muntjes los komen te zitten. Voordat je er erg in hebt kan een of meerdere muntjes/penningen los laten. Gebeurt dat in huis dan heb je geluk. Gebeurt dat buitenshuis dan kan je de pech hebben dat je die nooit meer terug vindt.

Waar doelt Yeshua op met dit voorbeeld? Het antwoord is heel helder. Op de berg Horeb kreeg ons volk de tien woorden van G’d aangereikt. Heel zorgvuldig moest daar mee omgegaan worden. Niet alleen de tien woorden, maar alle andere geboden die daar zeer nauw mee verbonden waren. Het liefhebben van de naaste is een onderdeel daarvan. Als je die niet meer zo aardig vindt dan versloft al snel een belangrijk deel van het Tora gebod. Deze zijn universeel via ons volk aan de mensheid gegeven. Lees er nooit overheen dat er geschreven staat dat met de kinderen van Israël ook vreemdelingen meetrokken uit Egypte.

De schriftgeleerden kennen de profeten heel goed. In deze gelijkenis zit een hint naar twee teksten in Hosea aangaande de bruid.

Ik citeer: Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen: ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in gerechtigheid en in recht, in goedertierenheid en in barmhartigheid. In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult G’d kennen. Hosea 2:18-19

Hoe duidelijk moet het voor de schriftgeleerden zijn dat het volk van G’d Zijn bruid is. De voorhoofdsband laat immers zien dat je getrouwd bent. Ons volk in een huwelijksverbond met G’d is niet zomaar iets. Dat moet zichtbaar zijn en blijven voor ons volk en allen die zich van harte daarbij aansluiten.

In dit voorbeeld zien we dat Yeshua de zwakste schakel gebruiken: een vrouw die volkomen afhankelijk is van de man, die de bescherming van de man nodig heeft. Maar het gaat dieper: onze G’d gaf aan zijn bruid zijn leefregels die puntgaaf zijn. De schriftgeleerden moeten erkennen dat zij niet juist handelen. Het ontbreken van de liefde voor hun mede volksgenoten komt hier pijnlijk naar voren. De zere plek wordt aangewezen. Daarmee is het onderwijs wat tot ons komt in deze gelijkenis nog niet afgerond. Ik haalde al aan dat de draden waarmee de penningen vast behoren te zitten, versleten zouden kunnen zijn. Alle andere penningen moeten nagekeken worden of deze nog wel goed vast zitten en mogelijk niet verloren gaan.

We zien het dat de vrouw er alles aan gelegen is om de verloren gegane penning terug te vinden. Haar oudedagsvoorziening, en je weet nooit van tevoren hoe lang dat duurt, hangt daar van af. Dat moet en zal bij elkaar blijven. Het kan en mag niet zo zijn dat er maar 90% overblijft en de rest verloren moet worden beschouwd. Alles wordt in het werk gezet om die ene penning terug te vinden. Minutieus wordt het hele domein van de vrouw doorzocht. Tussen het beddengoed, tussen de potten en de pannen, tussen de kleding van haar gezin, in de voorraadruimte, tussen de kieren van de vloer. Ze gebruikt daarvoor een licht een kaars. Goud schittert altijd en trekt geen vuil aan. Met het zoeken wordt ook haar hele huis clean. De onnodige ballast en stof gaan buiten de deur nadat ze er volkomen zeker van is dat hier de penning niet tussen zit. Deze vrouw heeft haar huiswerk gedaan. Dan na veel zoeken heeft ze haar verloren gegane penning hervonden. Wat is ze er blij mee.

Om deze niet nogmaals te verliezen wordt deze herbevestigd op de plaats van de voorhoofdsband. Als ze nu maar niet zo slordig was omgegaan dan had haar dat veel moeite bespaard gebleven. Maar ze is blij, het geheel is compleet. Dat verdient een feest omdat het herstel heeft plaats gevonden. Nu komt de gelijkenis wat dichter op ons af. De vrouw die als een bruid wordt neergezet moeten we ook in een breder perspectief neerzetten. Onze G’d heeft ons volk, de kinderen van Israël, als Zijn Bruid uitverkoren. Daar kunnen en mogen we niet omheen. Maak ook wij, het Joodse volk, staat daarin niet alleen; wij hebben een vorstelijke taak naar buiten toe.
Ik citeer de uitspraak van onze koning Salomo bij de inwijding van de tempel:

Luistert Ú dan in de hemel, Uw vaste woonplaats, en doe overeenkomstig alles wat de vreemdeling tot U roepen zal, opdat alle volken van de aarde Uw Naam kennen en U vrezen, zoals Uw volk Israël, en erkennen dat Uw Naam is uitgeroepen over dit huis dat ik gebouwd heb. 1 Koningen 8 vers 43

Hoe treffend zijn de woorden van Yeshua als hij deze vrouw naar haar buren en vriendinnen ziet gaan. Maar al tegoed beseft het Joodse volk dat er maar een familieverband is. Wie zijn dan die vriendinnen en die buren. Die vriendinnen zijn de niet Joodse inwoners van het land, dat wil zeggen de vreemdeling die in ons land verkeren en zich richten naar al de geboden van G’d waaraan ook zij zich onderwerpen. En dan die buren? Wie zijn dat? Behoort de hoofdman uit Kapernaum hier ook bij? En Cornelius en zoveel anderen.

Israël is strategisch gelegen op iedere karavaanroute noord-zuid en oost-west. Dat impliceert dus dat de vreemdeling in contact kwam met de kinderen van Israël. Wat was hun boodschap als men op sjabbat aan kwam en handel wilde drijven? Kom morgen maar terug dan kunnen we zaken doen. En tijdens de feesten lag het hele handelsleven in Israël stil. Dat is een ongekende luxe voor de buitenlander die een zevendaagse werkweek kent. Die G’d van Israël moet dan wel heel bijzonder zijn om zomaar een rustdag en feestdagen te geven waarop niet gewerkt wordt en uitbundig feest wordt gevierd. Dat was de minimale opdracht naar de vreemdeling toe. Dan wil ik nog een opmerking maken over de verloren penning. Staat deze op zich of mogen we ook aannemen dat deze een substituut is voor al de geboden. Met andere woorden deze ene penning slaat dus niet op een specifiek gebod. Het zal voor een ieder een andere invulling kunnen zijn. Deze ene penning zou kunnen slaan op het eren van G’d, maar net zo goed op het niet stelen of op een vals getuigenis afleggen. Heel bewust laat Yeshua deze positie open. Iedereen van de omstanders kan daar zijn eigen slordigheid of overtreding van een van de tien geboden invullen.

De schriftgeleerden wisten en kenden maar al tegoed het gebed wat onze koning Salomo uitsprak bij de inwijding van de tempel. Iedereen en niemand uitgezonderd mag zich neerbuigen voor de G’d van Israël om Hem te dienen en te eren. De leiders van het volk beseften maar al tegoed dat ook deze dienende taak niet terzijde kan en mag worden. Zij bekommerden zich niet over het verloren gegane. Zij hielden krampachtig vast. En in die krampachtige houding verloren ze het zicht op het geheel. Zij, die de beschermers moesten zijn om het Bruidsschat met de G’d van Israël in stand te houden waren zelf heel ver weg om de boel te laten versloffen. Andere bijkomstigheden werden ineens hoofdregels voor hen. Daarmee dienden zij meer zichzelf dan G’d. Zij, de leiders van het volk stelden hun eigen regels op.

Er is feest bij G’d als Zijn bruid zich aan Zijn regels houdt. Dat feest is net zo groot als er ook van buitenaf toegevoegd worden, die vriendinnen en buren zijn van de bruid. Een kudde een herder zal het worden. Yeshua spreekt in een ander verband ook van: Ik heb nog schapen die niet van deze stal zijn. Ook hen zal Hij hoeden en naar grazige weiden leiden.

Heel ontdekkend is dus deze gelijkenis. Er was wat zoek! De vrouw begreep heel goed dat ze niet tegen haar man kon zeggen: ik ben een beetje slordig geweest en daarom ben ik uw geschenk voor de tijd dat het noodzakelijk is kwijt geraakt. Of nog scherper gezegd: de tien woorden die we van G’d hebben ontvangen daarvan leggen we er maar een aan de kant. Beledigen we dan G’d niet daarmee. Meen niet dat we G’d kunnen bedriegen en maar net doen af we het niet hebben geweten. Dagelijks kunnen we toch onze hoofdband bezien. We moeten dan toch direct merken dat er een aan mankeert. Gaan we dan zo slordig om met de geboden van G’d. We hebben geen enkel excuus. Het is een stukje genade dat de penning binnenshuis is teruggevonden. Die koste al heel veel moeite. De schriftgeleerden begrepen heel goed de hint die Yeshua hen aanreikte. Helemaal nieuw was dit onderwijs niet.

De schriftgeleerden kenden ook de tekst in Jesaja 49 vers 18

Ik citeer: Sla uw ogen op, kijk om u heen en zie: zij allen verzamelen zich, komen naar u toe. Zo waar Ik leef, spreekt de HEERE, voorzeker, u zult zich met hen allen als met een sieraad tooien, u zult ze ombinden zoals een bruid doet.

Nu we de gelijkenis wat nader hebben ontvouwen moet het u en mij tot denken zetten. Heb ik, hebt u een vooroordeel naar een ander? Neemt u nu maar eens de mensen die vandaag niet naar de kerk gaan, vaarwel hebben gezegd. Wij kunnen ons én mogen ons niet boven hen verheffen door een opmerking te maken: maar wij zijn beter dan zij.
Het zeggen én zelfs het denken dat wij beter zijn dan hen plaatst ons in dezelfde positie als de schriftgeleerden.

Oei, wat komt dit nu dicht bij ons staan. Laten we eerlijk wezen: was het vandaag ook niet zo dat er gezegd werd: vanochtend ga ik maar niet mee naar de kerk, ga jij maar voor mij. Mogen we dan daar een oordeel over vellen en zeggen “zie je wel er is niets veranderd”. Dan hebben we de gelijkenis niet goed begrepen. Als we de gelijkenis wel goed hebben begrepen zullen we hen, die thuis gebleven zijn, héél anders benaderen. Met liefde zullen we tegen hen zeggen: ‘’Ik heb de penning die ik heb verloren teruggevonden! Laten we feest vieren en blij zijn!”

En u, die wel trouw bent aan het Woord van G’d, dank Hem daar voor deze genade. Ook u krijgt een opdracht om de voorhoofdsband te controleren of de penningen wel stevig vast zitten. Ik heb u uitgelegd wat de functie van deze band is. Deze band is geen knellend juk wat onze G’d op u legt. Luister maar goed naar de woorden van Yeshua: mijn last is licht en mijn juk is zacht.
Zo mogen én moeten we de toekomst ingaan.


Troost Mijn Volk (vdm)
Ik kreeg niets waar ik om vroeg. Ik kreeg alles wat ik nodig had.

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2484
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 22 sep 2017 10:25

DE WATERDOOP IN HET LICHT VAN GOEDE VRIJDAG EN PASEN (1).


Plotseling duikt er een oud-testamentische profeet op die d o o p t.
In Matteüs 3 wordt Johannes, de zoon van Zacharias en Elisabeth, aangetroffen in de woestijnen, die doopt.
In het Oude Testament wordt niet over dopen gesproken.
4 eeuwen zijn er verstreken tussen Maleachi en het optreden van Johannes.
Generaties die het verschijnsel 'profeet' niet meer kennen.
En de doop in water?
Als een niet-jood zich wilde aansluiten bij het Jodendom dan vond er een doopritueel plaats.
Het is buitengewoon moeilijk om van heiden jood te worden. Daar is een uitvoerige cursus voor nodig. Inzicht in de wetten, riten en gebruiken van Israël.
Kennis van de Schriften. En tenslotte een doopritueel in stromend water.
Eérst moest de kandidaat alle goden die hij had gediend in het openbaar afzweren.
Daarna zijn geloof in de God van Abraham, Izaak en Jakob belijden en verklaren dat hij zich wil aansluiten bij Gods volk dat een lijdensweg gaat, dat in de wereld bestreden wordt. Daarna dompelt hij zichzelf onder in stromend water en breekt met alles wat hij diende en voegt zich bij Gods volk. Dit werd de proselietendoop genoemd, dat is: de bekeerlingendoop.
De doop als radicale breuk met het verleden. De doop als nieuw begin van een leven in gehoorzaamheid aan de God van Israël.
In zijn voorbereidingstijd in de woestijn heeft Johannes de opdracht gekregen te dopen (Johannes 1:31-33).
Het uiterst merkwaardige feit doet zich voor dat Johannes bij een doorwaadbare plek in de rivier de Jordaan gaat preken en dopen.
Wat is zijn boodschap? Schokkend!
"Bekeert u!- want genaderd is tot u het koninkrijk der hemelen" (Matteüs 3:2).
En ik, Johannes, ben de vervulling van de profetie van Jesaja 40:3.
Ik ga voor hem uit, ik bereid voor de koning van dat koninkrijk de weg.
Want die weg is vol met putten en hoogten.
De putten worden opgevuld, de hoogten geëgaliseerd, zodat er voor die komende heer van dat koninkrijk een gebaande weg zal zijn.
Bekeert u - dat is de boodschap aan Joden en heidenen, aan besnedenen en onbesnedenen. Aan verbondskinderen en buitenstaanders.
Johannes de Doper zet ze op één lijn.
Zijn boodschap is aan állen gericht of ze nu bij Gods volk horen of niet.
De menigten stromen toe, overal vandaan, en onder belijdenis van zonden worden zij gedoopt in de rivier de Jordaan.
En tot die verkondiging komen de mensen van heinde en verre. Zelfs theologen, gewone mensen, tollenaars en Romeinse soldaten en zelfs Jezus.
De boodschap van Johannes is:
De koning van het koninkrijk van de hemel staat voor de deur.
Bereid jouw hart voor op zijn komst.
Ruim elke hindernis op.
Belijd in het openbaar jouw zonden.
Laat je dopen door onderdompeling in de rivier de Jordaan.
Opdat je die naderende koning kunt ontvangen.
En het helpt niet als je je beroept op het horen tot Gods volk, op je positie binnen dat volk.
Niet op de bloedband.
Niet op de besnijdenis.
Niet op jouw geestelijk leiderschap.
Aan Gods oordeel ontkom je alleen door bekering, schuldbelijdenis en doop.

Peter Gerrets.
(wordt vervolgd).




DE WATERDOOP IN HET LICHT VAN GOEDE VRIJDAG EN PASEN (2).


In aflevering 1 beschreven we het plotselinge optreden van Johannes, de zoon van Zacharias en Elisabeth.
Profetisch spreekt hij dat iedereen onder zijn toehoorders: verbondskinderen en buitenstaanders zich moeten bekeren en zich moeten voorbereiden op de komst van de koning van het koninkrijk der hemelen. En onder belijdenis van zonden worden zij gedoopt in de rivier de Jordaan.
De doop in water als radicale breuk met het verleden, het schoon schip maken om de komende koning te kunnen ontvangen.
In Matteüs 3 is Johannes voluit oordeelsprediker.
Het is 23.55 uur.
"...maar reeds ligt de bijl-der-waardigheid bij de wortel van de bomen; elke boom dan die geen goede vrucht draagt wordt omgehakt en in een vuur geworpen (:10)".
En nogmaals: je kunt je niet beroepen op Abraham. Niet op de besnijdenis. Niet op de bloedband. Dus niet op het uiterlijk verbondsteken. Absoluut noodzakelijk is: bekering en vrucht.
De preek wordt indringender. De waterdoop gaat samen met een innerlijke verandering.
Kijk, zegt Johannes de Doper, ik doop jullie in water als uiterlijk teken dat jullie je willen voorbereiden op de komst van de koning van dat koninkrijk der hemelen.
Ik ga daarbij uit van jullie mondelinge belijdenis.
Maar die naderende koning is van grotere betekenis. Ik durf eigenlijk niet zijn sandalen uit te trekken en zijn voeten te wassen. Met andere woorden: ik durf niet eens slavenwerk voor hem te doen.
Ik ben niet waardig.
Die komende koning die doopt u in Geest en Vuur.
En dan legt Johannes de Doper uit wat die doop in Geest en in Vuur inhoudt.
Kijk even na in Matteüs 3:11-12.
Jezus houdt een wan in zijn hand, een zeef. Hij bevindt zich op een dorsvloer.
Op die dorsvloer ligt het geoogste graan.
Maar uit de korenaren moeten de korrels opgevangen worden.
De Israëlische boeren gebruikten daar verschillende methoden voor. Een span ossen draaide om een vast punt heen en vertrapten de korenhalmen. De korrels vielen uit de aren.
Of boeren gebruikten een stok om het koren te slaan zodat de korrels loslieten.
Dan schepten de boeren het geslagen of vertrapte korenhalmen in die zeef.
Hij wierp het tégen de wind in en zó maakte de wind onderscheid tussen de halmen en de tarwekorrels. Tussen de tarwekorrels en het stof, het kaf.
Bij nauwkeurige bijbelstudie ontdekte ik dat in de bijbel de dorsvloer bij uitstek de plaats is waar scheiding gemaakt wordt.
Plaats van oordeel.
Scheiding tussen afval en graankorrels.
Scheiding tussen graankorrels en kaf.
Dat wil zeggen: bij Jezus blijkt wat écht en onecht is.
De graankorrels verzamelt hij in de schuur, in de gemeente.
Dat is wat de doop in de Geest doet: het samenbrengen van de kinderen Gods in de gemeente.
Maar het kaf, daarmee worden in de bijbel ongelovigen bedoeld, bestemd Jezus voor een onuitblusbaar vuur.
Maar niet onmiddellijk, want wat in de natuur niet kan, kan in Gods koninkrijk: kaf kan koren worden.
De doop in Geest en in vuur is niet één gebeurtenis.
Nu doopt de Geest de gelovigen tot één lichaam, tot één volk, die hij samenbrengt in de schuur, zijn gemeente.
Maar, blijkens de brieven van de apostelen is de doop in vuur voor de toekomst.
Het eindoordeel: de verharde ongelovigen zullen op de dag die met vuur verschijnt omkomen.
Kortom Johannes de Doper zegt: ik doop in water op grond van jullie belijdenis, maar ik kan niet in jullie hart kijken.
Jezus wel. Bij hem valt de scheiding tussen wat écht en niet écht is.

(wordt vervolgd)

Peter Gerrets.




DE WATERDOOP IN HET LICHT VAN GOEDE VRIJDAG EN PASEN (3).


Johannes de Doper en zijn doopplaats worden een toeristisch bezienswaardigheid. Een mensenmenigte komt samen. Onder hen orthodoxe schriftgeleerden, tollenaars, en zelfs Romeinse soldaten (zie Matteüs 3:5-12 en Lucas 3:7-14).
En Jezus (Matteüs 3:13).
Zijn heraut is bezig de weg te bereiden voor hem.
De koning van het koninkrijk.
Johannes onderwijst: 'Hij is op komst'.
Mensen van allerlei slag belijden alle hindernissen om die koning te kunnen ontvangen.
De koning zélf kijkt toe.
Nee, staat in de rij.
Geen toekijker, maar doopkandidaat.
Jezus is uit Galilea gekomen naar de doopplaats om gedoopt te worden.
Johannes en Jezus, oog in oog.
'Johannes wil je mij dopen?'
Bij Johannes de Doper slaan bijna de stoppen door.
Daar straks heeft hij gezegd: 'Ik ben niet waardig om zijn slaaf te zijn die zijn voeten wast'.
Johannes weigert.
'U bent de koning, ik minder dan uw slaaf.
U komt van God, ik ben een falend mens.
Alstublieft doop mij'.
In Matteüs 3:15 lezen we dan Jezus' antwoord: "laat het onmiddellijk toe; zó immers past het ó n s alle gerechtigheid te vervullen!" (Naardense Bijbel).
Wat betekent dit antwoord?
Jezus hoefde zich toch niet voor te bereiden op de komst van de koning?
Hij is de koning.
Jezus hoefde toch niet te breken met een zondig verleden?
Hij komt van God.
Wat zou hij moeten belijden?
Hij was toch zonder zonde?
Waarom zegt hij niet: "zó immers past het mij". Hij zegt: "ons".
Zó, dat wil zeggen: zó moet het, zó door onder te gaan in het water en door eruit op te staan.
Dit is de weg die wij (meervoud) behoren te gaan.
Wij? Ja, heel deze samengestroomde menigte; gewone mensen, theologen, tollenaars, Romeinse soldaten en ik.
Jezus verklaart zich solidair met allen die bij de Jordaan zijn samengekomen.
Deze weg behoren wij allen te gaan, óók ik. Waarom? Om aan Gods recht, om aan Gods wil te voldoen.
Gods wil vervullen.
Maar Jezus heeft méér voor ogen gehad.
Zijn opdracht van de Vader.
Om de weg te gaan waardoor hij ons allen, wie we ook zijn: joden en heidenen, schriftgeleerden, belastingambtenaren in vijandelijke dienst, soldaten van een bezettende macht, met God kan verzoenen.
Dat is de kruisweg. Ondergaan in het water van de dood en daaruit als overwinnaar opstaan.
En Jezus belijdt hier dat hij bereid is die weg te gaan.
En dáárom stemt Johannes de Doper in.
En als Jezus ondergaat in het water en opstaat en de oever beklimt, dan gaat de hemel open. Een duif vliegt naar hem toe en vindt een rustplaats op zijn hoofd, de heilige Geest en een stem zegt tot allen:
"Dit is mijn zoon, de geliefde, in wie ik welbehagen heb gekregen" (:17).
God zegt over zijn gedoopte Zoon: hij is mijn geliefde zoon, ik ben zó blij met hem geworden.
Jezus.
Gods geliefde Zoon.
God mensgeworden.
Geboren uit een Joodse vrouw.
Besneden.
Het teken dragend van het verbondsvolk.
Die het noodzakelijk vindt zich ondanks dit alles te laten dopen in het water van de Jordaan om God zijn eenswillendheid met Gods wil te tonen, de weg van de Vader te gaan.
In mijn eerste gemeente vertelde de bejaarde zuster Last mij: 'Ik was tot een persoonlijke overgave aan Christus gekomen. Maar ik wilde niets weten over de doop. Op een nacht droomde ik.
Ik was gestorven. Ik kwam aan in de hemel en Jezus verwelkomde me. Hij stond daar voor me als pas gedoopte en hij vroeg mij: 'Vrouw Last, als ik het nodig had om gedoopt te worden, waarom jij dan niet?'
En de andere dag en de volgende dagen liet het me niet los.
Ik stond voor mijn gedoopte Heiland en ik weigerde me te laten dopen en toen heb ik gevraagd of ik gedoopt mocht worden.
De tranen stonden in haar ogen.
Haar getuigenis maakte toen begin jaren '70 diepe indruk en jullie merken dat ik het nog steeds niet vergeten ben.
Als Jezus afdaalt in de Jordaan stemt hij in met de weg die de Vader met hem zal gaan, de weg naar Golgotha, die ook de weg naar de Verrijzenis zal worden.

(wordt vervolgd).

Peter Gerrets.




DE WATERDOOP IN HET LICHT VAN GOEDE VRIJDAG EN PASEN (4).


De waterdoop als moment waarop we de dienst aan de afgoden opzeggen, totaal breken met het leven van voorheen, het openen van ons hart en leven voor Christus, schuldbelijdenis doen, getuigen dat wij Jezus Christus willen volgen op Zijn weg is niet zonder diepe betekenis.
Jezus zei: 'door je te laten dopen in de Jordaan verklaar je dat je Gods wil wil vervullen' brengt heel wat teweeg.
God zendt zijn heilige Geest uit en spreekt uit: jij bent mijn geliefde zoon waarmee ik blij geworden ben.
De doop is hier: openbare geloofsbelijdenis. Een belijdenis voor God, voor de afgoden die we de dienst opzeggen, voor de mensen om ons heen: vanaf vandaag behoor ik God toe en gehoorzaam ik Hem.
Merkwaardig, maar ik kan uit ervaring zeggen, dat vele gedoopten ervaren dat hun vroegere meester er alles aan doet om ons te verleiden God niet te gehoorzamen.
Diezelfde heilige Geest die Jezus na zijn doop ontvangen heeft, neemt hem bij de hand naar de woestijn "om beproefd te worden door de uiteenwerper" (Matteüs 4:1 Naardense Bijbel). Duivel, diabolos, uiteenwerper.
Ik vind deze vertaling niet mijn voorkeur hebben. In de Griekse grondtekst betekent 'peirasmos' zowel beproeving als verzoeking. God beproeft, de duivel verzoekt.
De uiteenwerper valt Jezus op 3 zaken aan. Drie dingen die ook ons aan het hart gaan.
1. Brood;
2. Sensatie;
3. Macht.
En let op: de duivel begint met het in twijfel trekken van Jezus' positie en daagt hem uit zich te bewijzen.
Dat is ook onze valkuil.
'Als jij de zoon van God bent?'
Of:
'Als jij beweert een christen te zijn?'
Dat tergt ons, daagt ons uit om te bewijzen dat onze pretentie wáár is.
Ik zal het jou bewijzen!
Jezus vastte in de woestijn 40 dagen en nachten.
De duivel: 'Als jij zo'n honger hebt...en als jij de zoon van God bent...dan maak jij toch broden van stenen'.
Maar Jezus zegt: 'het eten van de woorden die uit de mond van mijn Vader uitgaan, verzadigen méér dan gewoon brood'.
Dan neemt de duivel Jezus mee naar het dak van de tempel.
'Als jij de zoon van God bent, doe dan iets sensationeels, iets wat de aandacht voorgoed op jou vestigt, doe een stunt: spring naar beneden en engelen zullen je opvangen'.
Jezus antwoordt: 'ik daag mijn Vader niet uit'.
Dan neemt de duivel hem mee naar een zeer hoge berg. Vanaf die berg kun je de hele wereld zien, de wereld bij wijze van spreken aan je voeten.
In zijn doop heeft Jezus getuigd dat hij eenswillend is om de weg van het kruis te gaan, de weg van het lijden en sterven, de weg van de opstanding, zódat de hele wereld met God verzoend wordt.
En nu krijgt Jezus die hele wereld voor een koopje. Na de zondeval is de duivel de overste van deze wereld.
En nu zegt de duivel: 'Eén kniebuiging voor mij, één huldeblijk aan mij en ik geef jou de wereld zodat je niet die verschrikkelijke lijdensweg hoeft te gaan, niet die vreselijke kruisdood sterven, niet de hel meemaken. Ik bespaar je héél die moeilijke weg'.
Maar met dank aan God: Jezus blijft bij zijn doopbelijdenis. Blijft bij zijn ingenomen standpunt: ik ga de weg die mijn Vader mij wijst. En knielen en aanbidden doe ik alleen voor de HEER, mijn God. Ga weg satan!
Stel je voor dat Jezus hier bezweken was en niet Vader's weg was gegaan, dan waren wij niet verlost, niet verzoend met God.
Velen die geloofsbelijdenis hebben afgelegd in de doop kennen uit de praktijk deze pogingen van Gods tegenstander om je te verleiden tot ontrouw.
Na deze verzoeking die Jezus heeft doorstaan komen engelen om hem te verzorgen en te bedienen.
Dit alles lees je in Matteüs 4:1-11.
Oók állen die komende zondag, Palmzondag, waar ook in Nederland, openbare geloofsbelijdenis afleggen voor God, voor familie en vrienden, voor de gemeente zullen tijden kennen waarin jouw geloof op de proef wordt gesteld.
De duivel zal proberen jullie onderuit te halen.
Zeg dan ook maar: Satan, ga weg in Jezus' naam. Je bent een overwonnen vijand.
Ik wens allen die belijdenis afleggen met hun predikanten en allen die hun belijdenis afleggen in de doop Gods rijke zegen en bescherming toe.

(wordt vervolgd).

Peter Gerrets.



DE WATERDOOP IN HET LICHT VAN GOEDE VRIJDAG EN PASEN (5).


In Johannes 3 wordt ons een merkwaardige situatie geschetst.
Johannes de Doper doopt in Enon, dichtbij Salim "omdat daar vele wateren zijn geweest en wie er aantraden werden gedoopt" (:23).
Na het gesprek met Nicodemus gaat Jezus met zijn leerlingen ook dopen (:22).
Concurrentie. Johannes de Doper was de heraut die de komst van de komende koning aankondigde. Iedereen opriep om zich voor te bereiden op die komst.
Zijn boodschap en zijn doop stonden in het teken van een dreigend oordeel, waaraan je alleen ontkomen kon door te breken met de afgoden, te breken met het verleden, je zonden te belijden, en je toe te wijden aan die komende koning, de gezalfde, het lam van God dat de zonde van de wereld de wereld uit zou dragen.
De bekeringsdoop.
Jezus zélf geeft er een andere betekenis aan: voor hem was het instemmen met Gods plan met zijn leven, gehoorzaamheid aan de Vader om de lijdensweg te gaan, ondergaan, sterven aan het kruis en opstaan tot een nieuw leven.
De doop was voor hem toewijding en gehoorzaamheid aan God.
Bij Johannes de Doper komen nu minder belangstellenden. In 3:26 zeggen de mensen tegen Johannes: 'degene die jij doopte in de Jordaan doopt nu zelf en iedereen gaat nu naar hem toe'.
Dat steekt. Je bent predikant, hebt volle kerken. Een bevriende predikant komt in een naburige gemeente en trekt veel meer volk dan jij. Ja, je merkt dat mensen die eerst bij jou kerkten nu bij hem naar de kerk gaan. Dat doet pijn. Hoe reageer je daarop?
Johannes zegt eenvoudig: 'Kijk, ik ben zijn heraut, méér niet. Ik kondigde zijn komst aan. Hij is de Messias, hij is de Christus, ik niet. Hij is de bruidegom, ik ben zijn vriend. Ik verheug me dat allen naar de bruidegom toe trekken. Ik ben gelukkig en blij dat hij nu in de schijnwerpers staat'
(:28-29). Dat moet je maar kunnen.
Johannes' motto zou méér en méér ons motto moeten zijn:
"Hij moet toenemen = wassen = groeien = groter worden en ík moet minder worden"
(:30).
Wat zijn er veel grote ego's onder predikanten, voorgangers, pastores, geestelijke leiders, theologen!!
Op conferenties van predikanten en voorgangers voelde ik me vaak niet thuis.
Al die mannen die tijdens de maaltijden opschepten over hun gemeenten, hoe goed het wel niet ging, de enorme aanwas, hun aanpak en methodes, hun successen. Haantjesgedrag.
Ik sprak over mijn realiteit. Mijn verdriet over mensen. De weinige diepgang. Mijn onmacht om daar verandering aan te brengen. Dan werd het stil.
Johannes de Doper heeft gelijk: 'Ben ik bereid minder te worden, en ben ik erop uit om Jezus te verhogen?'
In Johannes 4:1-3 lezen we dat Jezus hoort dat erover hem gezegd wordt dat hij méér volgelingen krijgt en doopt dan Johannes de Doper. Alhoewel Jezus niet zélf doopte. Hoe reageert Jezus? Hij verkast van Judea naar Galilea door Samaria.
Eigenlijk lezen we verder in de evangeliën niet veel over de doopactiviteiten van Jezus en zijn leerlingen.
Johannes de Doper komt jammerlijk om door de hand van koning Herodes.
Pas voorafgaande aan zijn hemelvaart, geeft Jezus de volgende opdracht aan zijn leerlingen:
"Trekt uit tot heel de wereld en predikt de evangelieverkondiging aan héél de schepping: wie zal geloven en zich laat dopen zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld"
(Marcus 16:16).
In de evangeliën zien we steeds weer deze volgorde: éérst geloof, daarna doop!
Maar pas op, lees aandachtig.
Jezus zegt: wie gelooft en wie gedoopt zijn worden gered, maar hij zegt NIET: maar wie niet gelooft en niet gedoopt zal zijn, wordt veroordeeld.
De doop is geen voorwaarde voor onze redding. Geloof alleen!
In Matteüs 28:19-20a lezen we de opdracht als volgt:
"Maakt alle volkeren tot leerlingen, hen dopend in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest, hen onderrichtend in het bewaren van al wat ik u heb geboden".
Wie worden gedoopt: leerlingen van Jezus Christus, volgelingen.
In de vier evangeliën lezen we dat mensen zelf beslissen of ze hun afgoden afzweren, breken met hun verleden zonder God, kiezen voor het volgen van koning Jezus en zijn weg willen gaan.
Eigenlijk is de doop, zichtbaar voor allen, het achterlaten van het leven zonder God, de breuk met voorheen, en de keuze voor een nieuw leven met Jezus Christus.
De doop is in de bijbel onze openbare geloofsbelijdenis.
Aanstaande zondag, Palmzondag, zullen vele jongeren en ouderen voor het aangezicht van God en zijn gemeente deze openbare geloofsbelijdenis afleggen. Het is niet óns geloof. Het is geloof dat in ons verwekt is door de Schrift en de heilige Geest. Nu kom je er openlijk voor uit. Voor God, jouw gezin en familie, vrienden en collega's, de gemeente: ik behoor bij Jezus.
Opnieuw feliciteer ik allen die aanstaande zondag die stap zetten en hun predikanten.
Maar ook alle doopkandidaten, die door hun doop door onderdompeling dit getuigenis afleggen.

(wordt vervolgd).


Peter Gerrets.




DE WATERDOOP IN HET LICHT VAN GOEDE VRIJDAG EN PASEN (6).


We hebben de 4 evangeliën nu besproken.
Een voorlopige conclusie getrokken.
Hoe gaat het verder?
Lucas doet nauwkeurig verslag van de handelingen van de heilige Geest door de apostelen.
50 dagen na Pasen, 10 dagen na Jezus' hemelvaart beschrijft Lucas al wat gebeurde tijdens het Joodse Wekenfeest.
De leerlingen van Jezus zijn samen met een groot aantal volgelingen bijeen.
Van de menigten zijn er 120 over.
Samen biddend om de komst van de Plaatsvervanger van Jezus, de ándere Trooster.
Plotseling is er het geluid van een storm.
Terwijl de gordijnen stil bleven hangen.
Vuurvlammen boven de hoofden van de aanwezigen, tenminste het lijkt erop.
Er ontstaat een enorm enthousiasme (letterlijk: 'het in God zijn').
Een enorme bezieling, ze worden aangedreven om te bidden in voor hen onbekende talen. Tongentaal is gebedstaal (dat wordt overduidelijk als we 1 Korintiërs 14:2 lezen).
Je spreekt tot God.
Die Geestvervulden verkondigen niet, zij bidden. Uit Handelingen 2:11 blijkt dat zij God aanbidden om zijn grote daden.
Vanwege het Joodse Wekenfeest zijn er in Jeruzalem vele, vele Joden die in Israël wonen of in het buitenland wonen of hebben gewoond, er misschien zijn geboren en getogen. Ieder van hen hoort een gebed in de landstaal van het land waar zij vandaan komen. Zij horen geen preek over Gods grote daden, maar ze horen een gebed waarin God aanbeden wordt vanwege zijn grote verlossingsdaden.
En let op!.....niet dat alle toehoorders dit nodig hadden.
Want de apostel Petrus hoeft niet vertaald te worden als hij de menigte toespreekt in het Aramees.
Zijn Pinksterpreek gaat over Goede Vrijdag en Pasen.
De verkondiging over Messias Jezus, die veroordeeld is tot de kruisdood, maar die is opgestaan.
De samengestroomde menigte roept na de preek uit: 'Wat moeten wij doen?'
En dan zegt Petrus:
"Komt tot inkeer!- een ieder van u late zich onderdompelen bij de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden; en ge zult de gave van de heilige Geest mogen aannemen" (Handelingen 2:38 Naardense Bijbel).
Die belofte is voor Joden én voor hen die van verre zijn, de heidenen.
Zij die de boodschap aannemen, verwelkomen, worden ondergedompeld.
Dus: éérst bekering, Christus aanvaarden, daarna dopen.
In Handelingen 8 wordt verteld over een Ethiopische minister van financiën die God heeft gezocht in Jeruzalem én een boekrol van Jesaja heeft gekocht. Hij leest op de terugweg. Leest en begrijpt niet.
God stuurt de diaken Filippus naar hem toe. Hij stapt bij hem in de wagen en legt Jesaja 53 uit. Filippus verkondigt Jezus.
Al luisterend komt hij tot geloof.
Als hij water ziet, wil hij gedoopt worden.
Voorwaarde?
"Als u met heel uw hart gelooft mag het.
Ten antwoord zegt hij: ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is" (8:37).
Filippus daalt met deze minister in het water af en hij dompelt hem onder en ze klimmen uit het water op (8:38).
Filippus bevindt zich ineens in de Gazastrook en de gedoopte minister vervolgt zijn weg met grote blijdschap.
In Handelingen 9 wordt Saulus onderweg naar Damascus (om daar de volgelingen van Jezus te arresteren én om te brengen) zélf door Jezus gearresteerd. 'Saulus, jij vervolgt niet mijn gemeente, maar Mij, Jezus!' Fel licht, de stem van Jezus, hij is op de grond gevallen, blind. Zó moet hij bij de hand genomen worden de stad Damascus binnen. Hij logeert bij een zekere Judas in de Rechte Straat.
Hij is totaal van de kaart. Denk je God een dienst te bewijzen, blijk je tégen Hem te strijden. Drie dagen eet hij niet, drinkt hij niet en kan hij niet zien. Hij bidt. Krijgt een visioen dat een volgeling van Jezus hem komt bezoeken, die hem de handen zal opleggen zodat hij weer zien kan.
Wát...iemand van die sekte van Jezus komt hem gezond maken?
En broeder Ananias krijgt die opdracht en verweert zich tegen deze opdracht. 'Weet u wel wat die man voor onheil heeft gesticht in Jeruzalem en wat voor onheil hij hier in Damascus gaat aanrichten?'.
Já, dat wéét Jezus!
Maar Saulus bidt en vast. En de Heer zegt: 'hij wordt in mijn handen het perfecte instrument om mijn evangelie te verkondigen onder de volkeren, voor leidinggevenden en voor de kinderen Israëls'.
Ananias gaat. Komt het huis binnen. Noemt Saulus notabene 'broeder', legt hem de handen op en hij kan weer zien en Ananias bidt verder zodat Saulus vervuld wordt met de heilige Geest en de genezen en gelovige Saulus "staat op en laat zich onderdompelen" (9:18 Naardense Bijbel).
Hij eet en drinkt, komt op krachten, ontmoet andere volgelingen van Jezus én gaat verkondigen in Damascus dat Jezus de Zoon van God is. En de Joden in Damascus raken in verwarring.
Hoe is het mogelijk dat deze Jood, die aan de voeten van Gamaliël gezeten heeft, een orthodoxe schriftgeleerde is, die van één ding bezeten is om christenen uit te roeien nu ineens begeesterd Jezus verkondigt als de Zoon van God?
Hoe is dit mogelijk?
Zó zien we dat Lucas, de wetenschapper, de geneesheer, die feiten grondig onderzoekt, nauwkeurig beschrijft wat er gebeurt.
Joden bekeren zich, aanvaarden de prediking van Petrus over Jezus de Messias, laten zich dopen en ontvangen de heilige Geest.
De Ethiopische minister leest Jesaja 53, krijgt uitleg van Filippus over Jezus Christus, gelooft dat Jezus de Zoon van God is en wordt onderweg op grond van zijn geloofsbelijdenis gedoopt.
Saulus die volgelingen van Jezus te vuur en te zwaard bestrijdt, komt tot geloof, ontvangt door handoplegging genezing en de vervulling van de heilige Geest en wordt daarna gedoopt.
Oók hier zien we dat de doop volgt op het door God gegeven geloof.
Mijns inziens is dat de bijbelse volgorde.
En néé. De doop op grond van de belijdenis van het door God gegeven geloof is geen mensenwerk.
Ik krijg wel eens het verwijt dat de geloofsdoop dat is.
Is dan het afleggen van belijdenis des geloofs ook eigen werk?
De waterdoop is een getuigenis van ontvangen geloof.
Belijdenis des geloofs is eveneens een getuigenis van ontvangen geloof.
Getuigen van Gods werk, niet van eigen werk.

(wordt vervolgd).

Peter Gerrets.



DE WATERDOOP IN HET LICHT VAN GOEDE VRIJDAG EN PASEN (7).


In Handelingen 10 en 11 wordt ons verhaald van een merkwaardige gebeurtenis. Een Romeinse bevelhebber, een vroom en godvrezend man (die de God van Israël zoekt en respecteert), die goed doet aan het volk, bidt en ziet in een visioen dat hij knechten moet sturen naar de havenplaats Joppe om dáár bij Simon de leerlooier naar Simon Petrus te vragen. Want in dat visioen wordt gezegd dat de gebeden van Cornelius tot God zijn opgeklommen.
Inderdaad is Petrus in Joppe bij Simon de leerlooier. Op het dak bidt hij en krijgt een merkwaardig visioen. Uit de hemel daalt een enorm laken neer met een massa onreine dieren. Tot drie keer toe zegt de heilige Geest dat Petrus moet opstaan, slachten en eten. Petrus heeft nog nooit de spijswetten overtreden en is vast van plan dat nooit te doen. Met de hand op de Schrift weigert hij.
"Al wat God reinigt moet jij niet voor ongewijd houden" (10:15 Naardense Bijbel).
Petrus is in grote verwarring.
Dan staan de afgezanten van Cornelius aan de deur die naar hem vragen.
Wat? Moet hij, Petrus een Jood, op deze uitnodiging uitgaan om bij Cornelius, een onreine niet-Jood, binnen te gaan?
De knechten leggen alles uit. Petrus dient zonder tegenspraak mee te gaan.
Dat doet hij de volgende dag. Hij doet iets wat hij nooit eerder heeft gedaan. De drempel overgaan van een door Romeinen bewoond huis. Cornelius vertelt wat hem overkomen is. En Petrus ontdekt dat er bij God geen aanzien des persoons is.
Cornelius heeft personeel, familie en vrienden uitgenodigd.
Petrus verkondigt Jezus, wie hij was en wat hij deed, over de kruisiging en de opstanding en dat er door Hem vergeving van zonden mogelijk is.
Tijdens zijn verkondiging valt de heilige Geest op de luisteraars, wekt geloof, en de toehoorders beginnen in vreemde talen God te aanbidden. De met Petrus meegekomen Joden staan versteld.
Hier in het huis van een Romein vindt een herhaling van het Pinksterfeest plaats.
Hoe is het mogelijk dat de heilige Geest ook aan de heidenen gegeven wordt.
Maar dan is er ook geen enkele belemmering om deze nieuwe gelovigen te dopen (10:44-48).
Natuurlijk geeft dat 'gedonder in de kerkenraad'. Petrus moet zich in Jeruzalem gaan verantwoorden voor wat hij gedaan heeft. Omstandig vertelt hij wat er gebeurd is en dat de heidenen de heilige Geest op dezelfde manier ontvangen hebben als zij op de Pinksterdag. Toen kwamen de broeders tot rust.
Zó is Christus verkondigd in Jeruzalem, in Samaria, aan de Ethiopische minister van financiën, aan Cornelius en de zijnen namelijk niet-Joden. De boodschap is in geloof ontvangen en daarna zijn de gelovigen gedoopt.
In Handelingen 16 bevindt Paulus zich in Filippi. Paulus heeft gezocht naar een gebedsplaats en die gevonden bij een rivier. Hij spreekt met aanwezige vrouwen. Het is sabbat. Eén van die vrouwen is een vooraanstaande zakenvrouw Lydia. Zij is een godvrezende vrouw. God opent haar hart voor de verkondiging van Paulus. Met andere woorden de heilige Geest is aan het werk in haar hart zodat zij geloof schenkt aan het evangelie. In 16:15 lezen we dat zij zich laat dopen met haar huishouden.
Wát betekent dit nu? Haar huishouden.
Voorstanders van de kinderdoop menen hier hun argument te vinden.
Nergens wordt in het NT vermeld dat er kinderen worden gedoopt.
En ja hoor....hier waren vast kinderen bij.
Huishouden is breder dan gezin. Het betekent gezin, familie en personeel.
Waren hier zuigelingen bij?
Kinderen?
Dat is niet te bewijzen en niet te ontkennen.
Het is onverantwoord hier een eventuele kinderdoop op te baseren. De doop vond plaats in de rivier bij de gebedsplaats.
In hetzelfde hoofdstuk wordt beschreven hoe Paulus en Silas in de gevangenis terechtkomen. Een meisje met een waarzeggende geest wordt door Paulus in Jezus' naam bevrijd. Dat wordt door haar eigenaren niet in dank afgenomen. Waarzeggerij was voor die eigenaars een bron van inkomsten. Paulus en Silas worden gearresteerd en in de diepste kerker opgesloten.
Het is een wonderlijk stel. Wie gaat er nu te middernacht zingen? Lofliederen. Psalmen. Er gaat zoveel kracht vanuit dat er een aardbeving plaatsvindt en alle traliedeuren springen van het slot. Iedereen had kunnen vluchten, maar niemand doet dat. De cipier wil zelfmoord plegen, Paulus voorkomt dit.
En de cipier vraagt: "Wat moet ik doen om gered te worden?" (16:30).
En het antwoord voor toen en nu: "Vertrouw op de Heer Jezus, en u zult worden gered, u en uw huis" (16:31).
En in :32 wordt ons gezegd dat Paulus en Silas het woord van God delen met hem en met allen die in zijn huis zijn.
De cipier verzorgt hun wonden en laat zich dopen, hij en al de zijnen.
Hij richt een maaltijd aan en alle tafelgenoten jubelen met de cipier dat hij op God is gaan vertrouwen.
En weer stellen we de vraag: u en uw huis, allen die in huis zijn, zij hoorden de Schriftuitleg van Paulus en Silas, zij jubelen over wat er gebeurd is, over het geloof in God van de cipier.
Was er een baby bij? Andere kinderen?
Minderjarigen, meerderjarige kinderen?
In ieder geval de cipier, zijn vrouw en personeel. Allen jubelen. Allen danken.
Kun je hiermee bewijzen dat de zuigelingendoop of de kinderdoop onderbouwd wordt?
Uit alle bijbelse gegevens over de waterdoop kunnen we de conclusie trekken, dat mensen bij hun volle verstand geloof van God ontvangen en daarvan getuigenis afleggen in de doop.
Nergens vind ik dat anderen plaatsvervangend geloven voor hun kinderen die nog niet bewust geloven.
Geen ouders die plaatsvervangend voor hun baby geloven.
De doop is openbare geloofsbelijdenis.
We gaan nog spreken over de betekenis van de doop. Over onze pasgeborenen.

(wordt vervolgd).

Peter Gerrets.




DE WATERDOOP IN HET LICHT VAN GOEDE VRIJDAG EN PASEN (8).


Mijns inziens is de Schrift duidelijk. Geloof gaat altijd aan de doop vooraf. De doop is de belijdenis van het geloof dat je van God ontvangen hebt.
De doop, een onderdompeling in water, is getuigenis.
Ik breek met mijn leven zonder God en zonder Christus, ik zweer mijn afgoden af, ik wijd mij toe aan God en ik dank Hem voor het volbrachte verlossingswerk van zijn Zoon Jezus Christus en stel me in zijn dienst.
Maar...de zuigelingendoop, de kinderdoop heeft oude papieren. Al eeuwen worden er in de gevestigde kerken kinderen gedoopt.
Is 'besprenkeling' dopen?
Er is mij gewezen op de vondst van kindergraven waarop geboortedatum, doopdatum en sterfdatum.
Eén ding weten wij uit de Schrift, dat kinderen door Jezus ons ten voorbeeld worden gesteld.
Als wij niet worden als kinderen zullen wij het koninkrijk van God niet binnengaan.
"Hij roept een jongetje bij zich, laat dat midden tussen hen staan en zegt: 'amen is het, zeg ik u: als ge niet omkeert en wordt als de jongetjes zult ge het koninkrijk der hemelen echt niet binnenkomen'" (Matteüs 18:2-3 Naardense Bijbel).
Dit is Jezus' antwoord op de vraag: Wie is de grootste in het koninkrijk der hemelen?
En verder: wordt zo gering als dit jongetje en wie dit jongetje welkom heet, heet Mij welkom. Wee hen die kinderen tot kwaad verleiden.
Jezus heeft kinderen genezen, uit de doden opgewekt.
In Marcus 10:13-16 lezen we het overbekende: "Ze hebben kinderen (letterlijk: jongetjes) tot hem gebracht, dat hij die zal vastgrijpen. Maar de leerlingen straffen hen af.
Maar als Jezus dat ziet wordt hij boos en zegt tot hen: laat de kinderen (jongetjes) bij mij komen, verhinder ze niet; want van zulken is het koninkrijk van God; amen is het, zeg ik u: wie het koninkrijk niet ontvangt als een kind (jongetje), zal het echt niet binnengaan! Hij sluit hen in de armen, legt hun de handen op en zegent".
Dit is wat Jezus doet met kinderen.
Omarmen, de handen opleggen en zegenen.
Er komt geen water aan te pas.
In onze evangelische kerken dopen we geen kinderen, maar wij brengen de kinderen bij de Heer. We dragen pasgeboren baby's of grotere kinderen aan God op. We omarmen hen, we leggen hen de handen op en zegenen hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Vaak wordt gedacht dat mensen die de geloofsdoop toepassen de kinderen negeren. Volstrekt niet.
Kinderen zijn welkom in het koninkrijk.
Omdat ze onschuldig zijn?
Omdat ze niet vals zijn of niet pesten?
Omdat ze alles geloven?
Omdat ze zo machteloos en hulpbehoevend zijn?
Nee.
Omdat kinderen aangewezen zijn op hun ouders: verzorging, opvoeding, onderwijs.
Ze hebben leiding nodig.
Die houding is niet de houding van een puber die geen hulp nodig heeft, alles zelf wel uitzoekt en zichzelf helpt.
Joodse jongens deden op hun 12e of 13e jaar bar-mitsvah, werden 'zoon der wet' en gelden dan in zekere zin als geestelijk volwassen.
Het is zo jammer dat Jezus de genoemde kinderen niet doopte. Dan hadden we tenminste één voorbeeld gehad.
Ik word altijd verdrietig van het Doopformulier.
In het begin van dat formulier wordt de leer van de heilige Doop als volgt samengevat:
1.
Wij worden in zonde ontvangen en geboren.
De toorn van God rust op ons. Wij kunnen alleen in Gods rijk binnenkomen door wedergeboorte.
'Dat leert ons de ondergang in en de besprenkeling met het water'.
In Johannes 3:36 zien we dat we aan de toorn van God ontkomen door geloof.
En in datzelfde hoofdstuk leert Jezus aan Nicodemus, dat wij opnieuw geboren moeten worden.
Daartoe zijn baby's niet in staat.
In het formulier wordt gezegd, dat wij ons voor God moeten verootmoedigen, een afkeer van de zonde hebben en de zaligheid buiten ons zelf zoeken.
2.
De doop is teken en zegel dat onze zonden afgewassen zijn.
We worden opgenomen in het eeuwige verbond van genade, we worden kinderen en erfgenamen van God. Hij zorgt voor ons, weert het kwade van ons of keert het ten goede.
De doop is teken en zegel dat we in Jezus' bloed gewassen en gereinigd zijn en dat wij inbegrepen zijn in zijn dood en opstanding. We worden rechtvaardig voor God gerekend.
Vanaf de besprenkeling met water zijn wij voor God rein gewassen van onze zonden, rechtvaardig, opgenomen in Gods genadeverbond. Wij zijn kinderen en erfgenamen.
Maar....toch alleen door het geloof?
In de doop verzekert de heilige Geest dat hij in ons wil wonen en ons heiligen wil tot leden van Christus.
3.
Door de doop worden wij opgeroepen tot nieuwe gehoorzaamheid, zeg: levensheiliging.
Het formulier erkent dat onze kleine kinderen dit niet begrijpen.
Maar ja, zonder het te weten hebben ze wel deel aan het oordeel over Adam. En zonder het te weten hebben ze deel aan de genade in Christus.
God sloot in Genesis 17:7 een eeuwig verbond met Abraham en zijn nageslacht. En Petrus zegt op de Pinksterdag dat de belofte geldt voor u en uw nageslacht en voor allen die verre zijn (Handelingen 2:39).
God liet in Israël de kinderen, pardon de jongetjes, besnijden als teken en zegel van het verbond en van de gerechtigheid uit het geloof en Jezus heeft de kinderen omhelsd, de handen opgelegd en gezegend.
Omdat (onder het nieuwe verbond) de doop in plaats van de besnijdenis gekomen is, behoort men de kleine kinderen als erfgenamen van het rijk van God en van zijn verbond te dopen.
Ik lees zo'n formulier met stijgende verbazing.
Er is ooit geleerd, dat men gedoopte kinderen voor wedergeborenen moest houden totdat het tegendeel bleek.
Als baby's en kleine kinderen door de doop deel hebben aan Gods genadeverbond, als zij deel hebben aan de uitwerking van Jezus' volbrachte werk der verlossing en verzoening, de heilige Geest in hen woont en werkt, waarom mogen kinderen in de gemeente van Jezus Christus niet deelnemen aan het Avondmaal?
Waarom moet er dan een moment komen waarop zij zélf een jawoord geven?
Waarom krijg je na het afleggen van je geloofsbelijdenis pas toegang tot het heilig Avondmaal?
Waarom moet je in de openbare geloofsbelijdenis de doop die je als baby ondergaan hebt, bevestigen?
In de kerkgeschiedenis is een grote fout gemaakt.
Niet God heeft de zuigelingendoop ingesteld, maar mensen.
Joodse jongetjes werden op de 8e dag besneden en in het verbond van God met Abraham opgenomen.
In de toelichting op het doopformulier wordt vermeld dat de kerk de verdenking op zich geladen heeft in de vervangingstheologie te geloven.
Het is een leugen dat de zuigelingendoop in de plaats van de besnijdenis gekomen is. En de toevoeging 'onder het nieuwe verbond' is bedriegelijk.
Eeuwenlang geloofde men werkelijk dat God vanwege Israëls moordaanslag op Jezus de Christus vervloekt was. Dat de christelijke kerk in plaats van Israël gekomen was, als het nieuwe Godsvolk.
De kerk als nieuw verbondsvolk. Hoe word je lid van dat volk door de zuigelingendoop. Overigens: waarom worden dan ook meisjes gedoopt? Uit mijn jeugd herinner ik mij dat in de Gereformeerde Kerken (Synodaal) baby's op de eerste zondag na hun geboorte gedoopt moesten worden. Moeders ontbraken bij de doop van hun kleinen. Ook in de Rooms-Katholieke Kerk was haast geboden.
Ongedoopte kinderen zouden verloren gaan.
Echt, ik spreek de waarheid. In de jaren van mijn jeugd, de jaren '50 en '60 van de vorige eeuw waren deze gedachten springlevend.
Ik kan het niet helpen, maar vandaag de dag wordt in doopdiensten nog altijd Psalm 105 vers 5 gezongen. Nog steeds wordt gesuggereerd dat onze kinderen door de doop worden opgenomen in het verbond van Abraham en zijn nageslacht.
"'t Verbond met Abraham zijn vrind, bevestigt Hij van kind tot kind".
Wij zijn géén biologische kinderen van Abraham, Izaak en Jakob. De belofte aan Abraham betrof een talrijk nageslacht, een eigen land en zijn Nazaat tot een zegen voor alle volkeren op aarde. En dat is Jezus, de zoon van Abraham. En nog altijd worden de Israëlische jongetjes besneden.
Het nieuwe verbond is ingegaan ná de instellingswoorden van Jezus bij het Eerste Avondmaal op Witte Donderdag: "Deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed". Dat nieuwe verbond geldt Joden en niet-Joden die voor hun verlossing, verzoening en vergeving en vernieuwing vertrouwen op Jezus Messias, die de zonde der wereld de wereld uitgedragen heeft.
Die vertrouwen op het volbrachte werk van Jezus.
Er zijn twee kenmerken van dat nieuwe verbond:
1. God zal onze zonden vergeven en nooit meer gedenken;
2. God zal door zijn heilige Geest zijn wetten in ons hart schrijven.
Lees: Jeremia 31:31-34 en Hebreeën 10:16-17.
Vanaf het Pinksterfeest in Handelingen 2 ontvangt elke gelovige in Christus de inwonende heilige Geest.
En onder het nieuwe verbond is de doop door onderdompeling alléén bedoelt als geloofsbelijdenis.
Onze kinderen mogen we in Jezus' naam omarmen, de handen opleggen en zegenen. Ze zijn geheiligd in hun gelovige ouders.
Er kán dus nooit sprake zijn van 'overdoop'.
Er is geen instelling van de kinderdoop in de Schrift te vinden. Wél van de geloofsdoop, niét van de kinderdoop. Ook al is het eeuwenlang gebruikelijk, heeft de traditie ons dit overgeleverd.
Ik heb met vele ouders gesproken over het waarom van de kinderdoop.
Voor vele ouders is dit de achterliggende gedachte:
1. Wij hebben ons kind van God gekregen. Het is een kostbaar geschenk en we voelen een enorme verantwoordelijkheid.
2. Wij verlangen ernaar te erkennen dat ons kind door God gegeven is en willen het als het ware aan Hem teruggeven.
3. We verlangen naar Gods zegen over ons kind en over ons als ouders, dat wij in staat zijn het naar Gods wil op te voeden.
Dáárom dragen we in evangelische kerken de pasgeborenen op aan God, omarmen het, leggen het de handen op en zegenen we het. Tevens bidden wij om een zegen over de ouders.
We doen hetzelfde, zonder het kind te besprenkelen met water.
Weet je wie overdoopte?
Paulus in Handelingen 19.
Hij ontmoet leerlingen van Johannes de Doper, maar mist iets bij hen. 'Hebben jullie toen jullie tot geloof kwamen de heilige Geest ontvangen?' Want dát is gebruikelijk. Zij geven te kennen dat ze de heilige Geest niet kennen. Ze zijn wel gedoopt om zich op Jezus' komst voor te bereiden, maar kennen het volbrachte werk van Jezus niet en dat je als christen de heilige Geest ontvangt en dus legt Paulus het hun uit en doopt hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Dát was een overdoop.
Lieve lezers, wat beoog ik met het schrijven van deze serie?
Gaat het mij om het hervatten van de oorlog tussen kinderdopers en volwassendopers?
Nee!
Ondanks dat ik van mening verschil heb ik respect voor ouders die hun pasgeborenen laten dopen. Ik woon deze diensten bij, al zing ik Psalm 105:5 niet mee.
Ik bid voor ouders en kinderen en na afloop feliciteer ik de doopouders.
Ik was j.l. zondag bij de belijdenisdienst in onze gemeente. Het is geweldig dat jonge mensen uitkomen voor hun persoonlijk geloof in Jezus Christus die hen met God verzoend heeft.
En na afloop feliciteer ik hen en wens hen Gods zegen toe en ik groet en zegen onze predikanten.
Maar wat ik op fb altijd doe sinds 2009 en wat ik als predikant altijd heb gedaan is jullie bewust maken van dit feit: waarom geloven we wat we geloven én waarom doen we wat we doen?
Wat zegt de bijbel nu werkelijk over diverse onderwerpen?
Voor mij is de Schrift duidelijk, overduidelijk.
Vanaf Johannes de Doper, Jezus, de leerlingen, Paulus worden alleen mannen en vrouwen gedoopt, ondergedompeld, die een bewuste keuze maken, die een persoonlijke bekering hebben doorgemaakt.
De doop is voor hen allen een geloofsbelijdenis.
Ook een jongen of meisje die tiener is kan deze geloofsovertuiging hebben, duidelijk bij Jezus horen en kunnen ook gedoopt worden. Ik spreek dan ook liever niet over volwassendoop maar over de geloofsdoop.
Ik vind het buitengewoon hooghartig dat we in onze Nederlandse traditionele kerken zo moeilijk doen over mensen die tot persoonlijk geloof gekomen zijn en weigeren hen te dopen door onderdompeling.
En helemaal als je, ongevraagd, als zuigeling gedoopt bent.
De voorzieningen zijn er niet. Ooit bouwde men kerken met een baptisterium, een doopbassin.
Die kerkgebouwen zijn er bij de Baptisten of bij de Pinkstergemeenten.
In Delft (Nieuwe Kerk) leende men een opblaasbaar doopbassin van een andere gemeente en doopte de toenmalige predikant een gemeentelid dat tot geloof gekomen was en door onderdompeling gedoopt wilde worden en dat gebeurde.
Hier in Den Haag Oost gebeurt het in een Gereformeerde Kerk.
Ik kan niet begrijpen dat in orthodox-reformatorische kerken waar men het Sola Scriptura hoog in het vaandel heeft staan men de traditie boven de Schrift stelt.
Er worden in jullie midden preken gelezen van Spurgeon, en boeken gelezen van Bunyan, Reformatorische Baptistenpredikanten.
Ik pleit voor het mogelijk maken van twee opties:
1. Het 'dopen' van zuigelingen en onmondige kinderen gevolgd door een openbare geloofsbelijdenis.
2. De kinderzegening gevolgd door de geloofsbelijdenis in de doop door onderdompeling.
In 1949 ben ik door mijn ouders in de Nieuwe Kerk in Delft gebracht om met water besprenkeld te worden door ds.G.van Hoegee. In 1969 kwam ik door Gods genade tot persoonlijk geloof en overgave in/aan Christus.
In 1972 heb ik openbare geloofsbelijdenis afgelegd in de Franstalige Hervormde Kerk in Seraing (Luik) in de doop door onderdompeling.
Mijn ouders waren daarbij en verheugden zich.
Later kwamen ook zij tot persoonlijk geloof en hebben zich ook door onderdompeling laten dopen in een zwembad in een dienst van de Pinkstergemeente in Delft.
Nogmaals: een ieder zij in zijn of haar gemoed ten volle verzekerd.
Ik zal iemand die als kind gedoopt is nóóit zeggen dat ze gedoopt moeten worden door onderdompeling.
En al mijn vrienden en vriendinnen weten dat ik hen respecteer, ook alle predikanten en priesters.
Ik deel datgene wat ik zelf leer uit de Schriften.
We vervolgen nog met de betekenis die de waterdoop volgens de brieven van de apostelen heeft.

(wordt vervolgd)

Peter Gerrets.




DE WATERDOOP IN HET LICHT VAN GOEDE VRIJDAG EN PASEN (9).


Dank voor alle reacties tot nu toe én de vragen die gesteld zijn.
De apostel Paulus schrijft in zijn onovertroffen Romeinenbrief zijn 'theologie van de waterdoop'. We besteden aandacht aan hoofdstuk 6.
Ik volg de Naardense Bijbel.
6:3
"Of is het u onbekend dat wij allen die in Christus Jezus zijn gedompeld (gedoopt door onderdompeling), in zijn dood gedompeld zijn?"
6:4
"Dus zijn wij met hem begraven door de dompeling in de dood, opdat zoals Christus uit de doden is opgewekt, door de glorie van de Vader, zo ook wij in vernieuwing van leven zullen wandelen".
De waterdoop staat voor het lijden, sterven en begraven worden van Christus en zijn verrijzenis, zijn opstanding. Jezus was ná de opstanding ánders dan daarvoor. De tekenen van zijn lijden waren aanwezig, zijn stem was dezelfde, maar zijn lichaam had andere mogelijkheden dan vóór zijn dood.
Welnu in de waterdoop, de onderdompeling in water, wordt zichtbaar wat er met ons gebeurt. Ik belijd dat Jezus voor mij deze weg van de graankorrel moest gaan om vrucht voort te brengen. Dat Jezus op geen enkele andere manier mij met God had kunnen verzoenen.
Zodra ik in het doopwater stap verklaar ik mij één met mijn Heiland, solidair met Hem, in Hem ben ik gestorven en begraven en mag ik vanwege Gods genade opstaan, om mijn leven ánders voort te zetten dankzij de glorie van God.
6:5
"Want als wij een medeplanting zijn geworden in de gelijkheid aan hem in zijn dood, dan zullen wij het ook zijn in zijn opstanding".
Eén plant met Hem worden in zijn dood leidt tot éénheid met Hem in zijn opstanding.
Dit drukt grote verbondenheid, éénheid uit met Christus. In Hem stierf ik, werd ik begraven, sta ik op. In de waterdoop belijd ik dít persoonlijke geloof. Hij vereenzelvigde zich met mij in zijn dood, zijn begrafenis en opstanding. In de doop vereenzelvig ik mij met Hem. Ik ga onder en ik sta op.
6:6
"Nu wij dít weten dat ons oude-mens zijn medegekruisigd is opdat aan het lichaam van de zonde buiten werking wordt gesteld en wij niet meer dienstbaar zijn aan de zonde...".
Dít mogen wij nu wéten, beseffen, ons realiseren:
ons oude-mens zijn is met Jezus gekruisigd, gestorven.
Wat is dat? Ons oude-menszijn? Dat is: ons leven vanaf de verwekking, de geboorte totdat wij tot geloof in Christus kwamen. Dat is: ons leven zonder Christus. Ons leven waarover wij zelf de regie hadden. Ons leven geleid door onze instincten, passies, hartstochten en driften, misschien wel een fatsoenlijk religieus leven, maar een leven dat beheerst werd door onze wil en niet Gods wil. In zijn kruisiging nam Jezus dát leven mee in zijn dood.
Die mens-zonder-God is samen met Christus gestorven.
Het is een bizarre vergelijking.
Maar een lijk reageert op geen enkele prikkel meer.
Reageert niet meer op verleiding tot het kwaad.
6:7
"Want wie gestorven is, is rechtens vrijgesproken van de zonde".
Wie dood verklaard is, is volgens het recht tot niets meer verplicht.
De dode hoeft niet voor de rechtbank te verschijnen, geen straf meer uitzitten, krijgt geen belastingaanslag.
Is tot niets meer in staat.
Machteloos. Niet meer in staat misdaden te plegen.
Valt niet meer onder de rechtspraak. Die mens is op een legale manier aan de schuld, aan het oordeel ontkomen. Is vrijgesproken.
6:8
"Als wij met Christus begraven zijn, geloven wij dat wij ook met hem leven".
6:9
"Wetend dat Christus, opgewekt uit de doden niet meer sterft,- de dood is geen heer meer over hem".
Christus heeft in zijn dood mijn oude-mens zijn meegenomen. In de doop verklaar ik mij één met Hem. Ik bevestig het oordeel over mijn leven van voorheen. Maar Christus is opgestaan, dus ben ik met Hem opgestaan.
En in mijn doop mag ik weten dat ik ook uit het water verrijzen mag.
Christus stierf één keer en ontkwam aan de heerschappij van de dood.
Ook over mij zal de dood niet heersen.
Zeker, hier op deze onvolmaakte aarde, zal ik hoogst waarschijnlijk lichamelijk sterven, maar nooit geestelijk sterven.
Mijn ziel en geest zullen altijd in Gods nabijheid verkeren.
6:10
"Want sinds hij gestorven is, is hij gestorven voor de zonde,- ééns en voor al; sinds hij leeft, leeft hij voor God".
Het offer van Christus is éénmalig en is voor altijd voldoende. Dat offer kan niet herhaald worden.
Volbracht is volbracht.
Voldaan is voldaan.
Betaald is betaald.
De boze, de zonde, de dood heeft niets meer te eisen. Christus is opgestaan en leeft voor Gods aangezicht.
6:11
"Zo ook gij: rekent ermee dat gij dood zijt voor de zonde maar levend voor God in Christus Jezus".
Dít gaat tegen ons menselijk ervaren in.
Ook in ons gedoopte leven ervaren we de prikkels, de verleidingen, de aanzuigende werking van het kwaad. Wij zijn niet uit het doopbassin gestapt als zondeloze mensen.
Maar voor God geldt Zijn realiteit, Zijn feit: jij bent dood, met jouw oude-menszijn is voorgoed afgerekend. Satan en zijn trawanten, de zonde en de dood kunnen aan jou geen eisen meer stellen, geen onbetaalde rekeningen meer voorhouden, jou niet aanklagen, voor het gerecht slepen, al jouw overtredingen zijn door het eens en voor altijd vergoten bloed uitgewist.
6:12
"Laat dan de zonde geen koning zijn in uw sterfelijke lichaam zodat ge gehoorzaamt aan de verlangens daarvan,
6:13
en stelt uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapenrusting van ongerechtigheid, maar stelt uzelf ter beschikking aan God, ú die uit de doden lééft en uw leden als wapenrusting van gerechtigheid aan God".
Paulus beschrijft radicaal hoe voor God de feiten zijn én voor ons.
Maar de werkelijkheid van God verschilt enorm van de belevingswereld van jullie en van mij.
Van God uit is ons oude-mens zijn voltooid verleden tijd. In en met Christus zijn wij gestorven.
En met een lijk kan de zonde niets. Niemand kan ooit nog iets van ons eisen.
In en met Christus zijn wij opgestaan uit de doden, wij leven.
Dus doe dan niet alsof de zonde nog steeds gezag over je uitoefent. Hij is geen koning, geen bevelhebber meer over onze sterfelijke lichamen.
Wij zijn geen willoze slaven die klakkeloos gehoor geven aan prikkels, passies, hartstochten, verlangens van ons lichaam.
Je bent in en met Christus verrezen om voor God te leven.
Dus stel jouw lichaam niet in dienst van die vroegere heerser. Integendeel stel jezelf als gedoopte christen ten dienste van God.
6:14
"Want de zonde zal geen heer over u zijn; want ge staat niet onder een wet maar onder genade".
In andere woorden: niet de zonde is koning, heerser over ons, en niet de wet die nog iets van ons eisen kan, nee wij, gedoopte christenen, staan onder het gezag van de genade.
6:15
"Wat krijgen we dan?- moeten wij zondigen omdat we niet onder een wet staan, maar onder genade? Dat zij verre!"
Meerdere malen heb ik in studies aangetoond dat wij, christenen, niet leven onder het gezag van de wet die aan Mozes gegeven is voor de biologische nazaten van Abraham, Izaak en Jakob.
En Jood en niet-Jood die geloven in het voor eens en voor altijd volbrachte werk van Christus en die dat geloof beleden hebben in de doop, staan niet meer onder het gezag van welke wet dan ook, behalve de wetten van het land waarin we leven.
Maar zó vaak worden ook aan mij de vraag gesteld: maar zonder wet wordt het toch een chaos, worden we toch losbandig?
Paulus krijgt te horen: zonder wet kunnen we volop zondigen, want we staan alleen maar onder de genade. Paulus zegt: Hoe kom je erbij?
6:16
"Weet ge dat niet: als ge uzelf aan iemand ter beschikking stelt en onderhorig, dat ge dan dienstknechten zijt van hem aan wie ge onderhorig zijt?- óf van zonde, wat leidt tot dood, óf van gehoorzaamheid, wat leidt tot gerechtigheid".
Paulus zegt heel simpel: als jij jezelf in dienst stelt van de zonde, dan ben je een slaaf van de zonde en eindig je in de dood.
Als jij jezelf in gehoorzaamheid aan God ter beschikking stelt, leidt dat tot gerechtigheid.
6:17
"Maar God zij dank: gij waart dienstknechten van de zonde maar zijt van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van onderricht waaraan ge u hebt overgegeven;
6:18
vrijgemaakt van de zonde zijt ge dienstbaar geworden aan de gerechtigheid".
Slotopmerkingen:
Het is geen eenvoudig bijbelgedeelte.
Dit is de betekenis van de doop door onderdompeling.
Er is geen baby die zo'n bewuste keuze maakt.
Die wéét heeft van het oude-mens zijn, van het slaaf zijn van de zonde, die de beslissing maakt, de keuze wie hij of zij wil dienen.
En na het lezen van Romeinen 6:1-18 begrijp ik nog minder van de zuigelingen- of kinderdoop.
Ik begrijp werkelijk niet waarop dit gebruik bijbels onderbouwd wordt.
Dan alleen maar op veronderstellingen en op de kerkelijke traditie.
De kinderzegen, ja!
Dat is wat Jezus deed.
De kinderdoop, nee!
Het is geen doop.
Ik kan het alleen maar zien als het opdragen van onze kleinen aan God en gebed voor de kleine en voor de ouders. De besprenkeling met water brengt verwarring.
Zorgt voor oneigenlijke problemen. Als iemand zich bewust aan Christus overgeeft in geloof en het verlangen heeft om in de doop belijdenis van het geloof af te leggen kán en mág dat niet. Dat is overdopen. Dat klopt niet.
Je bent als baby aan God opgedragen en gezegend, niet gedoopt. In de bijbel worden alleen gelovigen gedoopt. Daar zou alle vrijheid voor moeten zijn.
En nee, ik wil niemand kwetsen. De eeuwen door is er in onze kerken onderricht gegeven over de kinderdoop en deze gepraktiseerd.
En ik respecteer ieder die als kind gedoopt is en ouders die hun kleinen laten dopen. Ik zal nooit iemand overhalen om zich door onderdompeling te laten dopen.
Ik heb respect voor ieder van jullie, gelovige vrienden en vriendinnen en alle predikanten onder jullie.
Mijns inziens is de Schrift zo duidelijk, dat het niet te negeren valt.
Paulus schrijft: als je in het water stapt, staat dat water symbool voor de dood. Christus heeft in zijn lijden en sterven en opstanding jou en mij meegenomen. Nu ben ik tot geloof gekomen en wil ik belijdenis afleggen van wat ik geloof. Christus verklaarde zich één met ons. Nu verklaar ik mij in mijn doop één met Christus. Mijn leven-zonder-God sterft en wordt begraven in het water en ik mag door Gods genade opstaan uit het water. Het leven-zonder-God laat ik achter en ik sta op als een mens-met-God.
Ik erken het gezag van de zonde niet meer, ik erken alleen Gods gezag.
Ik zeg mijn dienst aan de zonde op en ik kom in dienst van God. Ik breek met mijn verleden en ik begin aan een nieuw avontuur met God.
Het gaat om een bewuste keuze, een bewuste beslissing.
Dat ontdekten we in deze serie: éérst geloof, daarna de doop.
Het is jammer dat wij alles uit elkaar gehaald hebben.
We zien in het Nieuwe Testament, dat mensen die tot geloof komen en daarna onmiddellijk gedoopt worden en dat hun de handen worden opgelegd om de heilige Geest te ontvangen.
De waterdoop in het licht van Goede Vrijdag en Pasen.
Romeinen 6 beschrijft dat dopen sterven is, begraven worden (Goede Vrijdag) én opstaan (Pasen).
Morgen hoop ik de laatste studie te schrijven over andere betekenissen die nog genoemd worden in de apostolische brieven.

(wordt vervolgd)

Peter Gerrets.



DE WATERDOOP IN HET LICHT VAN GOEDE VRIJDAG EN PASEN (10).


Het ging mij in deze serie over de doop om de volgende vragen, die ik me bij andere thema's ook stel:
1. Waarom doen we in de kerk wat we doen?
2. Is wat we doen in overeenstemming met de bijbel?
We hebben gesproken over de proselietendoop, of de bekeerlingendoop.
Die werd toegepast als een niet-Jood zich bij het volk van Israël wilde aansluiten.
We spraken over de boodschap en de toepassing van de doop van/bij Johannes de Doper.
De betekenis van de doop van Jezus en de opdracht die hij aan de leerlingen geeft om het evangelie te verkondigen en om gelovigen te dopen.
We volgden de dooppraktijken in het boek Handelingen en vers voor vers bespraken we Romeinen 6:1-18 waarin Paulus uitlegt wat de doop betekent: één worden met het sterven, begraven worden van Jezus op Goede Vrijdag en het dank zij zijn kruisdood mogen verrijzen op de éérste Paasmorgen. Zo belijden we voor velen dat wij in de doop ondergaan en opstaan. In het uiterlijke teken geven we weer wat er innerlijk met ons gebeurd is.
De christelijke doop door onderdompeling is dé eigenlijke openbare geloofsbelijdenis.
Paulus spreekt in Galaten 3:27 (Naardense Bijbel)
"Want gij allen die tot eenheid met Christus zijt gedoopt hebt u bekleed met Christus".
Dit is bij Paulus een telkens terugkerend thema.
Ons oude-mens zijn is met Christus gekruisigd en begraven. Zie je op Goede Vrijdag een kruis, misschien een kruisbeeld waaraan Christus hangt, dan zie je Jezus Christus plaatsvervangend voor jou het verschrikkelijke oordeel van God ondergaan. Paulus benadrukt dat Jezus daar hangt, maar dat jouw oude-mens zijn daar tegelijkertijd hangt, lijdt, sterft, van het kruis wordt afgenomen en begraven in het graf van Jozef van Arimathea. Dat is de doop door onderdompeling, ondergaan in de dood van Christus. God de Vader heeft dit offer aanvaard.
Op Pasen stond niet de 'oude' Jezus op. Dit klinkt vreemd. Hij sprak met dezelfde stem, de littekens van de nagels door zijn handen en voeten en het litteken in zijn zij waar een Romeinse soldaat hem met een speer het hart doorboorde waren zichtbaar en tastbaar aanwezig. Toch had hij een verheerlijkt lichaam. Hij kon zich anders verplaatsen dan vóór de kruisiging. Terwijl ramen en deuren gesloten waren, kon hij toch in de zaal komen waar de leerlingen bijeen waren. Aan de andere kant at hij brood, dronk wijn, bakte vis.
In het doopwater laten wij ons oude-mens zijn achter, wij komen uit het doopwater als nieuwe mensen. We zijn dezelfde mensen, hebben geen verheerlijkt lichaam, maar wij staan op en dragen Christus' gerechtigheid als een mantel.
Wij staan nu in dienst van God. Wij leven voor God.
Vrij van welk oordeel ook.
En allen die gedoopt zijn, hoe verschillend ook, staan op met diezelfde mantel van Christus.
Of je nu Jood bent of Griek, of je nu slaaf bent of meester, of je nu man bent of vrouw.
Alle verschillen wat ras, nationaliteit, maatschappelijke positie of sekse betreft vallen weg. We zijn voor God één in Christus Jezus.
We dragen allemaal de mantel van Christus' gerechtigheid.
De apostel Petrus schrijft in 1 Petrus 3:20-21 ook over de doop.
Petrus vertelt over die verschrikkelijke tijd vóór de zondvloed. Noach bouwde op het droge zijn schip, zijn ark. Die bouw van de ark was op zich al een prediking. Het oordeel komt. De vloed. Maar de mensen van die dagen lachten Noach uit. Een schip bouwen terwijl er in de wijde omtrek geen water was. God gaf genadetijd, maar niemand liet zich overtuigen.
Uiteindelijk is de vrouw van Noach, de drie zonen en hun vrouwen en als laatste Noach ingestapt, slechts 8 volwassenen.
God sloot de deur. Toen kwamen de dagen, weken, maanden lange stortbuien.
Iedereen verdronk mens en dier. Maar die ark dreef op die watervloed, op dat onstuimige water. Denk erom het was geen kalme zee. Ze werden weliswaar gered, maar het was kantje boord. Wat zal dat schip heen en weer geslagen zijn, in peilloze diepten, en hoog op de golven. Gered door de oordeelswateren heen.
De onderdompeling, schrijft Petrus in :21, lijkt daarop. De doop is niet een vluchtig wassen van vuile handen, maar een doortocht door het oordeel heen, een gebed, een schreeuw om een gereinigd geweten.
De ark van Noach was geen plezierjacht. Het was geen pleziervaart over de Loosdrechtse Plassen.
Een schip met dieren en maar 8 mensen die weliswaar bewaard bleven, maar kantje boord.
We gaan het doopwater in, maar niet om een bad te nemen, maar om dwars door het oordeel heen te gaan. Ondergaan en Godzijdank opstaan.
De doop als gebed om de reiniging van ons geweten.
Het leven ná de doop zal een leven in dienst van God zijn.
Geloof alléén behoudt ons.
Maar de bijbelse doop betekent méér dan de hoeveelheid water.
De doop is een belevenis die je niet gauw vergeet.
Want aan den lijve ervaar je het ondergaan en de opstanding. De breuk met vroeger. Het ingaan van een nieuwe richting.
Vurig hoop en bid ik dat velen zullen onderzoeken of deze dingen alzo zijn.
Onderzoek de Schriften.
O, ik verlang dat er theologen, predikanten zijn en gemeenteleden, gelovigen die hierin Jezus willen volgen, de leerlingen van Jezus, Paulus en Petrus.
Ten overvloede:
Ik respecteer de overtuiging die jij hebt.
Ik haal niemand over.
Studeer zelf, vraag God zélf wat voor jou Zijn weg hierin is.
En eigenlijk vind ik dat in onze traditionele kerken er ruimte komt om op deze wijze geloofsbelijdenis te doen.


Peter Gerrets.
want wij hebben hier geen blijvende stad
maar zoeken de toekomende

De Heere Jezus zegt;
"Wie in Mij gelooft zal Hét Eeuwige Leven ontvangen"

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2484
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 01 okt 2017 11:21

UIT EEN PASTORALE BRIEF


"Vandaag nog veel nagedacht over ons gesprek gisterenavond.
Over de onbarmhartigheid van de wet. De wreedheid.
De meedogenloosheid.
Zo is de wet van Mozes nooit bedoeld, maar door de uitleg van de schriftgeleerden wel geworden.
Het lijkt wel in onze genen te zitten.
Die wet van Mozes is nooit aan niet-Joden gegeven, alleen aan Israël, de biologische nazaten van Abraham, Izaak en Jakob.
Vaak wordt vergeten dat er vanaf Adam tot Mozes geen wet was.
Dát was het tijdperk van geloof. Abraham werd door God rechtvaardig verklaard op grond van zijn vertrouwen op Gods beloften.
Pas ná de exodus gaf God de wet. De nakomelingen waren 430 jaar in Egypte geweest, Egypte met zijn afgoden, wetten, regels.
Het volk is verlost en God openbaart zich op de Sinaï.
Tijdens de reis moet het volk leren wie zij zelf zijn en wie hun God is.
Die wet (de boeken Genesis t/m Deuteronomium) is 'tijdelijk' gegeven. Geen beter middel om aan het licht te brengen dat we zonder verlosser voor God niet kunnen bestaan.
In de Galatenbrief wordt gezegd dat die wet de functie had van tuchtmeester. In het Grieks: paidagogos. Een slaaf die verantwoordelijk was voor de kinderen van hun meester. Die paidagogos (pedagoog) moest elke dag de kinderen naar school brengen. Dáár moest hij de kinderen overgeven aan de leraar. Paulus schrijft, dat die leraar Christus is.
Zodra die slaaf de kinderen overhandigd heeft aan de leraar, is hij er niet meer verantwoordelijk voor.
En de kinderen vallen onder de verantwoordelijkheid van die leraar Christus.
Zodra er heidenen tot geloof in Christus komen, proberen de Joodse gelovigen hen de wet van Mozes op te leggen, keer op keer op keer.
Daarom gaan Paulus en Barnabas naar Jeruzalem om deze kwestie te bespreken.
En dan krijgen ze een brief mee, waarin van de gelovigen uit de heidenen gevraagd wordt:
1. Te breken met de afgoden.
2. Geen ontucht te plegen.
3. Geen bloed te gebruiken.
4. Geen vlees te eten van een dier dat door verstikking om het leven is gekomen.
Niets over de sabbat, niets over de besnijdenis, niets over Joodse feestdagen, niets over de spijswetten.
Waarom dan teruggrijpen naar een wet die nooit aan ons is gegeven?
Waarom teruggrijpen naar een wet die in Christus volbracht is?
Die óns niet geldt?
Het verkeerde idee is ontstaan dat God Israël na de kruisiging van Jezus heeft afgeschreven en afgewezen. De Joden waren immers de godsmoordenaars.
De kerk is in plaats van Israël gekomen. Wij zijn het nieuwe Israël. Alle zegeningen en beloften zijn voor ons. Alle vloeken voor de Joden.
In kerkelijke geschriften vinden we dat de zondag i.p.v. de sabbat is gekomen en de kinderdoop i.p.v. de besnijdenis.
Eeuwenlang is Israël genegeerd, afgewezen, zelfs vervolgd.
In Romeinen 9, 10 en 11 rekent Paulus hiermee af.
Israël heeft nog wel degelijk een plaats in Gods plan.
Vanuit de gedachte, dat wij Israël zijn, worden de Tien Geboden voorgelezen.
En selecteert men teksten uit de eerste vijf boeken van Mozes die men geldig vindt voor vandaag.
Ná Christus keren we terug naar het tijdperk van het geloof. God geeft IN elke gelovige de heilige Geest die aan ons hart bekend maakt wat God wel en wat God niet van ons vraagt.
God schrijft zijn wet in ons hart, zodat we van harte gaan doen wat Hij van ons vraagt. Dat is het kenmerk van het nieuwe verbond.
Het gaat niet meer om uiterlijke regels, uitwendige gebruiken, uiterlijke gehoorzaamheid, maar om innerlijke, hartelijke gehoorzaamheid.
In Nederland heeft men zich de eeuwen door beschouwd als het nieuwe Israël.
De mens heeft regels, wetten, geboden en verboden nodig zwart-op-wit, in steen gebeiteld.
Gehoorzaamheid wordt beloond.
Ongehoorzaamheid wordt bestraft.
Het: Eert uw vader en uw moeder is vaak misbruikt om van kinderen het onmogelijke te eisen.
Ouders willen hun kinderen een betere opvoeding geven dan zij zelf ontvangen hebben, hun kinderen moeten iets bereiken dat zij nooit bereikt hebben.
Onze opvoeding, onderwijs, maatschappij is gericht op presteren en produceren en belonen.
Alles moeten wij verdienen.
Het woord beloning en verdienste, salaris en bonus past vlekkeloos bij onze maatschappij.
Al wie ziek is, fysiek, psychisch, gehandicapt, levert geen bijdrage.
Kost geld.
Allen die werken leveren tenminste een positieve bijdrage aan de maatschappij en worden beloond.
Het bijbelse woord, begrip: GENADE ontbreekt.
Dat begrip staat op gespannen voet met onze samenleving, onze maatschappij, ons normen- en waardenpatroon.
Van jongs af aan wordt er iets van ons verwacht.
Ouders hebben een verwachtingspatroon van jou en mij.
Er is eigenlijk weinig ruimte voor ons eigen verwachtingspatroon.
Ouders stippelen graag onze toekomst uit.
Onze eigen wensen, daar is vaak weinig ruimte voor.
In onze gezinnen heerst een bepaald normen- en waardenpatroon.
We proberen er aan te voldoen of gaan er recht tegenin.
Bovendien leggen we zelf onze eigen maatstaven aan. Vaak ligt onze lat veel te hoog.
Bij jou en mij komt er perfectionisme bij.
Vanaf onze kinderjaren tot in het heden zijn we tegen de muur opgedonderd van normen, waarden, regels, wetten van ouders, van school, van onszelf, van de kerk, van God.
Voortdurend hebben we gefaald.
Met alle kracht die fysiek en mentaal in ons was, hebben we geprobeerd te voldoen, maar het is ons niet gelukt.
Liefde, waardering, respect, knuffel, liefdevolle aanraking ontbrak.
Van ouders, opvoeders, leraren, van God, van onszelf.
We waren nodig als iemand ons kon gebruiken. Voor een tijdje en dan was het over.
Ik ging voor de hoogste scores, voor het perfecte werk, voor een tomeloze inzet. Met uitputting tot gevolg. Zó probeerde ik mijn geheime zonde te compenseren. Keihard werken voor God.
Ik kreeg dwangneuroses: straatvrees, controledwang (mijn hele huis eindeloos controleren: gas, licht, of alles goed afgesloten was).
Ik was bang dat er ooit een notitie gevonden werd waarop iets belastends stond.
En alles wat onvolmaakt in mij was, haatte ik.
Voor iedereen was er genade, vergeving, een nieuwe kans, niet voor mij.
Hoe kun je nou een onvolmaakt lichaam aanvaarden? Hoe kun je nou zonden accepteren?
Even sorry zeggen en dan verder gaan, dat is te makkelijk.
Ze hebben me gewaarschuwd: jij bent een kaars die aan twee kanten brandt.
Die controledwang en die straatvrees zijn pas verdwenen toen ik iemand in vertrouwen nam. Een goede vriend. Het is een heel proces geweest, maar op een dag durfde ik over straat. Gesprekken en gebeden met een betrouwbare vriend.
Pas de laatste 20 jaar heb ik mij verdiept in de verhouding wet - genade.
Daardoor ben ik mezelf gaan begrijpen. En heb ik het voor 100% volbrachte werk van Jezus Christus leren omhelzen.
Toen mijn geaardheid aan het licht kwam, was ik ervan overtuigd dat ik voor God en mensen totaal mislukt was. Ik had er niets van terechtgebracht.
Dan sta je met je rug tegen de muur. Je kunt nergens op terugvallen.
Alleen nog op Jezus.
Toen ik in 2002/2003 zeer ernstig ziek werd, vanwege een chronische buikvliesontsteking en alle complicaties, dacht ik: God straft mij nu voor al mijn zonden. Ik kon geen contact meer krijgen.
Ik was fysiek en psychisch een wrak. Eindelijk: mijn verdiende loon.
Maar ik kwam er weer bovenop.
Ik schrijf je, omdat opgroeien zonder oprechte liefde en waardering niet om wat jij presteert, maar om wie jij bent, zoveel schade doet. Je hebt geen liefde voor jezelf. Geen goed zelfbeeld.
Perfectionisme brengt je aan het uiterste van jouw kunnen, fysiek en psychisch.
Om het iedereen naar de zin te maken: mensen, vrienden, partner, kerk en God vergt het uiterste.
God brengt velen tot het punt waarop ze beseffen: ik kan het niet volbrengen.
Velen lopen stuk op een muur.
Eer zij, wij, jij en ik beseffen dat God ons hoe dan ook liefheeft, ondanks ons voortdurende falen.
Hij weet hoe wij gemaakt zijn.
En hij sluit ons in zijn armen en openbaart ons wat nu werkelijk genade is.
Letterlijk in het Grieks: een daad van God die grote blijdschap veroorzaakt.
Een onverwachte daad, een onverdiende daad.
Jezus vertelt: Er is een koning. Hij heeft een slaaf die hem € 800.000,- schuldig is. Hij scheldt hem die schuld kwijt. Je verwacht dat hij dansend het paleis verlaat. Op straat ontmoet hij een collega, die hem € 8,- schuldig is. Hij grijpt hem bij de strot, brengt hem voor het gerecht en laat hem opsluiten. De koning wordt woest en roept hem ter verantwoording en veroordeelt hem alsnog.
Zolang jij en ik niet beseffen wat ons om Jezus' wil is kwijtgescholden, blijven we anderen om peanuts aanklagen.
Soms heb je andere mensen nodig om te leren wat liefde is. In de genadevolle houding die ze tegenover jou innemen.
Lieve vriend, alles wat jij tot nu toe meegemaakt hebt, kan het begin worden van een totaal ander leven.
'Er is GEEN veroordeling meer voor hen, die in Christus Jezus zijn' (Romeinen 8:1)".

Emeritus predikant dhr p Gerrets
want wij hebben hier geen blijvende stad
maar zoeken de toekomende

De Heere Jezus zegt;
"Wie in Mij gelooft zal Hét Eeuwige Leven ontvangen"

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2484
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 06 okt 2017 11:02

ER IS MEER (1).


Volgend weekend organiseert het Evangelisch Werkverband een conferentie over het thema: THERE IS MORE.
Er is meer!
Zoals de meesten onder jullie weten ben ik nu 68 jaar. Op mijn 19e kwam ik tot een bewuste geloofsovergave aan God, nam ik de beslissing 'achter Jezus aan te komen'.
Op 31 maart 1969.
Ik kom uit een gewoon Hervormd gezin.
Destijds 'midden-orthodox' genoemd.
In Hervormd Delft waren de spanningen tussen de verschillende modaliteiten vlijmscherp.
Door een middelbare schoolvriend kwam ik terecht in de Christelijk Gereformeerde Gemeente in Nederland. Een afsplitsing van de Christelijke Gereformeerde Kerk.
Zo kwam ik als 13-jarige terecht in de orthodoxie. Deze gemeente had een predikant ds. J.G. van Minnen. Bevindelijke preken. Zeer ernstige preken
De ene week ds. van Minnen, de andere week de zwaarste Bondsgemeente.
Er kwamen bij mij vragen op die ik mezelf nooit gesteld had:
Ben ik uitverkoren tot behoud?
Hoe weet ik dat ik uitverkoren ben?
Heeft God van tevoren bepaald dat er een groep mensen is die verloren moet gaan?
Is Jezus alleen voor de uitverkorenen gestorven?
Hoe kan ik behouden worden?
Eerder schreef ik: ik groeide kerkelijk op in de sfeer van de dood, er heerste in deze gemeenten een rouwsfeer. Kledingcode: zwart. Bij die schoolvriend thuis lazen we elkaar preken van de oudvaders voor.
Ik was 14/15 jaar.
Ik leefde onder doodsdreiging.
Ondertussen ontwikkelden zich bij mij vanaf mijn 7e homoseksuele verlangens.
Ik was een door en door vrome jongen met een oprecht verlangen naar God, maar aan de andere kant waren er verlangens en gevoelens die er van de Here niet mochten zijn. Waarover ik met niemand kon of durfde praten.
Eén ding wist ik: ik was bestemd voor het oordeel. Op mijn 18e stortte ik in.
Verloren!
Ik hunkerde naar God. Maar Hij was onbereikbaar. Een maand moest ik bedrust houden. Op de avond van Biddag voor Gewas en Arbeid in 1969 beluisterde ik op mijn transistorradiootje een kerkdienst vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerk in Aalten over Marcus 8:34 "Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, neme zijn kruis op en volge Mij".
Voor het éérst hoorde ik Jezus vragen: "Peter, wil jij achter Mij komen?"
Voor het éérst begreep ik dat ik Jezus moest antwoorden. Die vraag was mij in de kerk nooit gesteld.
Op die vraag gaf ik na veel innerlijke strijd op 31 maart 1969 antwoord met: "Ja".
Destijds zijn hele volksstammen opgegroeid zonder geloofszekerheid.
Zonder een ruim aanbod van genade.
Denk niet, dat ik na mijn ja-woord opgesprongen ben van blijdschap.
Ik was misschien aan de hel ontkomen, ik had de Here al mijn zonden beleden en Hij nam duidelijk het roer over.
Ik kreeg een roeping om predikant te worden.
De vraag tot op de dag van vandaag is: "Hoe kan God nou iemand roepen die totaal ongeschikt is om zo'n taak uit te oefenen?" En ik zeg er nadrukkelijk bij: het waren de jaren '60 van de vorige eeuw en niet ónze tegenwoordige tijd.
In christelijke kring was het not done om over seksualiteit, laat staan homoseksualiteit te spreken.
En als er over dit onderwerp door ds. Alje Klamer op de radio gesproken werd bij de IKOR, dan werd die radio afgezet.
Je was 'van de verkeerde kant'.
"Hoe kan God iemand 'van de verkeerde kant' roepen?"
Ik kwam in contact met predikanten die intensief bezig waren met gebed, voorbede, reveil, de dienst der genezing, met de interkerkelijke stichting De Oase.
Ik raakte gefascineerd door de preken en studies van ds. Willem Glashouwer sr. uit Driebergen, ds. Gijmink uit Rotterdam, dr. Karel Kraan.
Vanaf mijn 19e-55e jaar heb ik pastorale gesprekken gehad bij De Oase in Rotterdam, bezocht ik de Oasediensten waarin met zieken gebeden werd, onder handoplegging en kwam ik in genezingsdiensten, bij professionals.
Toén begin jaren '70 hoorde ik die uitdrukking voor het eerst: "Er is méér".
Daarmee werd bedoeld: "God is in staat méér te geven en méér te doen".
Het ging om het werk van de heilige Geest, de doop in de Geest, spreken in tongen, profeteren en genezing van zieken.
Maar in die kringen werd Homofilie/homoseksualiteit beschouwd als een emotionele afwijking. Je had dan een ongezonde moederbinding en een strenge vader. Het was een ziekte. Een demonische gebondenheid.
In charismatische kring heb ik nooit anders gehoord. Van mijn 19e-55e nooit iets anders gehoord van pastoraal werkers, voorgangers, psycholoog en psychiater.
Er is gebeden, voorbede onder handoplegging, ziekenzalving, begeleiding door deskundigen, uitdrijven van demonen.
Ik heb het allemaal meegemaakt.
Peter bleef Peter.
Tijdens mijn studie theologie in Brussel merkte ik dat docenten de Pinkstergemeenten toch min of meer onder sekten schaarden.
Via een Waalse medestudent kwam ik in contact met zijn thuisgemeente de Église Réformée in Seraing, een industriestad bij Luik. In het eerste gesprek met zijn dominee zei deze tegen mij: "Peter, zoek naar de vervulling met de heilige Geest, want zonder die vervulling en zonder Zijn gaven kun je jouw werk als predikant nooit doen".
Deze predikant had veel te maken met demonische verschijnselen, confrontaties met de duivel, omdat in heel de Maasstreek er in ieder dorp of stad kerken stonden van de Antoinisten, waar occulte samenkomsten werden gehouden, magische praktijken plaats vonden. Tegen de christelijke kerken gebeden werd. In zijn pastoraat kwam deze predikanten veel occult beïnvloede mensen tegen.
Regelmatig nodigde hij in de gemeente predikanten uit van Pinkstergemeenten in Frankrijk en Zwitserland.
Ik heb me met volle overgave gegeven in het bestuderen van de bijbel, het volgen van deze charismatische conferenties in Seraing en in Noord-Frankrijk.
Is er méér?
Ja!
Nog steeds ervaar ik dat binnen veel traditionele kerken er onkunde is over de Persoon en het Werk van de heilige Geest. En onderschatting.
Onze kerken zijn ambtelijk ingericht en niet gavengericht.
We zouden méér voor zieken kunnen betekenen door de ziekenzalving uit Jakobus 5 toe te passen.
Het ontbreekt aan onderwijs.
Aan persoonlijke ervaring met de heilige Geest.
Is zo'n conferentie "There is more" nuttig?
Ja.
Maar waarom niet gewoon "Er is meer" en waarom halen we de deskundigheid altijd uit de USA?
Als Pinksterpredikant heb ik helaas veel ellende zien komen uit de USA.
Pinkstergemeenten zijn gesplitst op uit The States geïmporteerde hypes.

Ik hoop in de komende dagen hier méér over te schrijven.
(wordt vervolgd)
Peter Gerrets.



ER IS MEER (2).


Mijn leerschool wat betreft de persoon en het werk van de heilige Geest was niet mijn theologisch opleidingsinstituut, maar die Église Réformée in Seraing.
Na mijn eerste studiejaar werd ik in de zomer van 1971 uitgenodigd als medewerker bij het zomerkamp van de Franstalige Hervormde Gemeenten, dat gehouden werd in Lustin in de Ardennen.
De organisatie lag in handen van de gemeente in Seraing. Leeftijdscategorie van 6-18 jaar. Mij werd gevraagd de leiding op me te nemen van een groep jongens van 16-18 jaar.
De beheersing van de Franse taal was knudde. Ik werd voor de leeuwen gegooid.
In Lustin stond een enorm gebouw met slaapzalen met stapelbedden, er waren voldoende sanitaire voorzieningen, een grote eetzaal. Een grote gebedstent.
Voldoende speelruimte.
Dagelijks programma's afgestemd op de verschillende leeftijdsgroepen.
In totaal zo'n 120 kinderen en tieners.
Er is meer!
Belangrijk: de gebedstent.
De hele dag door kon je daar terecht voor gebed. Daar werd door leiding en jongeren gebeden voor alle onderdelen van het programma.
Dáár verbaasde mij het aantal kinderen dat hardop bad. Ik hoorde een jongen van 6/7 jaar bidden voor de bekering van zijn oudere broer die ook deelnam aan het zomerkamp. Ik kneep in mijn armen. Zag ik het goed, hoorde ik het goed?
Zo'n jong kind. Gebed, gebed, gebed.
Dat was de motor. Als leiding baden we, kinderen, tieners liepen de gebedstent in en uit. Daar werd onder tranen gebeden.
Er was voldoende gelegenheid voor sport en spel. Speurtochten. Een kampvuur.
Bijbelvertellingen voor de kinderen, bijbelstudies voor de tieners en 's avonds een bijeenkomst in de eetzaal die omgebouwd werd tot samenkomstzaal.
De predikant van Seraing leidde die avonden. Er werd veel gezongen. Een korte verkondiging. Een uitnodiging.
Zó zag ik kinderen en tieners naar voren komen voor voorbede en om hun hart aan Christus te geven.
De broers en zussen waarvoor in de tent door kinderen voor gebeden was, kwamen tot bekering.
Er werd met zieke kinderen en tieners gebeden.
Dáár leerde ik de kracht van God kennen die zich openbaart op gebed, voorbede onder handoplegging.
De geweldige eenheid in het leidinggevend team.
In de zomer van 1972 was ik er weer.
Hetzelfde herhaalde zich.
Maar nu werd het persoonlijk. Van tijd tot tijd had ik perioden met verschrikkelijke hoofdpijnen. Ik vroeg op een dag om gebed. Ds. Carl Ledune zei me: Je kent Jakobus 5 toch wel. Ga dat eerst maar eens lezen. Ik ging naar mijn slaapzaal. Pakte mijn bijbel. Néé, dit was nog nooit tot mij doorgedrongen.
Is er iemand onder u ziek? Roep dan de ouderlingen van de gemeente, opdat zij met jou het geloofsgebed bidden en je met olie zalven in de naam van de Heer.
Als er zonde in het spel is: spreek dan die zonde uit. De zieke belijdt zijn of haar zonde aan de ouderlingen én de ouderlingen tegenover de zieke.
De belofte is: redding.
Met stijgende verbazing las ik dit.
Mijn reactie: Aan mijn lijf geen polonaise.
Maar daarmee verdwenen die hoofdpijnaanvallen niet. Uiteindelijk heb ik om voorbede gevraagd. Predikant en leidinggevend team hebben zich eerst biddend voorbereid en toen werd ik gezalfd en is er onder handoplegging met mij gebeden. De hoofdpijnaanvallen verdwenen en zijn nooit meer teruggekomen. Maar de predikant bad samen met het team ook voor de vervulling met de heilige Geest. Maar ik wist niet wat ik dan zou ervaren. In eerste instantie: niets.
Twee dagen later was ik thuis in Delft bij mijn ouders. Op zondagmiddag ging ik naar onze wijkkerk, de Maranathakerk.
Om 17.00 uur zou er een bejaarde hulppredikant voorgaan, die ik graag hoorde preken. Toen, in 1972, werden de middag- en avonddiensten al slecht bezocht. Misschien waren er 40 kerkgangers. Ik zat vooraan. Toen broeder van der Hout de kansel beklom overkwam mij iets merkwaardigs. Het was alsof er een warme golfstroom van mijn hoofd naar mijn voeten ging. Het herhaalde zich eindeloos. Ik voelde handen op mijn hoofd, op mijn schouders. Ik keek om, maar er stond niemand. Een stem sprak in mijn hart: 'Jij bent mijn zoon. Jij bent mijn erfgenaam. Jij bent mijn dienstknecht'.
Er kwam een diepe vrede, een intense blijdschap. Gedurende de hele kerkdienst voelde ik die warmte en hoorde ik die woorden. Na de zegenbede vroegen de mensen in mijn bank en achter mij: 'Wat is er met u gebeurd?' Ik wist het niet, maar ik ging naar de consistorie en zei tegen de bejaarde broeder: 'Weet u wat er met mij gebeurd is?' Hij antwoordde: 'Toen ik de kansel beklom zei de heilige Geest mij: op de eerste rij wordt op dit moment een jongeman vervuld met de heilige Geest'.
Als je tot geloof komt in Jezus, ontvang je op hetzelfde moment de inwonende heilige Geest. Hij is het teken en zegel dat jij vanaf dat moment Gods eigendom bent.
Dat maakt jou tot christen (Efeziërs 1:13-14, Romeinen 8:9).
Er bestaan geen christenen zonder de heilige Geest.
Maar in Efeziërs 5:18 gebiedt Paulus de gelovigen letterlijk: 'Wordt (doorlopend) vervuld met de heilige Geest'.
En dát is wat ik ervoer die zondagmiddag en dát was de verhoring van het gebed van ds. Carl Ledune en het leidinggevend team enkele dagen daarvoor.
In de charismatische Hervormde Gemeente in Seraing heb ik de heilige Geest aan het werk gezien.
Vóór de diensten bad niet alleen de kerkenraad, maar alle gemeenteleden waren welkom. Zolang de diensten duurden was er een gebedsteam dat voorbede deed. Tijdens de diensten werd aan de gemeenteleden de gelegenheid gegeven hardop te bidden, eventueel een woord van profetie door te geven.
Gemeenteleden mochten getuigenissen geven. Na de diensten was er gelegenheid voor pastoraal gesprek en voorbede.
In deze gemeente heb ik belijdenis van geloof afgelegd in de doop door onderdompeling met nog 7 anderen.
En mijn dooptekst:
"Maar gij hebt volharding nodig om de wil van God doende te verkrijgen hetgeen beloofd is" (Hebreeën 10:36).

(wordt vervolgd)



ER IS MEER (3).


In de Apostolische Geloofsbelijdenis staat slechts: "Ik geloof in de heilige Geest".
Het is heel bijzonder om de persoon en het werk van de heilige Geest te leren kennen.
Toch is Hij voor velen de grote Onbekende.
In mijn leven ben ik mij bewust van Zijn aanwezigheid, Zijn werk, Zijn autoriteit, Zijn onverwachte leiding.
Eerder vertelde ik op Facebook dat mijn credo m.b.t. de heilige Geest is: "De wind waait waarheen hij wil. Je hoort zijn geluid, maar je weet niet vanwaar hij komt en waarheen hij gaat. Zó is het met een ieder die uit de Geest geboren is".
Dit was de tekst in de Église Réformée in Amay in de dienst om 09.00 uur, voorafgaande aan de doopdienst in Seraing die daar om 10.45 uur begon.
Deze tekst stempelt mijn geestelijk leven.
Een wedergeboren kind van God is even onvoorspelbaar als het waaien van de wind, evenals de heilige Geest.
Mijn vraag: ervaren jullie die onvoorspelbaarheid van de heilige Geest?
Is jullie geestelijk leven avontuurlijk?
In het jeugdkamp in Lustin sloot ik op mijn slaapzaal de dag met gebed. Toen ik amen zei begon één van de jongeren te bidden, en weer één, en weer één. Ieder bad.
Plotseling begon één van hen onder tranen zijn zonden te belijden, en weer één en weer één. Allen huilden. Het ging verder met dat de één voor de ander voorbede deed en weer ging het van de één op de ander. Daarna gebeden van lofprijzing. Eén vroeg aan mij of we met de hele groep naar buiten konden. En zó stonden we in onze nachtkleding in een kring op het binnenplein beschenen door de maan. We stonden daar met z'n twaalven en beëindigde daar het gebed.
Het was 03.00 uur. Zonder het te merken hadden we méér dan 3 uur gebeden.
De andere dag getuigden deze jongeren van wat de Heer die nacht had gedaan.
In verschillende kerkdiensten die ik als student leidde, kwam tijdens de verkondiging de heilige Geest over de gemeente en na het amen begonnen de aanwezigen te huilen, hun zonden te belijden en kwam er daarna grote vreugde over de gemeente, bijvoorbeeld in de Église Protestante in Wavres (Waver) niet ver van Brussel.
Zulke gebeurtenissen overrompelen, kun je niet organiseren. Ik had vaak het gevoel: ik sta erbij en ik kijk ernaar.
Mijn verlangen was in België blijven.
Predikant worden binnen de Franstalige Hervormde Kerk of binnen de Verenigde Protestantse Kerk van België.
Ik was teleurgesteld toen ik een beroep kreeg van de Volle Evangelie Gemeente in Enschede.
Ik heb immers de Persoon en het Werk van de heilige Geest leren kennen in de traditionele kerk?
Ik bezocht wel diensten in de Volle Evangelie Gemeente in een wijk van Brussel, maar mijn werk zou liggen binnen de traditionele kerk.
Gebed, aanhoudend gebed.
Ruimte, alle ruimte geven aan de heilige Geest in mijn persoonlijk leven, in mijn werk, in de erediensten in de gemeente, in het pastoraat.
Je laten verrassen.
God maakte me duidelijk dat ik het beroep uit Enschede moest aannemen.
Van een predikantsweduwe uit Markelo moest ik een zeer belangrijke les leren.
Mevrouw Ger Schellenberg beschouw ik nog altijd als mijn geestelijke moeder.
Op mijn vrije maandagen bezocht ik haar en hadden we belangrijke gesprekken en altijd deden we voorbede voor elkaar en voor de gemeente van de Here Jezus Christus.
Nog altijd ben ik blij dat zij mij recht op de man af durfde vragen: "Peter, versta jij de stem van de Heer?"
Natuurlijk antwoordde ik: "God spreekt alleen door Zijn Woord". Punt uit!
En zij reageerde: "Inderdaad, in de Bijbel lezen we Zijn Woord, maar als je de Bijbel leest als een liefdesbrief, hoor je dan de stem van jouw Geliefde?"
"Ken je de stem van de Goede Herder?"
Nee.
Die kende ik niet.
Het heeft mij intensief bezig gehouden.
De volgende dag sloot ik mij op in mijn studeerkamer en ik zei: "Heer, als U echt tot mensen spreekt, geef ik U de gelegenheid tot 12.00 uur om iets te zeggen".
En ik werd stil. Op dat moment merkte ik hoe overspannen mijn gedachtenleven was. Ik dacht aan alles wat ik moest doen. Het kostte me méér dan een uur om tot rust te komen. En toen bracht de heilige Geest mij de ene tekst na de andere te binnen over de stilte, het zitten aan de voeten van Jezus, en dat schapen alleen maar de stem van hun herder kennen en gehoorzamen.
Vanaf dat moment, die dag, nam ik dagelijks na mijn gebed een tijd van stilte in acht.
En mijn ervaring tot op vandaag is: je krijgt antwoord op gebeden, wijsheid, inzicht.
Het was niet langer meer een probleem waarover ik preken moest. God gaf inzicht in de problemen van mensen. In Enschede en later in Den Haag maakte ik weinig afspraken meer voor huisbezoeken.
's Morgens ontving ik de namen van hen die ik die dag bezoeken mocht.
Steeds beter ben ik gaan begrijpen wat Paulus in Efeziërs 2:10 bedoelt met de door God voorbereide werken.
Er is meer!
Ja!
Maar: dát méér is ons als kinderen van God al gegeven in ons: de heilige Geest.
Grote en indringende en persoonlijke vraag: "Krijgt die in ons wonende heilige Geest de volledige ruimte om tot ons te spreken, om dóór ons te spreken in pastoraat en eredienst, luisteren wij wel écht en hebben wij het lef om wat hij zegt in praktijk te brengen?"
Wij verlangen naar méér!
Maar God verlangt naar méér van ons!!!
De heilige Geest vraagt méér ruimte in ons verstand, méér ruimte in onze emoties, méér ruimte in onze geest.
Je gaat naar zo'n conferentie: There is more.
Je wilt een ervaring met de heilige Geest?
Een gave ontvangen?
In tongen spreken?
Profeteren?
Gaven van genezingen?
Onderscheiding van geesten?
Er wordt zo vaak gesproken over de spectaculaire gaven.
Er hebben weinig mensen in de rij gestaan om te vragen voor de gaven van:
Helpen
Barmhartigheid bewijzen
Mededeelzaamheid
Besturen
Leiding geven
Vertolking van tongen.
In de praktijk ervaar ik dat in bepaalde omstandigheden de heilige Geest je die gave geeft die op dat moment nodig is.
Ik vraag me af of jij de heilige Geest de gelegenheid geeft om door jou heen te spreken, te bidden, te genezen, leiding te geven, te delen van jouw bezit?
En hoeveel inspraak heeft de heilige Geest in jouw kerkdienst?
Wat doe je als kerkgangers onder de Woordverkondiging gaan huilen, spontaan God aanbidden, schuld belijden?
Durf je dan een stap opzij te doen?
Wat ik in België heb ervaren met de heilige Geest in vrije groepen en in traditionele kerken heb ik zelden meegemaakt in Nederland.
Noch in Evangelische- en Pinkstergemeenten noch in traditionele kerken.
Hier is alles dichtgetimmerd in dogma's, doctrines, regels en voorschriften.
Onze liturgie staat vast. De heilige Geest moet maar werken tijdens onze voorbereidingen. In de samenkomst of eredienst komt hij te laat.
Christenen zijn net zo onvoorspelbaar als de Geest? Ik merk er weinig van.
Als christen heb je een avontuurlijk leven?
De niet-christenen worden niet gauw jaloers op ons 'saaie leven'.
Ik schrijf nogal ongenuanceerd.
Ja, opdat we als gelovigen, als ambtsdragers, als voorgangers en predikanten ons eens gaan afvragen: "Waarom doen we in de kerk of in de gemeente wat we doen?"
"Kan en mag de heilige Geest interveniëren als Hij dat wil?"
Is die inwonende heilige Geest een duif in een hermetisch afgesloten kooi?
Of mag Hij rondvliegen in ons leven, ons gidsen, ons bij de hand nemen naar onbekend terrein?

Lieve vrienden, overdenk dit eens voor het aangezicht van God.

(wordt vervolgd)
Peter Gerrets.


ER IS MEER (4).


Essentieel is dus:
1. Ons verdiepen in de Persoon en het Werk van de heilige Geest;
2. Gebed, persoonlijk en gemeenschappelijk;
3. De bereidheid om de heilige Geest die in elke wedergeboren gelovige woont de volledige ruimte te geven, zodat Hij in ons en dóór ons kan doen wat Hij wil;
4. Na te denken hoe wij mogelijkerwijs Hem in de weg staan door onze tradities, gewoonten, regels en voorschriften;
5. Leren luisteren naar de stem van de Goede Herder, dat betekent stilte beoefenen.
Mijn leven is daardoor avontuurlijk geworden.
In niet-traditionele kerken ervaar ik meer ruimte.
Je hebt alle vrijheid om de 'vaste liturgie' te doorbreken.
Er is ruimte om iemand een getuigenis te laten geven van wat hij of zij recent met de Heer heeft ervaren.
Er is ruimte voor gebed door gemeenteleden.
Als iemand iets namens de Heer wil delen, kan dat. En zo'n woord kan onmiddellijk getoetst worden.
Soms ervoer ik dat God van mij vroeg om kerkgangers naar voren te laten komen voor voorbede.
Ik sprak ooit in een koffiebar van Youth for Christ in Arnhem. Een vriend was meegegaan, een gebedspartner van mij.
De heilige Geest maakte hem duidelijk dat er één jongeman tot bekering moest komen. In stil gebed zei hij tegen God: "Ik weet nu dat U dat wilt, maar Peter laat zelden mensen naar voren komen. Wilt U het hem duidelijk maken".
Aan het slot van mijn toespraak, sprak God tot mij: "Er is één jongeman die zijn leven aan Mij wil overgeven".
Na het amen, zei ik: "Er is hier één jongeman die zijn leven aan God wil toevertrouwen". En direct zei een jongeman: "Ja, ík!" En zo mocht ik hem tot Jezus leiden.
Het is mij gebeurd dat ik sprak in een Evangelische Kerk. In die gemeente waren er problemen waar ik niets van wist. Blijkbaar heb ik in die preek het probleem besproken en hoe dat probleem op te lossen. Op dát moment werd mijn preek een woord van kennis (ik kreeg van God door wat ik van niemand te weten was gekomen) en een woord van wijsheid (ik kreeg van God de oplossing).
Het is me overkomen dat de heilige Geest bij de voorbereiding van een preek tegen me zei: "Schrijf op wat Ik tot je spreek en geef dat door aan de gemeente".
Ik durfde niet. Ik kan toch niet een 'preek' voorlezen? Maar Gods Geest bond het op mijn hart. Ik heb gedaan wat God vroeg en die boodschap was profetisch. Het handelde over mensen in die gemeente die occult beïnvloed waren, mensen die beeltenissen van afgoden in huis hadden en dat God vroeg die te vernietigen.
Later bleek de uitwerking groot te zijn.
De kerkenraad heeft die preek gekopieerd en verspreid door de hele gemeente en mensen braken met het gaan naar occulte genezers en mensen verbrandden hun voorwerpen.
Ik was zelf niet op de hoogte van de toestand in die gemeente.
In Rockanje kwamen bij ons in onze Evangelie Gemeente Vredeheim veel leden van de plaatselijke Gereformeerde Kerk. Onze kerkdiensten begonnen om 14.30 uur op zondagmiddag.
Overigens was ik bevriend met ds. Luc Bouman. Een gereformeerde zuster vroeg mij om de ziekenzalving. Zij had zeer ernstige ontstekingen aan haar been, een wond die niet wilde sluiten. Ik zei haar: "Lieve zuster, u bent hier gast. In Jakobus 5 staat dat u de oudsten van uw gemeente tot u moet roepen". Haar antwoord begreep ik wel: bij ons in de Gereformeerde Kerk is de ziekenzalving onbekend. Tóch stuurde ik haar naar haar eigen predikant. Die werd in verlegenheid gebracht. Zij noemde hem de bijbelpassage. Hij nam de tijd dit te bestuderen en erover te bidden. Hij sprak erover met zijn kerkenraad en in de classis. En iedereen zei tegen hem: "Dit is een bijbelse opdracht. Breng het in praktijk". Zó heeft hij deze vrouw gezalfd en met haar gebeden en...zij genas op hetzelfde ogenblik.
Niet tegen elke zieke, die niet van jouw gemeente is, zeggen dat jij zult zalven en bidden. Haar herder en leraar was ds.Luc Bouman én ik verheugde me oprecht dat dáár het wonder gebeurde en niet bij ons.
En in huisbezoeken die ik aflegde zonder afspraken te maken, belde ik aan bij een oudere zuster. Het duurde even voordat zij open deed. De tranen sprongen in haar ogen. "Maar dit is onmogelijk". Ze vertelde dat ze zich zó beroerd voelde, zó ziek.
Toen ik aanbelde, sprak zij mijn antwoordapparaat in met de vraag: of ik zó spoedig mogelijk wilde langskomen.
En daar was ik al.
Opdat wij zouden wandelen in de werken die God van tevoren heeft voorbereid.
Deze tekst uit Efeziërs 2:10 wordt dan dagelijkse ervaring.
Zo werd ik in Enschede geroepen bij een jonge moeder met jonge kinderen. Samen met een ouderling ging ik erheen. Zij had gevraagd om de ziekenzalving. Ze leed aan een ongeneselijke vorm van kanker.
Samen met deze ouderling bad ik in de geparkeerde auto. Wat wilde God. En God sprak over koning Hizkia die 15 jaar aan zijn leven kreeg toegevoegd. We lazen het samen in de auto. Zó hebben we aangebeld. We hebben met haar gesproken. We hebben gebeden dat God haar in staat zou stellen haar kinderen op te voeden tot volwassenheid. We hebben haar gezalfd en gebeden en God verhoorde onze gebeden.
Vertel ik nu maar alleen succesverhalen?
Ik heb met vele zieken gebeden, niet állen genazen. Velen getuigden dat ze na de zalving draagkracht kregen.
Nee, niet allen genezen.
Wie beweren in Jezus' naam dat God alle zieken genezen wil, dwaalt.
Paulus zegt nadrukkelijk dat 'de verlossing van ons lichaam' toekomstig is.
Hij vertelt zelf dat zijn aardse tent aan slijtage onderhevig is.
Het áller-, allerbelangrijkste is dat mensen Jezus leren kennen als hun Redder, Verlosser en Heer.
Wie méér wil, krijgt te maken met Gods tegenstander. Hij wil niet dat wij dat verlossende en bevrijdende evangelie van Jezus Christus verkondigen.
Ik ging voor in Alblasserdam.
Op hét moment dat ik de bijbel opensloeg om de schriftlezing te doen, stond er achter in de kerk een man op, die al schreeuwend en wilde gebaren makend en vloekend naar voren kwam. Hij stond vlak voor me. En ik ervoer dat de kracht van de heilige Geest over mij kwam en met luide stem gebood ik in Jezus' naam dat de boze geest zou uitgaan en gaan naar de hel waar hij thuishoorde en alsof het een hond was, gebood ik deze man te gaan zitten en te luisteren naar de verkondiging. Hij ging zitten, even later liep hij naar zijn zitplaats en de dienst kon rustig worden voortgezet.
Later hoorde ik dat hij de viering van het Avondmaal de week daarvoor onmogelijk had gemaakt.
En dat er tegensprekers in de kerk tijdens de preek hun afkeuring luid bekend maken, ik heb er ervaring mee.
Denk goed na!!!
Wát bedoel je, als je zegt: Ik wil méér?
Op zoek naar hemelse ervaringen alleen?
Méér tools (gereedschappen) willen ontvangen voor de bediening?
Méér vrijmoedigheid ontvangen?
Mag jouw Zender méér van jou?
In het Oude Testament vroeg God één tiende deel van het bezit.
In het Nieuwe Testament vraagt God jou en dan helemaal.
Romeinen 12:1 een levend offer, ons lichaam.
Ik weet niet wie kennis nemen van deze serie. Ik schrijf voor allen, en ik hoop dat predikanten, ambtsdragers lezen, overdenken, bidden.
Want het roer moet om!
Onze theologische opleidingsinstituten brengen ons veel kennis bij.
Maar vorming van onze persoonlijke omgang met God?
Hoe kunnen we als predikanten en voorgangers en ambtsdragers kennis en omgangskennis overbrengen aan de gemeente als wij zelf zo weinig ervaren wie de heilige Geest is en wat hij doen wil?
Maar al wat ik schrijf is ook voor allen die geen ambtsdrager zijn. Aan elk van ons is de opdracht gegeven: "Wordt doorlopend vervuld met de Geest!" (Efeziërs 5:18).

(wordt vervolgd)
Peter Gerrets.



ER IS MEER (5).


Inmiddels is de conferentie van het Evangelisch Werkverband met het thema: 'There is more' donderdag begonnen.
Naar aanleiding van dit thema schrijf ik deze week mijn 5e artikel over: 'Er is méér'.

Is er méér?
-. Ja.

Is er méér te krijgen?
-. Naar mijn bescheiden inzicht niet.

Wat wordt er dan bedoeld met méér?
-. Gelovige kinderen van God verlangen om méér God te ervaren in hun leven en in hun kerk of gemeente. Gelovige kinderen van God verlangen naar méér zichtbare en hoorbare manifestaties van Gods kracht.
Men verlangt naar de doop in de heilige Geest en in vuur, naar de vervulling met de heilige Geest, naar bepaalde gaven van de Geest en wel bijzonder naar tongentaal, profetie en genezing.

Wat probeer ik duidelijk te maken in deze serie artikelen?
-. Dat we op het moment toen wij tot geloof kwamen wij de heilige Geest ontvangen hebben. Als teken en zegel dat wij vanaf dat moment Gods eigendom zijn.
Hij woont in ons, als dat niet zo was, dan waren wij geen christenen (Ef. 1:13-14 en Rom. 8:9). Het is niet te bevatten dat wat God óns gegeven heeft: de Geest van de Vader, de Geest van de Zoon.
De volheid van God in ons.
Door onvoldoende of geen onderwijs over die heilige Geest beseffen we niet hoe rijk wij zijn. De heilige Geest is de Onbekende.

Velen die naar conferenties gaan, hebben het idee dat ze nog iets of Iemand moeten ontvangen, wat ze nu niet bezitten.

De kwestie is: wij h e b b e n ontvangen, maar Paulus gebiedt ons: laat je doorlopend van die ontvangen heilige Geest vervullen! (Ef. 5:18).

En ik heb proberen uit te leggen dat dit betekent in hoeverre wij Gods Geest in ons toestaan om in ons en door ons te werken.
Is de Geest in ons gekooid, of is Hij vrij?
Sta ik Hem ter beschikking of niet?
Durf ik Hem te gehoorzamen, buiten mijn geijkte kaders te treden of niet?

In dat kader sprak ik over de noodzaak om de stem van de Goede Herder te verstaan.
De noodzaak van stilte na ons gebed.

In aansluiting op wat ik las op de website van het RD over deze conferentie beaam ik, dat het op bijbelse gronden niet te verdedigen is, dat anno 2017 de geestelijke gaven niet meer zouden werken. Dat de manifestaties van Gods Geest alleen maar plaats vonden in de tijd van het begin van de christelijke kerk.
Dat is dwaasheid én een dwaling.

Het Marcusevangelie eindigt met 'tekenen die de gelovigen zullen volgen' (Mc 16:9-20).
Spreken in tongen, handoplegging bij zieken, uitdrijven van demonen, uitzonderlijke bewaring.

Maar let hier weer op!!!
De tekenen volgen de gelovigen die Jezus volgen.
Dit is uitermate belangrijk.
Onze blik op Jezus en in ons kielzog komen de tekenen.
In de afgelopen méér dan 40 jaar heb ik met eigen ogen gezien dat de gelovigen de tekenen volgen en de predikers waarbij die tekenen plaats vinden.

Gelovigen volgen apostelen, profeten, evangelisten, wonderdoeners.
Wij lopen achter de genezingspredikers.
De ménsen worden belangrijker dan Jezus.

Ik ben misschien kritisch, maar dat is nodig. Velen worden aangetrokken door sensatie: we zoeken geloofservaringen, genezing, vervulling, profetie, vallen in de geest enzovoorts.
We lopen gebedsgenezers achterna.

Maar: de gelovigen zullen door tekenen en wonderen gevolgd worden.
Wij volgen Jezus Christus.

Omdat in onze eigen gemeenten en kerken en bij onze eigen voorgangers en predikanten er een daverende onkunde heerst, er geen onderwijs is over de persoon en het werk van de heilige Geest, de ziekenzalving niet wordt toegepast dwalen de schapen rond en lopen het enorme risico terecht te komen bij 'mannen en vrouwen Gods' die hen bieden wat zij zoeken.

En soms vrees ik dat gelovigen die wonderdoeners volgen uiteindelijk het risico lopen bij de Antichrist te eindigen die zal verschijnen met grote tekenen en wonderen.

Ik begrijp zieken, ernstig zieken, chronisch zieken.
Ik begrijp hen die leiding van God zoeken.
Ik begrijp dat gelovigen verlangen naar het ervaren van de aanwezigheid van God.
Vanuit kerken, reformatorische kerken, wordt er dan afkeurend gesproken over de Pinksterconferenties van de Stichting Opwekking, over genezingspredikers als David de Vos, Jan Zijlstra, David Maasbach, Joyce Meyer, Benny Hinn enzovoorts.
De traditionele kerken verzetten zich tegen Evangelische- en Pinkstergemeenten.

Maar mag ik jullie vragen:
"Je hebt de heilige Geest ontvangen toen je tot geloof kwam. Heb je wel eens gebeden: hoe wilt U door mij werken, welke gave wilt U door mij heen openbaren, welke plaats mag ik in Uw gemeente innemen?"

En...studenten, proponenten, predikanten, voorgangers: "Hebben jullie gebeden zó vervuld van Gods Geest te zijn dat die Geest jou de tools geeft in kerkdiensten, catechese, pastoraat om daadwerkelijk God present te stellen in omstandigheden van gemeenteleden?"

Paulus was verbaasd en onthutst als gelovigen na jaren nog babyvoeding kregen. In 1 Kor. 3 nog steeds aan de melk? Aan het slot van Hebr. 5 nog altijd geen leraars?

Wat doen we toch in onze gemeenten, in onze kerken?
Voeden we op?
Voeden we op tot volwassenheid?
Herhalen we eindeloos de basisprincipes?

Leiden jullie kader op?
In één van mijn laatste gemeenten heb ik 17 jaar lang, zowel bij de horende als de dove gemeenteleden de huiskringleiders (m/v) opgeleid. We namen een uur voor bijbelstudie en een uur voor gebed. Ik heb ze mogen leren stil zijn, luisteren naar de stem van God en dat wat ze ontvingen te delen in de groep. Ik heb de gemeente regelmatig op woensdagavonden laten samenkomen voor ieder-heeft-ietsdiensten n.a.v. 1 Kor. 14:26.
Diensten waar je iets mee naar toe bracht.
Een getuigenis, een lied, een voorbede, een woord van profetie, een lofprijzing, een stukje onderwijs.

Want écht...onze standaarddiensten lijken niet op de wijze waarop de gelovigen destijds samenkwamen.

Vele kerken zijn domineeskerken.
Wáár is dat veelgeroemde 'priesterschap van alle gelovigen'?

Door het trainen van horende en dove huiskringleiders en de ieder-heeft-ietsdiensten werden er toekomstige ouderlingen, diakenen, diakonessen opgeleid. Ik gaf sommige gemeenteleden na training gelegenheid om te preken.
Alles in werking stellen om gaven te ontwikkelen ten dienste van de gemeente.

Eigenlijk kom je als predikant in een gemeente om jezelf overbodig te maken.

Er is méér.
Al in ons.
Wat in ons is wil door ons heen bidden, helpen, geven, woorden van God spreken, getuigen, zingen, aanbidden, voorbede doen voor zieken enzovoorts.

Er is wat huiswerk.
Gebed en overgave.
Onderwijs en training.
En de praktijk.

(wordt vervolgd)
Peter Gerrets.



ER IS MEER (6).


Eerder vertelde ik jullie dat ruim 40 jaar geleden ik deze uitspraak al hoorde.
Er is méér.
Het was niet voldoende, dat je tot geloof in Jezus Christus gekomen was.
Tot bekering.
Er werd gesuggereerd dat tot bekering komen, geloven in Jezus Christus niet voldoende was.
Want...had ik de doop in de heilige Geest ontvangen?
Dat was destijds een 'nieuwe term' voor mij. Als je gedoopt was in de heilige Geest, had je de heilige Geest ontvangen en hoe wist je dit dan zeker? Als je in tongen kon spreken.
Er is in mijn studietijd een periode geweest dat ik geloofde, dat er christenen waren zonder de heilige Geest en christenen met de heilige Geest.
Het duizelde me: bekering, wedergeboorte, de heilige Geest ontvangen, de doop in de heilige Geest, vervuld zijn van de heilige Geest.
Op een gegeven moment ben ik de bijbel grondig gaan onderzoeken.
Ik had veel boeken gelezen over de heilige Geest, vaak uit charismatische- en Pinksterkringen.
Maar wát onderwijst de bijbel?
Matteüs 3:11 (NB)
"Ik doop u met water, tot bekering, maar die na mij komt is sterker dan ik, ik ben niet bekwaam om hem zijn sandalen na te dragen: hij zal u dopen met heilige geestesadem (de heilige Geest) en vuur".
In Lucas 3:16 vinden we hetzelfde.
Het woordje 'met' water, Geest en vuur mag vertaald worden met 'in'
Dopen = onderdompelen - je dompelt iets onder in water, in Geest, in vuur.
Omdat de eeuwen door er in de kerk 'besprenkeld' is, spreken de bijbelvertalers over 'met'.
Wat mij bevreemd heeft, is dat de meeste auteurs van boeken over de heilige Geest bijna nooit spreken over de uitleg die Johannes de Doper zelf geeft.
Matteüs 3:12 (NB)
"zijn wan is in zijn hand en hij zal zijn dorsvloer door en door reinigen; hij zal zijn koren samenbrengen in zijn schuur, maar het kaf zal hij verbranden in een onblusbaar vuur".
Dit vinden we eveneens in Lucas 3:17.
Wáárover spreekt Johannes de Doper?
Het koninkrijk van de hemelen is op komst.
Je mag ook vertalen: de koning van de hemelen is op komst.
De beloofde koning, de beloofde Messias.
Als je Hem ontvangen wilt, zullen jullie je moeten voorbereiden.
Is de weg geëffend óf is die weg vol bulten en kuilen?
Daar moet werk verzet worden.
Er moet een gebaande weg zijn.
Bekeer je daarom.
Doe belijdenis van jullie zonden, want die maken de weg ongeschikt voor de komst van de koning, de komst van het koninkrijk.
En laat je dopen.
De doop door Johannes de Doper in de rivier de Jordaan, klopt dat theologisch wel??
In het Oude Testament lezen we niets over de doop. Maar de doop in water was niet onbekend. Als een niet-Jood Jood wilde worden, de God van Abraham, Izaak en Jakob wilde dienen, dan werd deze persoon aangezegd, dat hij de afgoden van zijn voorvaderen moest afzweren, dat hij moest breken met zijn verleden, dat hij zich voegde bij een volk dat gesmaad en gehoond werd, een volk dat gekenmerkt werd door lijden en dat hij zich toewijdde aan de God van Israël en dan moest deze vreemdeling zichzelf onderdompelen in stromend water. Dit noemde men 'de proselietendoop', de 'bekeerlingendoop'.
Bestemd voor heidenen.
Johannes de Doper doet nu net alsof alle mensen die toestromen, de meesten Joden, besneden Joodse mannen, zelfs schriftgeleerden, Farizeeërs, tollenaars 'heidenen' zijn.
Want hij roept iedereen op tot bekering, schuldbelijdenis en doop.
Zijn toespraak wordt grimmiger als hij de theologen ziet naderen.
Wie heeft jullie gewaarschuwd om te vluchten voor 'de aanstormende toorn' (Naardense Bijbel)?
De bijl ligt al klaar bij de wortels van de onvruchtbare bomen.
Die worden omgehakt en in het vuur geworpen, verbrand.
Dit is oordeelsprediking.
De komende koning zal korte metten maken met de onbekeerden, met schuldigen die hun zonden niet beleden hebben, die niet gedoopt zijn.
En dan volgen vers 11 en 12.
Kijk, zegt Johannes, ik doop jullie in water.
Op grond van jullie bekering en schuldbelijdenis.
Ik doe dat als slaaf van die komende Koning, een slaaf die ongeschikt is voor het nederigste werk: de voeten wassen van die komende Koning.
Ik kan niet in jullie harten kijken.
Ik doop in water op grond van jullie mondeling getuigenis.
Maar....bij Jezus valt de scheiding.
Hij scheidt echt van onecht.
In Zijn hand de wan, de zeef.
Hij staat op de dorsvloer.
Het geoogste graan ligt uitgespreid op de dorsvloer.
Met een stok werd het geoogste geslagen.
De graankorrels werden uit de aren geslagen.
Of men liet een os rondlopen in een kring en die vertrapte het graan, zodat de korrels uit de aren vielen.
Een nauwkeurige studie leerde me dat de dorsvloer in de bijbel vaak de plaats van het oordeel is of van het afgewende oordeel. Dorsen is oordelen.
Na het dorsen ligt er op de dorsvloer stro, graankorrels, lege aren.
Met de wan werd dat wat op de dorsvloer lag opgegooid tegen de wind in.
De graankorrels vielen neer en op een andere plek het stro en het kaf.
De doop in de heilige Geest betekent dat duidelijk wordt wat graankorrels zijn en wat kaf (afval).
De wind heeft scheiding aangebracht tussen dat wat van de Heer is en dat wat niet van de Heer is.
Het graan, de kinderen van het koninkrijk, wordt verzameld in de schuur, beeld van de gemeente.
Het kaf (en dat is niet het onreine wat ons aankleeft, maar kaf staat voor goddelozen) is bestemd voor het vuur (en vuur staat vaak in de bijbel voor het oordeel; eerder zei Johannes de Doper al dat bomen die geen goede vrucht voortbrengen zullen omgehakt worden en in het vuur geworpen).
Nog even bij het bijeenbrengen van het graan in de schuur: "want ook door één Geest zijn wij allen gedoopt tot één lichaam, hetzij Joden hetzij Grieken, hetzij slaven hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt" (1 Korintiërs 12:13).
Als Jezus zélf in Handelingen 1:5 deze uitdrukking gebruikt vlak voor zijn afscheid spreekt hij tot zijn leerlingen alleen over de aanstaande doop in de heilige Geest en niet over vuur.
Persoonlijk geloof ik dat 'de doop in de heilige Geest' en 'de doop in vuur' twee aparte gebeurtenissen zijn.
Nú leven we in het tijdperk dat Gods Geest graan verzamelt in de schuur.
Maar in de brieven wordt een dag aangekondigd die met vuur komt.
Jezus las in de synagoge voor: dat nu het aangename jaar des Heren is.
Hij zette daar een punt.
Maar hij had kunnen vervolgen met "en een dag van wraak voor onze God".
Dat deed hij niet.
Over weinige dagen ontvangen jullie de doop in de heilige Geest en over vuur sprak hij niet.
Nu is het 'het heden der genade' en aan het einde der tijden 'de dag des oordeels'.
Ik leg dat in komende studies verder uit.

(wordt vervolgd)
Peter Gerrets.



ER IS MEER (7).


Met de uitdrukking: 'ER IS MEER' werd destijds bedoeld: Nadat je tot bekering gekomen bent, nadat je tot geloof in Jezus Christus bent gekomen, moet je nog een stap verder gaan.
Bekering, tot geloof komen is de éérste zegen, maar absoluut noodzakelijk is de tweede zegen (the second blessing), namelijk de doop met de heilige Geest en met vuur, het ontvangen van de heilige Geest. En het onomstotelijk bewijs dat je die Geestesdoop ontvangen hebt, is het spreken in tongen.
In de vorige studie heb ik geprobeerd uit te leggen wat Johannes de Doper hiermee bedoelt.
Hij wijst Jezus aan als de Doper met/in de heilige Geest. Johannes de Doper kondigt als heraut de komst van de Koning en Zijn koninkrijk aan. Op die komst moeten alle mensen zich voorbereiden: Joden en niet-Joden. In Lucas 3 zien we onder Johannes' publiek: het gewone volk, de theologen, tollenaars, Romeinse soldaten, Jezus.
De weg moet geëffend, zonden en schulden beleden, en iedereen, of je nu door besnijdenis tot Gods verbondsvolk behoort of als niet-Jood je wil voegen bij dat Godsvolk gedoopt worden.
Maar zegt Johannes: als ik jullie in water doop ga ik af op jullie mondeling getuigenis.
Maar Jezus wéét wie bij God horen en wie niet.
Hij doopt met/in Geest en vuur.
Dat wil zeggen: hij verzamelt het geoogste graan, dorst het en werpt het gedorste met de wan tegen de wind in. De zwaardere graankorrels vallen neer en even verder het kaf, het afval.
Dus bij Jezus vindt de scheiding plaats tussen wat écht is en fake.
De wind, ruach, pneuma scheidt het kaf van het koren.
Het graan, dat zijn de kinderen van het koninkrijk van God, wordt verzameld in de schuur, de gemeente.
Het kaf wordt in een onblusbaar vuur verbrand.
In de gelijkenis waarin de knechten van de boer tot hun schrik merken dat er tussen het échte tarwe, dolle tarwe (dolik) is gezaaid en opkomt en zij onmiddellijk dat dolik willen uitrukken, zegt de boer: 'laat ze samen opgroeien tot de oogst'.
Als je nu dolik uittrekt, trek je waarschijnlijk ook tarwe mee uit, omdat ondergronds de wortels van beide door elkaar groeien.
En bij de uitleg zegt Jezus: het goede tarwe dat zijn de kinderen van het koninkrijk. En dan zegt Jezus iets merkwaardigs. Wie zijn de maaiers?
De boerenknechten? Nee! De engelen.
(lees Matteüs 13:24-30, 36-42).
De kinderen van het koninkrijk worden verzameld in de schuur, maar de kinderen van de boze wacht de vuuroven.
Is de doop met/in de heilige Geest en vuur één gebeurtenis? Velen zeggen: Ja!
Kijk maar naar Handelingen 2. Er is wind en vuur. We vergeten dat er een geluid was als van een geweldige windvlaag en dat er boven de hoofden van de 120 tongen verschenen als van vuur.
Als van. Het stormde niet. Maar er was stormgeluid. Er brandde niets. Iets boven de hoofden leek op vuurvlammen.
Wat betekende dit? Dat de Doper in Geest en Vuur op die dag met Zijn bediening begon. Eerst als Doper in de heilige Geest, bij de voleinding als Doper in Vuur, want dan rekent hij af met de kinderen van het kwaad.
Hier neem ik een verschrikkelijke verwarring waar.
Kinderen van het Koninkrijk worden op het moment dat zij tot geloof komen gedoopt met/in de heilige Geest, zij ontvangen de inwonende en de voor altijd in hen blijvende Geest.
De Vuurdoop is, God zij dank, niet voor hen bestemd.
Hier gaan graag gezongen liederen de mist in.
In 'Doorgrond mijn hart en ken mijn weg o Heer' komt de regel voor: 'Doop mij met vuur, opdat ik mij niet meer schaam'.
Niet zingen dus: het is bijbels gezien vragen om het oordeel.
En dat andere lied: 'Heer, Uw licht en Uw liefde schijnen' met in het refrein: 'Stort op ons Uw vuur'. Niet zingen.
Wat in één adem gezegd wordt, is niet altijd één en hetzelfde gebeuren.
In charismatische kringen wordt vaak gezegd: ja, de heilige Geest reinigt ons met vuur. Of de heilige Geest verwarmt ons. Dit vuur, dit onblusbare vuur, houdt niet op. Het is het blijvende oordeel van God over mensen die willens en wetens Jezus Christus hebben afgewezen.
Lees 2 Thessalonicenzen 1:7-10
"en aan u die verdrukt wordt verademing met ons in de openbaring van de Heer, Jezus Christus, vanuit de hemel met de engelen van zijn kracht in een vlammend vuur, wanneer hij wraak oefent aan wie God niet kennen en aan de verkondiging van onze Heer, Jezus, niet gehoorzamen en die als straf een eeuwig verderf zullen ondergaan, ver van het aanschijn van de Heer en van de heerlijkheid van zijn kracht, wanneer hij komen zal om verheerlijkt te worden in zijn heiligen en bewonderd in allen die zijn gaan geloven, omdat ons getuigenis bij u is geloofd, op die dag".
Wordt hier wel eens over gepreekt?
In het boek Handelingen lezen we verslagen over iets heel nieuws.
Uitzonderlijke gebeurtenissen.
De komst van de heilige Geest in Jeruzalem en Judea (hoofdstuk 2), de komst van de heilige Geest in Samaria in hoofdstuk 8. De komst van de heilige Geest in niet-Joden, het huis van Cornelius in hoofdstuk 10. De komst van de heilige Geest in de leerlingen van Johannes de Doper in hoofdstuk 19.
Opmerkingen die ik vaak in onze Pinksterkerken gehoord heb, zijn te simpel en onterecht.
Ik noem ze:
1.
Zie je, je kunt een discipel van Jezus zijn en tóch de heilige Geest niet ontvangen hebben.
2.
De Samaritanen kwamen tot geloof en werden door Filippus gedoopt in water en tóch ontvingen ze de doop in de heilige Geest niet.
3.
De leerlingen van Johannes de Doper waren gedoopt in water en hadden de heilige Geest niet ontvangen.
4.
Zie je nou wel dat iedereen die in de heilige Geest gedoopt wordt in tongen spreekt en gaat profeteren?
En men gaat volkomen voorbij aan het feit dat dit unieke situaties waren.
Onder het oude verbond dat duurde tot aan het Pinksterfeest in Handelingen 2 was de heilige Geest werkzaam, zelfs bij de schepping, als de heerlijkheid Gods die tabernakel en tempel vervulde, werkzaam in bijzondere mensen, profeten, priesters, koningen, op hen, bij hen, in hen, maar....niet voor altijd blijvend en wonend in alle gelovigen. De Geest kon ook weggenomen worden. Dat wordt vanaf Handelingen 2 ánders. Elke gelovige ontvangt de heilige Geest permanent inwonend.
In Handelingen 8 evangeliseert Filippus in Samaria. De provincie die altijd door de Joden gehaat en gemeden was.
Simon, de occulte genezer had daar mensenmenigten op de been gebracht, had de bevolking verbijsterd met zijn tekenen en wonderen. Ze waren in de ban van Simon. Als Filippus komt, raken de mensen in de ban van Filippus, zelfs Simon. Samaritanen komen tot geloof. Filippus doopt hen op hun belijdenis, maar de doop in de heilige Geest blijft uit.
Petrus en Johannes, vertegenwoordigers van de moedergemeente Jeruzalem moeten erbij komen. Waarom?
Stel je voor dat er een christelijke gemeente was ontstaan in Samaria, dan was die kerk nooit erkend door Jeruzalem. Filippus deed niets verkeerd. Door de komst van Petrus en Johannes zijn deze zélf getuige dat de Samaritanen dezelfde Geest ontvangen als hen. Daarmee worden de gelovigen in Samaria erkend door de moedergemeente Jeruzalem.
En Simon de tovenaar, die belijdt dat hij in Jezus gelooft en zelfs gedoopt is, blijkt kaf te zijn.
De leerlingen van Johannes de Doper hadden beperkte kennis.
Paulus vraagt: "Hebben jullie de heilige Geest ontvangen toen jullie tot geloof kwamen?" Want dát is nu de norm.
Dan blijkt hun onkunde wat betreft het door Jezus volbrachte verzoeningswerk en wat betreft de heilige Geest.
Paulus legt hen in alle rust alles uit en daarop worden ze in water 'overgedoopt', maar nu in de naam van Jezus en ontvangen ook zij de heilige Geest.
In de volgende studie verklaar ik de verschillende termen die gebruikt worden voor één en hetzelfde gebeuren.

(wordt vervolgd)
Peter Gerrets.


ER IS MEER (8).


In reacties lees ik dat over de persoon en het werk van de heilige Geest veel verwarring is.
Deze studies proberen te ontwarren.
Heel helder is:
1. Is er méér?
-. Nee.
2. Is het goed te verlangen naar méér ervaringen in de omgang met God?
-. Ja.
3. Moet ik dan nog iets van God ontvangen?
-. Nee.
4. Heb ik de heilige Geest ontvangen?
-. Als ik vertrouw op Jezus' volbrachte werk in lijden, sterven en opstanding dan is het antwoor: ja!
5. Wat is daarvoor de bijbelse basis?
-. Efeziërs 1:13-14. In de grondtekst lezen we dat we op het moment van geloven de heilige Geest ontvangen als teken en zegel dat we voor altijd Gods eigendom zijn. Romeinen 8:9. In deze tekst zegt Paulus dat we Christus niet toebehoren als we de heilige Geest niet ontvangen hebben. Johannes 7:39. Degenen die geloven ontvangen de heilige Geest.
6. Wij hebben meer!
-. Een geliefde broeder stuurde me in een reactie deze leus toe: WE HAVE MORE in plaats van THERE IS MORE.
Door gebrek aan onderwijs weten en beseffen we niet wat we al hebben ontvangen in Christus, in de heilige Geest.
7. Hoe kunnen we méér ervaren van die in ons voor altijd wonende heilige Geest?
-. Paulus spreekt in Efeziërs 5:18 over: "Wordt (dat is een opdracht) doorlopend vervuld met de heilige Geest!"
Dat is: vraag dagelijks of die heilige Geest de leiding over de dag in handen neemt.
Heilige Geest, help mij in liefde die ander te benaderen, of help mij die ander te zegenen, help mij die ander te troosten, of: geef mij wijsheid om te antwoorden, geef mij een lied, geef mij een woord.
Maar nu ga ik verder met het aangekondigde onderwerp. De veelheid aan termen. Termen die één en hetzelfde bedoelen.
Vandaag staan Handelingen 10 en 11 centraal.
Petrus logeert bij Simon de leerlooier in Joppe, kustplaatsje. Tegen etenstijd gaat hij het dak op, het platte dak, om daar te bidden. Ik denk dat de etensgeuren naar boven stegen. Petrus krijgt een visioen dat over eten gaat. Niet over lekker eten.
Hij ziet een uitgespannen laken dat krioelt van 'onreine' dieren. Meestal zijn dat de lijkenpikkers, de aaseters. In de spijswetten die aan het volk Israël gegeven zijn, is het verboden om deze dieren te eten. Petrus hoort een stem: Sta op, slacht en eet. En dat weigert hij consequent. Ik zou zeggen 'met de hand op de Thora'. Tot driemaal toe ziet hij hetzelfde. Tot driemaal toe krijgt hij dezelfde opdracht. Tot driemaal weigert hij. Ik heb nooit iets onreins gegeten.
Maar Gods Geest zegt tot hem: "Moeten wij dat wat God rein verklaard heeft onrein achten?"
God heeft dat wat eerst onrein was, rein verklaard!
En dan wordt er beneden aangebeld. Daar staan afgezanten van een Romeinse legeroverste Cornelius die naar Petrus vragen. Hun verzoek: Wilt u meegaan met ons om Cornelius en zijn huis te bezoeken? Niet-Joden, heidenen, zijn onrein. Hun huis onrein. Nooit zou een Jood het huis van een Romeinse legeroverste betreden.
Maar dat visioen houdt Petrus bezig.
"Wat Ik rein verklaard heb, moet jij niet onrein achten".
Uiteindelijk gaat Petrus mee.
Dit is de ene kant van de geschiedenis.
En nu de andere kant.
Cornelius is inderdaad een Romeinse legeroverste. Maar...hij eert en respecteert de God van het volk dat onder Romeinse bezetting leeft. Hij bidt voortdurend en hij ziet om naar de Joodse mensen, is goed voor hen in woord en daad. Zijn hele huis zoekt God. Dat wil zeggen: zijn hele huisgezin, zijn staf, zijn personeel.
Uitzonderlijk. Tijdens gebed komt er een engel bij hem in een visioen. Niet te geloven! En die engel zegt: God weet waarom je bidt en Hij ziet wat je voor de mensen doet. Stuur afgezanten naar Joppe, naar het huis van Simon de leerlooier. Daar verblijft Petrus en vraag of hij meekomt om jou te bezoeken.
Wel dat vertellen de afgezanten van Cornelius aan Petrus en Petrus gaat op de uitnodiging in en neemt enkele broeders uit Joppe mee.
Aangekomen in Caesarea, ontvangen in het huis van Cornelius vraagt Petrus: 'Waarom hebt u mij laten komen?'
Petrus vertelt dat het hem niet toegestaan is het huis van niet-Joden binnen te gaan en dat God hem overtuigd heeft dat wel te doen. En Cornelius vertelt zijn verhaal.
Hij heeft vele gasten uitgenodigd en zegt tegen Petrus: 'Vertel ons wat de Heer u heeft opgedragen'.
Vanaf 10:34 begint Petrus' preek.
'Ik merk dat God geen onderscheid maakt.
Ieder mens, afkomstig uit welk volk dan ook die eerbied heeft voor Hem en dat laat blijken in zijn daden, is bij Hem welkom.
Aan Israël is toevertrouwd dat God door Jezus vrede brengt. Deze Jezus is Heer over allen. En dan vertelt Petrus over Jezus. Over de zalving van God die op Hem rustte, zijn rondtrekken door het land, de wonderen van genezing en bevrijding van allen die zich in de macht van de uiteenwerper bevonden. Ik ben daar getuige van geweest. Hij vertelt over zijn kruisiging en zijn opstanding.
Dat daar getuigen van zijn. En dat de getuigen de opdracht gekregen hebben om te verkondigen dat alleen door Jezus te geloven er vergeving van zonden mogelijk is.
En let nu op:
:44
Tijdens de preek 'valt de heilige Geest op alle toehoorders'.
:45
De Joodse gelovigen die met Petrus waren meegekomen zijn verbaasd dat over deze Romeinen 'de gave van de heilige Geest' is uitgegoten.
:46
Want die toehoorders spreken in tongen en maken God groot.
:47
Petrus concludeert: dat de doop in water niet onthouden mag worden aan hen die evenals zij 'de heilige Geest hebben aangenomen/ontvangen'.
Ja, en dan komt er gedonder in de kerkenraad.
Want in Jeruzalem horen ze wat er gebeurd is en dat er regels overtreden zijn.
Petrus gaat naar de broeders in Jeruzalem. De aanklacht: 'Jij bent het huis van onbesnedenen binnengegaan en hebt met hen gegeten' (11:3). De sfeer was grimmig, want alle besnedenen spraken hem veroordelend toe (11:2). Dat 'heidenen' ontvankelijk blijken voor het Woord van God was geen reden tot vreugde (11:1).
Petrus vertelt in details wat hem overkomen is (11:4-14).
En dan wat er in Cornelius' huis gebeurde:
:15
Tijdens de preek 'valt de heilige Geest over hen', maar let op de toevoeging: 'evenals in het begin op ons'.
Net als in Handelingen 2, net zoals met ons op dat bijzondere Pinksterfeest.
:16
Petrus herinnert zich Jezus' woorden vlak voor zijn hemelvaart: "Jullie zullen gedoopt worden met de heilige Geest"
(zie Handelingen 1:5).
:17
Hoe kan ik God tegenhouden als hij dezelfde gave geeft aan hen als ook aan ons op het vertrouwen op de Heer Jezus Christus?
:18
Als de besnedenen, de Joodse kerkenraad, dit hoort, komen zij tot rust. Ze verheerlijken God en zeggen dan:
"God heeft aan de heidenen 'de bekering ten leven' gegeven".
Verschillende termen worden gebruikt voor één en hetzelfde gebeuren.
Gods Geest viel op hen.
Zij ontvingen de heilige Geest.
Zij werden gedoopt met/in de heilige Geest.
Zij namen de heilige Geest aan.
Zij werden bekeerd ten leven.
Net als de Joden op het Pinksterfeest.
En...dat alles op het geloof in de Heer Jezus Christus.
Conclusie:
Op het moment dat je tot geloof komt in Jezus Christus word je verzegeld met de heilige Geest, gedoopt met/in de heilige Geest, ontvang je de heilige Geest, word je tot geestelijk leven gewekt, komt de heilige Geest in je wonen, word je gezalfd met de heilige Geest, word je christen.
Dat is een éénmalige gebeurtenis.
Paulus zegt dan: Zorg ervoor dat je dagelijks doorlopend vervuld wordt met die heilige Geest.
Die vervulling kan ervaarbaar zijn.
In de volgende studie wil ik spreken over de kenmerken van een Geestvervuld leven.
Tenslotte, een waar gebeurd verhaal:
Jaren geleden kende ik een broeder uit Barendrecht met een grote liefde voor Israël. Ik was getuige van een gesprek dat hij voerde met een goede vriend uit Alblasserdam.
Hij vertelde: Wim, ik heb een merkwaardige droom gehad. Ik kreeg de opdracht om ervoor te zorgen dat ik op 25 mei a.s. om 09.00 uur 's morgens op het busstation in Bersheba moet zijn. Er zal een orthodoxe Jood op mij afkomen, die mij zal uitnodigen met hem mee te gaan naar huis. Ik heb dat huis gezien. Maar ik weet verder niet wat ik daar moet doen.
Wij vroegen: 'Ga je erheen?' Hij bevestigde dat. Deze bejaarde broeder zamelde ieder jaar geld in voor projecten in Israël, maar bracht het zelf naar die projecten toe.
Later was ik getuige van zijn reisverslag.
Hij was op die 25e mei om even voor negen op het busstation. Het was er rustig. Om 09.00 uur kwam er inderdaad een orthodoxe Jood in zwarte mantel met een zwarte hoed op boven zijn pijpenkrullen op hem af, reikte hem de hand en zei: 'U komt toch uit Nederland om ons meer over de Messias te vertellen?' En hij nodigde hem uit om naar zijn huis te komen. 'We wachten op u'.
Tijdens de wandeling vertelde deze Joodse man over het visioen dat hij gekregen had. In dezelfde maand dat deze Nederlandse broeder zijn droom had gekregen. En ook deze vertelde zijn droom. Het huis in Bersheba zag er precies zo uit. Binnen werd hij opgewacht door ongeveer 30 mannen.
Onze bejaarde broeder heeft een dag lang aan de hand van de profeten Jesaja en Jeremia gesproken over de Messias.
Hij vertelde deze mannen dat het bij ons gebruikelijk is dat mannen en vrouwen gelijktijdig onderwijs ontvangen. De volgende dag werd er een zaal gehuurd en onze Nederlandse broeder heeft gedurende in totaal 3 dagen mannen en vrouwen onderwezen. En zij schonken geloof aan dit onderwijs en zo is er een Messiaanse gemeente ontstaan nadat onze broeder al weer terug was in Nederland.
Zó zie je dat de heilige Geest nog precies kan werken als in bijbelse tijden.
Zó zijn er steeds meer Joden en Moslims die door dromen en visioenen in Jezus geloven.
Wat wordt ons leven avontuurlijk als we leren gehoorzamen aan wat de heilige Geest ons zegt!

(wordt vervolgd)
Peter Gerrets.



ER IS MEER (9).


In de Pinkstertheologie was men voorheen stellig: het bewijs dat je de doop in de heilige Geest had ontvangen was het spreken in tongen (talen).
Dus: elke christen kan in tongen spreken of bedoelde men: moet?
Maar wat is in hemels naam 'spreken in tongen'?
In de NBV wordt gesproken over 'klanktaal'.
Het is NIET: het spreken van een taal waarvoor je gestudeerd hebt. Christenen, uitgezonden naar het buitenland, die na taalstudie inheemse talen kunnen spreken, spreken niet in tongen.
Het is zó fout te denken dat de 120 mannen en vrouwen die in Handelingen 2 de heilige Geest ontvangen, in tongen spraken om de samengestroomde menigte het evangelie te verkondigen. Die samengestroomde menigte bestond uit Joden die afkomstig waren uit verschillende buitenlanden. Maar zij hadden het niet nodig om in hun huidige landstaal aangesproken te worden.
Want als Petrus gaat preken begrijpen ze hem allemaal zonder vertolking.
Paulus wijdt er een heel hoofdstuk aan, namelijk 1 Korintiërs 14.
Spreken in tongen is: spreken tot God en NIET tot mensen.
Wanneer dringt dit eindelijk door tot charismatische gelovigen?
Het is dus 'gebedstaal'.
En geen profetie, want dat is spreken tot mensen.
In tongen (talen) spreken is spreken in een onbegrijpelijke taal, zowel voor de spreker als voor de hoorders.
Uit Handelingen 2 blijkt dat de samengestroomde menigte ontdekte dat de 120 spraken in bestaande talen en dialecten van de landen, streken en plaatsen waar zij vandaan kwamen. Wat was de inhoud van dat spreken in tongen in Handelingen 2?
De 120 met de heilige Geest vervulden aanbaden God en spraken in hun gebeden over Gods grote daden.
Want dat doen we in onze gebeden. Luister naar de predikanten, voorgangers in onze erediensten.
Het kanselgebed is gebed en tegelijkertijd onbedoeld verkondiging. Het is: verootmoediging, het is schuld belijden, pleiten op het volbrachte werk van Jezus, danken voor vergeving, aanbidding om wie God is.
Soms zijn we zó overvol, zó onder de indruk van God en Gods Woord dat onze eigen taal niet toereikend is om Hem te verheerlijken.
Dan geeft Hij ons een andere taal om ons uit te drukken.
Een taal die we zelf niet beheersen en anderen niet begrijpen.
In :2 staat "maar door de Geest spreken wij verborgenheden uit".
In :4 staat, dat de gelovige die in tongen bidt zich persoonlijk opbouwt.
Het advies is: gebruik het bidden in tongen in de binnenkamer. Tenzij jij zélf of een ander in de gemeente kan uitleggen wat je gebeden hebt.
Want die gave is er ook: vertolken van tongen.
Maar in tongen bidden in de samenkomst of kerkdienst zonder vertolking bouwt de gemeente niet op (:5-13).
De van God ontvangen gaven moeten allereerst de gemeente opbouwen.
Wat gebeurt er eigenlijk als we in tongen bidden?
Mijn geest bidt, niet mijn verstand.
Ik bedenk niet wat ik ga zeggen. Gods Geest bidt door onze geest tot God, spontaan, het is een stroom die door mij heenvloeit. En in :14-17 lezen we dat we in tongen kunnen bidden, maar ook kunnen zingen.
Paulus dankt God voor de gave van het spreken in tongen.
Hij zegt: ik bid met mijn verstand en ik bid met mijn geest.
Maar hij blijft herhalen, dat het in de openbare gemeentebijeenkomsten nuttiger is om in verstaanbare taal te spreken.
Dus bidden in tongen in de binnenkamer.
Tenzij God jou of een ander de gave van vertolking geeft.
Wat mij hinderlijk overkwam is dat in charismatische kringen er vaak hardop of hoorbaar in tongen gebeden wordt en dat er daarna een profetie volgt.
Hoe kan een gebed, geadresseerd aan God in tongen, bij vertolking een woord van God zijn aan de gemeente??
Een gebed in tongen is na vertolking nog steeds een gebed en geen profetie.
En NEE spreken in tongen is geen bewijs van het ontvangen hebben van de doop in de heilige Geest.
Anders zou Paulus in 1 Korintiërs 12:30 niet schrijven: "niet allen spreken in vreemde talen, niet allen kunnen uitleg geven".
Ik ben vaak onaangenaam getroffen geweest door het slordige omgaan met deze gaven.
In de gemeenten die ik heb mogen dienen, heb ik bepaalde praktijken met de Schrift in de hand liefdevol gecorrigeerd.
Want dat doet Paulus ook in deze brief.
Persoonlijk heb ik deze gave mogen ontvangen.
Zeer sterk heb ik mogen ervaren dat in bepaalde situaties waarin ik mensen die onder invloed staan van Gods tegenstander ontmoette, de heilige Geest mij in tongen liet bidden, niet hardop.
Zachtjes in tongen meebiddend in voorbede voor mensen die occult beïnvloed zijn.
Maar ook op de kansel als ik Gods machtige tegenwoordigheid ervoer, terwijl de gemeente zong, zelf zachtjes in tongen biddend.
Romeinen 8:26 is wat je letterlijk ervaart. Soms weet je niet wat je bidden moet. De heilige Geest komt je dan te hulp.
Dat zuchten kan een gebed in tongen zijn.
God wéét dan dat je voorbede doet voor een medegelovige.
Zoals het gebed meerdere vormen kent, zó ook het bidden in tongen.
Het kan vragen, smeken, pleiten, voorbede, zegenen van God, dankzegging en aanbidding zijn.
God begrijpt precies wat wij bidden.
Er zijn mensen die als ze de heilige Geest op het geloof in Jezus Christus ontvangen onmiddellijk in tongen bidden, maar velen niet.
In tongen bidden is niet hét kenmerk van de gelovige. Er zijn vele dingen te noemen.
In Efeziërs 5:18-21 lezen we dat de Geestvervulde gelovigen zich kenmerken door: zingen, danken en nederigheid.
We zullen in komende studies nog spreken over deze en andere kenmerken, gaven.
Wij mogen verlangen en streven naar bepaalde gaven, erom bidden, maar de heilige Geest beslist wat Hij jou toevertrouwt.

(wordt vervolgd)
Peter Gerrets.



ER IS MEER (10).


In de vorige studie kwam het bewijs van het ontvangen van de doop in de heilige Geest aan de orde.
In de Pinksterdogma's was/is dat het spreken in tongen.
Bijbelser is de vraag: "Wat zijn de kenmerken van een christen?"
Want, zo ontdekten we, ieder die zijn of haar vertrouwen stelt op het eens en voor altijd volbrachte werk van de Here Jezus ontvangt op datzelfde moment de heilige Geest. En heeft de dagelijkse opdracht die heilige Geest de leiding te laten nemen in zijn of haar leven, vervuld te zijn met de heilige Geest.
In Efeziërs 5:18-21 worden genoemd:
1.
"elkaar toesprekend met psalmen, hymnen en geestelijke gezangen, zingend en psalmend voor de Heer met heel uw hart".
Immers waar het hart vol van is, loopt de mond van over.
Ooit geweten dat zingen en musiceren een toespreken is van elkaar?
Dat in dat zingen en spelen het aspect aanwezig is van: bemoedigen, oproepen, aanmoedigen om sámen te zingen en te spelen voor de Heer?
Wij zingen in de kerk, maar de Israëlieten zongen veel onderweg naar Jeruzalem om de feesten te vieren, of aan tafel bij het Pésachmaal.
Wordt er thuis nog gezongen, onderweg naar de kerk, in de kerk, gaan we zingend de kerk uit?
Wát zingen we?
Psalmen, het bijbelse psalmboek, maar dát niet alleen.
Hymnen, we vinden er een paar in de bijbel: 'Ontwaak gij die slaapt en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten', maar ook Filippenzen 2:5-11 over de Zoon van God die zich niet krampachtig aan zijn goddelijke natuur heeft vastgehouden, alles opgaf, mens werd, slaaf, die er alleen op uit was God te gehoorzamen tot op het kruis, maar die verhoogd is en de naam aller namen draagt, namelijk Jahwe, de Ik ben, die Ik ben'.
Hymnen, liederen over de heilsfeiten, liederen waarin de oproep klinkt tot bekering en geloof, liederen van aanbidding en lofprijzing. Liederen die Christocentrisch zijn.
En daartoe behoren liederen uit allerlei bundels: Gezangen, Liederen uit Johannes de Heer, Liederen uit de Opwekkingsbundel, Hemelhoog, Weerklank, Op Toonhoogte, Alles wordt Nieuw, Uit Aller Mond enzovoorts.
Geestelijke gezangen, ten onrechte verstaan we daar Geestelijke Liederen onder die ik onder hymnen noem.
Geestelijke gezangen zijn spontaan ingegeven woorden en melodieën tijdens de eredienst. Zoals een musicus ineens een melodie te pakken heeft die hij niet heeft voorbereid die zomaar onder inspiratie van de Geest tot stand komt.
Zo zijn er tijdens de eredienst spontaan ingegeven woorden, een tekst.
Ik heb dit eens mogen meemaken tijdens een predikantenconferentie in Noord-Frankrijk in Lille (Rijssel).
Tijdens een tijd van stilte, aanbidding begon er ergens links van mij iemand in een mij onbekende taal te zingen, een vrouw.
Zó glashelder, loepzuiver, voor mij hemels.
Plotseling begon een man ergens rechts van mij te zingen, even hemels, een melodie die wonderwel een harmonieuze tegenmelodie was, ook in een voor mij onbekende taal. Diepe ontroering maakte zich meester van allen. Alsof er een hemelse Dirigent afzwaaide, eindigden hun zingen op hetzelfde moment.
Daarna stond iemand op die dit zingen in tongen vertolkte.
De kernboodschap was: de verheerlijking van God als Vader, Zoon en Geest. Dat God iemand tot het ambt van predikant had geroepen en dat Hij een geweldig plan had, maar dat deze man door zijn eigen echtgenote werd tegengewerkt. Dat zij zich moest verootmoedigen opdat ook zij deel zou hebben aan Gods plan. Het was een gebed, lofprijzing en aanbidding, voorbede en verootmoediging en dankzegging.
Het werd ademloos stil.
Er kwam een predikantsvrouw naar voren die in tranen uitbarstte en voor God en voor ons beleed dat ze het onuitstaanbaar vond dat haar man zó in beslag genomen werd door zijn roeping, dat zij het gemeentewerk was gaan haten en haar man tegenwerkte om hem voor haar alleen te hebben. Zij beleed dit aan God, aan haar man en aan ons als gemeente, vroeg om vergeving en wijdde zich aan de Here toe. Daarna werd voor hen voorbede gedaan.
Dit was een spontaan ingegeven gebed met een spontaan ingegeven melodie aan twee mensen die ver van elkaar zaten in een onbekende taal, die vertolkt werd en die leidde tot verootmoediging.
Ik heb vaak 'zingen in tongen' gehoord, er werd een melodie ingezet, mensen gingen mee neuriën in tongen. Er werd nooit vertolkt. In de gemeente in Rockanje heb ik het eens vanaf de kansel gestopt, omdat het niet om aan te horen was.
Er is zoveel namaak, nep.
Ik heb ook horen zingen op een onbekende melodie met Nederlandse woorden, eenvoudig, tot eer van God.
Maar dit is het verschil tussen psalmen, hymnen en geestelijke gezangen.
2.
"altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus dank brengend aan onze God en Vader"
Kenmerk van een Geestvervuld christen: de dankbaarheid overheerst.
Het geheim hebben ontdekt dat God elke situatie van Zijn kinderen gebruikt ten goede. In de oude Willibrordvertaling staat in Romeinen 8:28 dat God in alles het heil bevordert. Alle dingen werken mede ten goede. Dankbaar voor alles!
Dat zijn we niet. In vragen, aanhoudend vragen, smeken, voorbede, klagen zijn we goed. Maar van danken komt het bijna niet. Zelfs als onze gebeden verhoord zijn, vergeten we te danken.
En danken voor alles, ja daar moet de heilige Geest de leiding in nemen.
Paulus leerde (het is een leerproces) om God te danken voor zijn zwakten, voor zijn tegenslagen, de tegenwerking, de doorn in zijn vlees.
Voor alles wat op het eerste gezicht blokkades waren om aan zijn opdracht te voldoen. Danken niet alleen. Was hij gek geworden? Roemen zelfs. Wij denken hoe gezonder, hoe fitter, hoe sterker, des te meer kan ik voor God doen.
In mijn eigen leven heb ik ontdekt wat Paulus ontdekte: des te meer ik zwak ben, met de rug tegen de muur sta, mij op niets kan beroemen, volledig aangewezen ben op Gods genade, des te meer Gods kracht zichtbaar wordt.
Tijdens de bidstond voorafgaande aan de kerkdienst vroeg de vrouw van een ouderling mij regelmatig: 'Peter, hoe is het met jou?' Als ik dan antwoordde: 'Het gaat fysiek niet goed', reageerde zij: 'O, gelukkig, want dan zijn jouw preken het best'.
Wie moet er nou uiteindelijk openbaar worden in ons sterfelijk lichaam?
Christus!
En wij, ik wil zo graag iemand zijn, erkenning ontvangen.
Mijn EGO staat zo graag op de voorgrond.
Bij het beklimmen van de kansel of het podium, als we achter het orgel of welk muziekinstrument gaan zitten, zeg dan stil: 'Heer Jezus gaat U maar voor'.
Danken voor alles, omdat Hem nooit iets uit de hand loopt.
In de komende studies vervolgen we de kenmerken van een christenleven.

(wordt vervolgd)
want wij hebben hier geen blijvende stad
maar zoeken de toekomende

De Heere Jezus zegt;
"Wie in Mij gelooft zal Hét Eeuwige Leven ontvangen"

Gebruikersavatar
Chaya
Generaal
Generaal
Berichten: 5402
Lid geworden op: 15 dec 2014 10:38
Locatie: Bij het water

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor Chaya » 16 okt 2017 14:59

HET BLIJVENDE WOORD Het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid ~Jesaja 40 vs 8b

Ons hele leven staat in het teken van veranderen. Er zit beweging in ons leven.
Vandaag zijn we weer anders dan gisteren. Het gras dat vandaag groen is, is morgen dor.
Zo is ook ons leven. Ook gewoonten en tradities veranderen, net als de levensstijl.
Jij leeft in een andere tijd, dan je ouders en grootouders in hun jeugd.
En alles verandert zo snel.
Al die snelle veranderingen veroorzaken vaak grote conflicten tussen ouders en kinderen. En ook onzekerheid.
Was het toen goed of is het nu goed? Of is het beide goed?

Ik kan daar geen pasklaar antwoord op geven. Ik denk niet dat het goed is om het heden uit te spelen tegen het verleden.
Wij kunnen lang over allerlei verschillen discussiëren, echter veelal zonder resultaat.
Er is te veel tijd verspild met: "Ik vind dit en dat en vroeger was alles beter."

Het is helemaal niet belangrijk wat jij denkt of ervan vindt. Want ook jij bent veranderlijk.
Zo ongemerkt gaan we met de stroom van de tijd mee. Zoals een rivier die kronkelend en slingerend zich een weg baant door het land.
Alles verandert, behalve het Woord van God. Dat bestaat in der eeuwigheid.
Eeuwig betekent in dit verband: vast en zeker, betrouwbaar, onveranderlijk.

De moderne theologie heeft vaak geprobeerd om Gods Woord krachteloos te maken.
Met zet vraagtekens en men ontkent het scheppingsverhaal.
En Gods Woord wordt niet meer gehanteerd als de maatstaf voor ons leven.
Als we mee gaan doen met de discussies over wat wij van de Bijbel denken, komen we in het duistere en het onzekere terecht.
De Heere Jezus heeft de duivel bestreden met: Er staat geschreven.

Waarmee zal de jongeling zijn pad, door ijdelheden omsingeld, rein bewaren.
Gewis, als hij het houdt naar het heilig blad.


ds. H. Hofman
Wee de mens die zich niet elke dag minstens een uur kan bezinnen over zichzelf ~ Rabbi Mosje Leib van Sasow

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2484
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 20 okt 2017 11:21

OVER ONZE UITINGEN...


Van verdriet...
Van blijdschap...
Van dankbaarheid...
Van eerbied...
Van lofprijzing...
Van respect en waardering...
Van genegenheid...
Van vriendschap...
Van liefde...
Verwachtte je een ander lijstje?
Van haat...
Van minachting...
Van kritiek...
Van verschil van mening...
Van afkeur...
Ik ben een rasechte Nederlander.
Opgegroeid in een familiesfeer, opleidingssfeer, werksfeer van vanzelfsprekendheid.
Alle hulp thuis, alle schoolresultaten, al het werk dat je deed was vanzelfsprekend.
Daarvoor kreeg je geen 'dankjewel' te horen.
Geen complimenten.
Geen aanmoedigingen.
En ik ben opgegroeid in een tijd waarin ik niet geknuffeld werd.
Natuurlijk gaf je moeder, of oma of een tante een kus.
En vader, opa, of een oom een hand.
Iemand bij de voornaam noemen, vergeet het.
Vrouwen een kus op de wang, mannen een hand.
Zo hoorde het.
Een getrouwde vrouw was een mevrouw.
Een ongetrouwde vrouw was een juffrouw.
Een onderwijzer was een meester, een onderwijzeres een juffrouw.
Want zodra een vrouw trouwde, werd ze ontslagen.
Leraren op de middelbare school waren meneren.
En het was altijd 'u'.
En 'jij' zeggen deed je tegen je eigen soort.
God was Gij. In de kerk sprak de dominee heel raar.
Voor de dienst praatte hij normaal, maar op de preekstoel sprak hij anders, in een moeilijkere taal.
Tijdens mijn studie theologie in Brussel ontdekte ik cultuurverschillen.
Het krioelde er van Nederlandssprekenden, Vlaamstaligen, Engelssprekenden, Franstaligen.
En ik stapte in mijn tweede studiejaar over naar de Franstalige afdeling en ging daar ook wonen.
Franstalige studenten, mannen, kusten elkaar als ze elkaar een lang weekend niet gezien hadden.
Ze kusten ook mij en ik kuste hen.
In mijn stagegemeenten in Wallonië stelde ik mij voor aan de predikant en gaf hem, of probeerde hem een hand te geven.
En hij trok mij naar zich toe en zei: "Peter, mais nous sommes des frères" en ik kreeg drie kussen op mijn wang.
Maar het overkwam me ook eens in de eetzaal, waar 80 studenten bijeen waren.
De Franse predikant mr. le pasteur Dagon uit Charléville-Mézières had mij de avond ervoor niet op de Franstalige afdeling gegroet.
Net voor het ontbijt begroette hij mij met een stem als een klok en met drie kussen en alle Nederlandssprekenden en Engelstaligen moesten daar verlegen om lachen.
Ik zakte door de grond.
Na mijn studie besloot ik me geen dominee te laten noemen.
Ik heet Peter.
In de bijbel wordt iedereen bij de voornaam genoemd.
En ik wilde me niet 'u' laten noemen.
En zó is dat tot op de huidige dag.
Anderen spreek ik met 'u' aan, bij de titel.
Natuurlijk is het voor mijn natuurlijke mens geweldig om dominee genoemd te worden, écht het streelt mijn ego.
Maar voor mijn geestelijk leven is het niet goed.
Ik ben extravert, spontaan.
Ik ben niet bang om in woord, schrift en gebaar mijn gevoelens te uiten.
En mijn collega's hebben daar aanstoot aan genomen.
In mijn eerste gemeente had ik een speciale band met de ouderen.
Na de dienst bij de uitgang waren er vele lieve oudere vrouwen die me een kus gaven en ik hen.
Binnen de Pinkstergemeenten die ik gediend heb noemden we alle broeders en zusters bij hun voornaam.
Binnen die beweging deden we wat in de bijbel staat: handen opheffen, klappen tijdens het zingen, knielen bij het bidden.
Niet verplicht.
Maar ik ben ontzettend blij dat ik me heb leren uiten.
Een kus, een omhelzing, een knuffel.
Bij voorbede voor iemand, die ander zegenen, de handen opleggen.
Natuurlijk altijd rekening houdend met die ander, want er zijn er die het niet op prijs stellen.
Het is typisch Nederlands om elkaar af te kraken, te bekritiseren, af te maken of totaal te negeren.
En ofschoon er in de loop der tijd veel ten goede veranderd is, is het geven van een compliment, waardering, respect o zo moeilijk.
Want is de christelijke smoes: "Daarmee maak ik die ander hoogmoedig".
Op zoveel plaatsen in zijn brieven spreekt Paulus, maar ook Petrus over het elkaar groeten met een 'heilige kus'.
Een kus als teken van broeder- en zusterliefde, op de wang, niet op de mond.
Maar twee mannen die elkaar een kus geven, dat zijn homo's.
Die heilige kus hebben we afgeschaft.
En de voetwassing uit Johannes 13 hebben we afgeschaft.
Jezus zegt: 'Ik heb jullie een voorbeeld gegeven'.
En in Nederland zijn we meesters in het vergeestelijken.
Een walgelijke gewoonte, waar tegen ik mij verzet, krachtig verzet.
Zelf heb ik meerdere malen zo'n voetwassing meegemaakt en de spirituele ervaring die je dan meemaakt is geweldig.
Het raakt je tot in het diepste van je innerlijk.
Die kus, dat opheffen van je handen, dat klappen, die handoplegging, die zegen, die zalving met olie, dat knielen bij het gebed, die voetwassing, die doop in water hebben een diep effect.
Het moét niet, maar het mag wel.
Ook in de kerk.
In mijn jeugd zong het weken rond in Delft dat tijdens een dienst in de Nieuwe Kerk iemand tijdens de preek 'halleluja' had geroepen. Er werd schande van gesproken.
Typisch Nederlands.
Onze godsdienst is zó verstandelijk, zó rationeel, zó emotieloos, koel, kil, doods.
Er is bijna geen ruimte voor spontaniteit. Alles ligt vast.
O, als de heilige Geest eens de leiding zou overnemen...
In België heb ik het meerdere malen meegemaakt binnen de gevestigde Protestantse Kerk.
Een kerkdienst die ik mocht leiden en als reactie op de preek begon de hele gemeente te huilen, zonden te belijden...
En tijdens een kamp van de Églises Réformées toen ik bad met mijn slaapzaal begonnen alle jongens te bidden, zonden te belijden, te huilen, te smeken, te lachen, te danken en ze wijdden zich aan God toe.
Achteraf had het drie uur geduurd van middernacht tot 03.00 uur.
Dat organiseer je niet, dat is geen mensenwerk.
Ik verlang zo ontzettend dat Woord en Geest toeslaan in onze kerken en gemeenten.
Nu zijn wij meestal zo lauw.

emeritus predikant P Gerrets
want wij hebben hier geen blijvende stad
maar zoeken de toekomende

De Heere Jezus zegt;
"Wie in Mij gelooft zal Hét Eeuwige Leven ontvangen"

Gebruikersavatar
Chaya
Generaal
Generaal
Berichten: 5402
Lid geworden op: 15 dec 2014 10:38
Locatie: Bij het water

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor Chaya » 21 okt 2017 09:14

Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen de ganse dag. Want Uw hand was dag en nacht zwaar op mij; mijn sap werd veranderd in zomerdroogten. Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor de HEERE; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonden.
Psalm 32: 3-5

‘Spreken is zilver, zwijgen goud’, zo luidt een bekend spreekwoord. Hoe vaak dat spreekwoord ook waar is, er is een situatie waarin zwijgen allerminst goud is. Integendeel: juist de dood betekent. David spreekt erover in Psalm 32.

Verzwegen zonden
In onze tekst blikt David terug op een donkere periode in zijn leven. Een periode die beheerst werd door bepaalde zonden. Aan welke zonden David concreet denkt, wordt niet duidelijk. Wel blijkt uit de drie verschillende woorden die hij gebruikt voor zijn zonden, dat hij iets heeft verstaan van het gewicht ervan. Hij is een opstandeling tegen God; een krom en verkeerd mens, een doelmisser.
Eén zonde van David wordt ons wel genoemd. We lezen in vers 3: ‘ik zweeg’. David zwijgt! Dat wil zeggen: hij zwijgt over zijn zonde tegenover de Heere. Hij belijdt zijn zonde niet voor Gods aangezicht. ‘Ik zweeg’ – dat geldt niet alleen voor David, maar van nature ook voor u, voor jou en mij. Zonder uitzondering. Wij zwijgen voor de Heere. Althans: voor zover het onze zonden betreft. O zeker, het kan best dat ik op bepaalde momenten heel veel te vertellen heb. Ook tegenover God. Ik bid. Lang en uitgebreid. Ik breng allerlei zaken voor het aangezicht van de Heere. Maar als het nu gaat om mijn zonden – om die heel concrete zonden waar ik zo aan vastzit – dan geldt: ik zwijg. En waarom zwijg ik? Omdat ik niet eerlijk wil worden voor God. Omdat ik niet als een schuldige zondaar voor Hem wil komen te staan. Omdat ik me staande wil houden in een leven van zonde, waar Hij buitengesloten blijft. Nog iets aangrijpends: die zwijgende mond komt niet alleen voor bij een mens van nature, maar kan zelfs voorkomen na ontvangen genade. Kijkt u maar naar David. De spiegel wordt dus voorgehouden aan ons allen: ben ik op dit moment (nog altijd) een zwijger tegenover God, waar het mijn zonde(n) betreft?

Beleden zonden
Als David zwijgt, krijgt hij te maken met Gods hand. Gods hand gaat zwaar op hem rusten. David wordt onrustig. Hij krijgt te maken met tegenslag. Hij wordt ziek. Zelfs zo ziek, dat hij dichtbij de dood komt. Zijn levenssap, zegt vers 4, wordt veranderd in zomerdroogten. Herkent u dat? Of jij? Dat de hand van de Heere zwaar op u rust? Op je drukt? Je voelt je benauwd en rusteloos. Ziek misschien wel. en je vraagt naar de reden: waarom? Die vraag is niet in het algemeen te beantwoorden. Maar is het misschien omdat u zwijgt? Omdat jij zwijgt? Je zonden niet wilt belijden voor de Heere? Niet eerlijk wilt worden voor God? Kijk, dan ligt er genade in, dat de Heere het David zo moeilijk maakt in zijn leven. Dat de nood zo groot wordt. Want dat gebruikt de Heere om David op de plaats te brengen waar hij eerlijk wordt voor God. Verzwegen zonden worden: beleden zonden. We horen het David zeggen (vers 5a): ‘Mijn zonde maakte ik U bekend en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis doen voor de HEERE’. Wat valt op in die woorden? Om te beginnen, dat Davids belijdenis een heel bewuste zaak is. David mompelt niet tussen allerlei andere zinnen door, dat hij ook nog wat gezondigd heeft. Nee, hij neemt het zich heel bewust voor: ‘Ik zal belijdenis doen’. Daarin klinkt iets door van het ‘ernstig overleg’ dat eerst in Davids ziel heeft plaatsgevonden. Opvallend is ook, dat David echt eerlijk gemaakt is. Hij bedekt zijn ongerechtigheid niet langer. Eerlijk komt hij ermee voor de dag. En het derde: Hij doet belijdenis ‘voor de HEERE’. Hij stelt zich met zijn zonde voor het aangezicht van de heilige God. En onlosmakelijk daarmee verbonden: hij buigt voor de Heere: ‘ik heb gedaan wat kwaad is in Uw oog. Daarom ben ik, Heere, Uw gramschap dubbel waardig’. De vraag naar ons toe: kennen we dit belijden van onze zonde? Zonder deze belijdenis maken we ten diepste God tot een leugenaar, schrijft Johannes (1 Johannes 1:9).

Vergeven zonden
In de weg van de echte, hartelijke schuldbelijdenis mag David het ervaren: ‘Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde’ (vers 5b). Dat is de ervaring van David. Zijn scharlaken en karmozijnrode zonden – zo groot, zo zwaar – ze worden door de Heere vergeven. Ze worden weggewassen. Waar dat gebeurt, word ik van straatarm en diep ongelukkig, echt gelukkig, in de diepe en geestelijke zin van het woord. Welgelukzalig. Zo begint David zijn Psalm ook: ’Welgelukzalig is hij, wiens zonde vergeven is, wiens ongerechtigheid bedekt is, dien de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent’. En dat brengt ons tenslotte bij de vraag – ook uw en jouw vraag? – hoe dat nu eigenlijk kan. Mijn zonden, die ik bedekte en verzweeg, hoe kunnen ze vergeven, bedekt worden? Dankzij mijn schuldbelijdenis? Nee. Al is dat wel de weg waarin de Heere Zijn vergeving wil schenken, het is nooit de reden waarom de Heere vergeeft. Want: hoe verbroken en verslagen een mensenhart ook is, waaruit de belijdenis van de zonde opwelt, het is en blijft een zondaarshart. En zelfs in het belijden van mijn schuld liggen nog gebreken en soms ook onzuivere motieven. Als de HEERE David zijn zonde vergeeft en niet toerekent, is dat alleen omdat Hij die zonde wel heeft toe-gerekend aan Zijn eigen Zoon, de Heere Jezus, ‘Die geen zonde gekend heeft’. Als Hij daar staat, voor de aardse rechter, terwijl allerlei beschuldigingen aan Zijn adres klinken, dan zwijgt Hij. Maar door dat zwijgen eigent Hij de schuld van Zijn kerk; heeft hij de schuld van vijanden op Zich genomen en weggedragen. In deze zwijgende Zaligmaker is de zaligheid voor een schuldige zondaar.

ds. A.J.T. Ruis
Wee de mens die zich niet elke dag minstens een uur kan bezinnen over zichzelf ~ Rabbi Mosje Leib van Sasow

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2484
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 31 okt 2017 18:42

IK VRAAG ME AF.....


Ik zie die volle Bethlehemkerk hier in Den Haag zondagmiddag.
En ik vraag me af: wát onderscheidt ons eigenlijk, en dan bedoel ik plaatselijk en niet landelijk.
Ja, ik vraag me af: wat is hier in Den Haag nu het verschil tussen een Gereformeerde Bondsgemeente, de Christelijk Gereformeerde Kerk, de Nederlands Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt?
Hier in de stad?
Of in mijn geboorteplaats Delft?
In geloofsleer?
Niets!
In liturgische gewoonten?
Een paar verschillen.
In onze gemeente zingen we ritmisch de psalmberijming van 1773 én we zingen uit het oude Liedboek voor de Kerken, Hervormde Gezangenbundel 1938, Weerklank, Op Toonhoogte, Opwekking.
We lezen uit de Herziene Statenvertaling.
In de GKv zingt men uit de Gereformeerde Liedbundel en ook uit allerlei liederenbundels en men leest uit de NBV.
De verschillen liggen dus op het vlak van bijbelvertaling en de te zingen liederen.
Gelukkig zijn er beamers en projectieschermen.
Dus was het geen enkel probleem om zo'n interkerkelijke dienst te houden.
Het thema: IK GELOOF ÉÉN HEER, ÉÉN KERK.
Vanuit de Bijbel leren we dat er voor God twee volkeren zijn.
De biologische nakomelingen van Abraham, Izaak en Jakob waarmee God verbonden sloot.
Verbonden.
Beloften.
Jezus zegt: schapen van deze stal.
Maar Jezus zegt: Ik heb ook nog schapen die niet van deze stal zijn.
Het verbond met Abraham is eigenlijk zeer aards: het beloofde land waarvan concreet de grenzen worden aangegeven; een talrijk nageslacht; de Nakomeling die tot zegen is voor de hele wereld.
En die andere kudde.
De gelovigen-uit-de-heidenen en de gelovigen-uit-de-Joden, de gemeente van Christus.
God kent maar één Gemeente.
Alle naambordjes aan onze kerkdeuren of kerkmuren tellen voor Hem niet.
Dacht je nou echt dat de HERE rekening houdt met de dogmatische verschillen tussen de GG en de GGiN?
Waren de felle discussies tussen de aanhangers van Gomarus en Arminius van het allerhoogste belang?
Hoogoplopende discussies over de toe-eigening van het heil?
Over de predestinatie?
Over de schrijfwijze van HEER, HERE en HEERE?
Ooit weleens gedacht aan een huilende God?
Wát is de boodschap aan de bevolking van onze dorpen en steden als ze al die kerkgebouwen zien?
Mensen op weg naar de kerk die elkaar niet groeten, families die uiteen gevallen zijn door kerkscheuringen.
Nee, ik ben geen theoloog, zeker geen dogmatische scherpslijper.
Wel aandachtige Bijbellezer met aandacht voor kleine details en pastor, herder onder de mensen.
Ik zat in die stampvolle Bethlehemkerk en ervoer: het is goed.
Ik sprak na afloop met medekerkgangers en ze zeiden: dit willen we vaker beleven.
Als het aan theologen en professoren en synodes ligt, blijven we altijd gescheiden.
Als het aan de kerkgangers en vele predikanten ligt, willen we meer.
Gods Geest werkt meestal het sterkst in en door eenvoudige mensen.
Leidinggevenden moeten rekening houden met de regel, met kerkenraden, classicale vergaderingen, synodes.
Iemand schreef me: 'U beleefde een hemel op aarde'. Ja, dat klopt.
Ds. Peter Bakker vroeg: "Eén Kerk?
Of vindt u uw eigen kerk nog altijd de beste kerk?"
Mijn ervaring is, dat gelovigen niet houden van verandering.
We hechten aan ónze plaats, stoel, kerkbank.
'U zit op mijn plaats'.
We hechten aan de manier van zingen, onze liederenbundel, onze manier van Avondmaal vieren.
Als het aan ons ligt zingen we nog eeuwen lang niet ritmisch, de berijming van 1773, zuinig aan met gezangen.
Maar ik verlang naar het moment dat de heilige Geest de volledige leiding overneemt.
Dat de heilige Geest ons gaat laten verlangen naar elkaar.
Psalm 133 'de broeders en zusters van hetzelfde huis, hetzelfde ouderlijk huis, kinderen van één Vader, zouden toch moeten samenwonen'.
Want wáár dié broeder- en zusterliefde woont, gebiedt de HERE Zijn zegen.
Mensen op straat zeggen: 'Kijk toch eens hoeveel die christenen van elkaar houden'.


P Gerrets (emeritus predikant)
want wij hebben hier geen blijvende stad
maar zoeken de toekomende

De Heere Jezus zegt;
"Wie in Mij gelooft zal Hét Eeuwige Leven ontvangen"

Gebruikersavatar
Chaya
Generaal
Generaal
Berichten: 5402
Lid geworden op: 15 dec 2014 10:38
Locatie: Bij het water

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor Chaya » 01 nov 2017 10:47

Maar één…?

"En hij viel op zijn aangezicht voor Zijn voeten, Hem dankende en dezelve was een Samaritaan." Lukas 17:16

Dankdag houden: wie kan het, wie doet het in oprechtheid van het hart. Het is als het goed is vanzelfsprekend, dat we met dankdag naar de kerk gaan, dat er gepreekt wordt. Er is alle reden tot dankbaarheid als we zien wat we dagelijks ontvangen ondanks onze zonde en ongerechtigheid. Maar de Heere vraagt naar ons hart op de dankdag.
Tien melaatsen heeft de Heere Jezus genezen in het grensgebied tussen Galiléa en Samaria. Ze leden aan een vreselijke ongeneselijke ziekte, waarvoor geen mens middelen had tot genezing. De dood zou zeker het slot zijn van het ziekteproces dat hun vlees aantastte. Christus werkt echter door Zijn machtswoord genezing. Een wonder dat geen mens kon werken.
Waar komen die tien met die grote weldaad terecht? In de tekst vinden we er maar één die aan de voeten van de Heere Jezus terecht komt. Zal het er vandaag één op de tien zijn die zo met dankdag in de kerk terechtkomt aan Zijn voeten?

Diep buigt die ene genezen melaatse voor de Heere Jezus neer. Hij valt op zijn aangezicht aan Zijn voeten. Hij ligt met zijn gezicht in het stof. Het is de gestalte van een onwaardige die beseft iets onverdiend te hebben ontvangen. Het is de houding van een mens die de afstand tussen zichzelf en Christus ervaart. Het getuigt van ootmoed.
In zijn melaatsheid was hij onrein. Daarom moest hij naar de wet leven buiten de gemeenschap van mensen, maar ook buiten de gemeenschap met God. In die onreinheid zou hij eeuwig buiten God wegzinken. Daarnaast was hij nog Samaritaan. Volgens de joden was behoud voor Samaritanen niet mogelijk. Wat een wonder dat God in en door Christus genezend naar hem heeft omgezien. Totaal geen rechten en toch genezen door Israëls God. Dat maakt dat Hij diep buigt in verwondering. Ook al zouden alle mensen een andere weg gaan, voor hem is er alleen die ene weg over. Terug en buigen voor de Heere Jezus.
Hoe zou het komen dat Hij wel terugkomt en buigt en die andere negen niet? Dat spreekt van genade waardoor deze genezen melaatse mag opmerken wie God voor hem onverdiend wilde zijn. Om met ons hart dankdag te houden is diezelfde genade nodig. Genade die niet kijkt naar andere mensen maar die zichzelf leert zien in het licht van Gods Woord. Genade die doet opmerken: Het zijn de goedertierenheden des HEEREN dat ik niet vernield ben. Heere vanwege mijn zonden ben ik helemaal melaats en nu heeft u me nog niet vanwege mijn onreinheid voor eeuwig van voor Uw aangezicht weggedaan. Wat is het nodig om te zien en te doorleven door de toepassende kracht van Gods Woord en Geest dat God naar mij, onwaardige, wilde omzien.
Een seizoen lang gaf Hij kracht voor mijn werk. Voedsel en kleding kwamen uit Zijn hand. Ons gebed mag wel zijn: Geef mij ogen dat ik mag zien. En als u wel eens verwonderd bent geweest het achterliggende seizoen, dat over u als zondaar toch het zonlicht weer opging, waar is die verwondering, die verootmoediging nu. Dat ootmoedig buigen is steeds opnieuw vrucht van genade. Er is geen betere plaats dan aan Zijn voeten terecht te komen naast deze melaatse. Het is onmisbaar om daar terecht te komen. Nog wil God daar zondaren brengen.

Danken is God de eer geven vanwege Zijn weldaden met mond en hart, dus met heel het leven. Zoals de mens geschapen was kon hij dat. Door de zondeval kan geen mens dat echter meer.
Uit het leven van deze genezen melaatse klinkt echter door wederbarende genade Gods lof weer. We lezen dat deze genezen Samaritaan terugkeert met grote stem God verheerlijkende. Moet hij dat dan niet in de tempel bij de priesters doen. Dat heeft Christus hem met de andere negen toch geboden. Hij mag daar als Samaritaan niet komen.
Daarnaast heeft hij diep beseft, dat hij niet kon buiten die biddende maar ook dankende Hogepriester Die hem genas. Hij kan alleen in en door Christus met zijn dankoffer voor God verschijnen. Het getuigt er van dat hij niet alleen voor een aardse weldaad een Heelmeester nodig had maar ook voor zijn behoud (zie vs. 19) niet buiten de Zaligmaker van zondaren kan. Behoud is namelijk verlost worden van het grootste kwaad en gebracht worden tot het hoogste goed.
Met heel Zijn leven is deze Samaritaan aan Christus verbonden. De genadegave van het geloof doet hem terugkeren. Hij kan niet buiten het leven uit Christus ook niet in zijn dankoffer. Alleen het werk van deze tweede Adam brengt deze Samaritaan tot Zijn bestemming. Hier in beginsel en straks volmaakt.

Hoe zullen wij ooit tot datzelfde lofoffer komen? God is het zo waardig. God eist het van ons als de Schepper en Onderhouder van het leven.
Zal de dankdag in 2017 (oorspronkelijk 2009, C.) u daar brengen? Het laat u onverschillig? Wees gewaarschuwd, de eeuwige vloek zal uw deel zijn. Eeuwig zult u roepen had ik maar gevraagd om dankdag met mijn hart te leren houden op aarde. Had ik maar gesmeekt om het te leren zien: mijn leven melaats van zonde.
U zegt waarlijk dankdag houden dat leer ik nooit. Ik doe niet anders dan mijn eigen lof zingen. Melaatse Samaritanen brengt Hij daar. Kan een mens verder weg zijn uit Gods gunst dan een melaatse en ook nog behoren tot die halve heidenen: dubbel onrein. Groter kan de afstand tussen een heilig God en een zondaar toch niet zijn. Toch kwam er dubbel herstel. Zo is herstel in het heden der genade nog mogelijk. Onmogelijk voor mensen, maar het getuigt van wat genade van God vermag. De naam van deze Heelmeester is Raad, Sterke God.

Denkt u dat u dankdag kunt houden buiten het offer van Christus? Dat zal nooit kunnen. Christus is nodig als biddende maar ook dankende Hogepriester om dat ware lofoffer met hart en mond te brengen. Nog is dat getal waarvoor Hij Zijn bloed gestort heeft niet vol. Nog moet Hij er in de tijd brengen uit de diepte van ellende tot dat lofoffer in Zijn ontzondigende bloed. Hier in beginsel vol van gebroken klanken van de kant van de zondaar maar straks eeuwig volmaakt. Niet alleen deze ene, maar een schare die niemand kan tellen uit alle talen natiën en volken naar Zijn welbehagen.

Ds. L. Terlouw
Wee de mens die zich niet elke dag minstens een uur kan bezinnen over zichzelf ~ Rabbi Mosje Leib van Sasow

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2484
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 01 nov 2017 18:18

" THANKSGIVING "


"Dank aan God!, door Jezus Christus, onze Heer"
(Romeinen 7:25a Naardense Bijbel).

Het is in Protestants Nederland, behalve op Urk en in Zeeland, Dankdag voor Gewas, Arbeid en Visserij.
In de afgelopen jaren hoorde ik vaak zeggen: "Wij moeten net als in de Verenigde Staten van Amerika ook een Thanksgiving hebben".
Een Dankdag waarbij je je dankbaarheid kunt uiten ten opzichte van God en elkaar.
En die hebben we in Nederland al zó lang.
Op vele plaatsen worden vandaag kerkdiensten gehouden.
Dankdag voor de opbrengst van het land.
Dankdag voor wat onze arbeid heeft opgebracht.
Dankdag voor wat de visopbrengsten zijn.
In de allereerste plaats met dank aan de Heer.
Dank boeren, dank arbeiders, dank werknemers, dank vissers.
En moeten we eraan toevoegen:
Dank vader en moeder.
Dank kinderen.
Dank broers en zussen.
Dank mannen en vrouwen.
Dank vrienden en vriendinnen.
Dank collega's.
Want niets, maar dan ook niets is vanzelfsprekend.
Dank onderwijzend personeel.
Dank verzorgenden.
Enzovoorts.
Dus vandaag in de gemeente van Jezus Christus God danken.
Op het werk de collega's en directie danken.
Aan tafel elkaar danken en genieten van wat op tafel komt.
In persoonlijk gebed danken.
Ja, in Romeinen 7:25a gaat het over een bijzonder dankgebed.
Paulus kent zichzelf door en door.
Juist, als wedergeboren christen.
Juist, omdat hij de heilige Geest ontvangen heeft.
Hij onderkent en erkent dat de aantrekkingskracht van het kwaad, van de zonde oersterk is.
Hij wíl het anders.
Maar voelt zich gevangen, gekerkerd in zijn lichaam dat maar al te graag de wereldse passies, driften en hartstochten volgt. Ons sterfelijk lichaam dat uiteindelijk sterven moet.
Wie verlost mij?
Wie tilt mij boven die aantrekkingskracht van de zonde uit?
Wie geeft mij de overwinning?
God, ik dank U, door het lijden en sterven, door de begrafenis en de opstanding, de hemelvaart en de uitstorting van de heilige Geest van en door Jezus Christus.
God zélf gaf kracht van Zijn Zoon om te leven naar Zijn wil, kracht om onze taken uit te voeren, zorgde voor de opbrengst en gaf ons elkaar.
Er is alle reden om te danken!



emeritus predikant P Gerrets.
want wij hebben hier geen blijvende stad
maar zoeken de toekomende

De Heere Jezus zegt;
"Wie in Mij gelooft zal Hét Eeuwige Leven ontvangen"

lekkerbek
Sergeant
Sergeant
Berichten: 402
Lid geworden op: 10 mei 2012 09:28

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor lekkerbek » 01 nov 2017 19:39

Chaya dank je wel! Vanmorgen ging bij ons de preek over de melaatse die weer terug kwam. Nu een waardevolle aanvulling op het forum, dat is geen toeval, dank voor het plaatsen!

Speedy
Majoor
Majoor
Berichten: 2139
Lid geworden op: 30 jan 2003 16:20

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor Speedy » 01 nov 2017 22:07

lekkerbek schreef:Chaya dank je wel! Vanmorgen ging bij ons de preek over de melaatse die weer terug kwam. Nu een waardevolle aanvulling op het forum, dat is geen toeval, dank voor het plaatsen!


Inderdaad, laat ik vanmiddag een gesprek hebben met iemand die ook zo'n preek heeft gehoord en waar het in een moeilijk leven, voor het eerst echt dankdag mocht worden.
Mijn lijst van booswichten wordt elke dag, dat ik ouder word, kleiner en mijn register van dwazen steeds langer.

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2484
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 02 nov 2017 14:35

.REFO 500 (1).


"Want ik schaam mij voor het verkondigde evangelie niet, want het is een kracht van God tot redding voor al wie het gelooft: én Judeeër allereerst, én Helleen. Want rechtvaardiging door God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven staat: 'maar de rechtvaardige zal leven uit geloof'" (Romeinen 1:16-17 Naardense Bijbel).


Op 31-10-2017 is het 500 jaar geleden dat Martin Luther in 95 stellingen protesteerde tegen de door hem geconstateerde dwalingen in de leer en de praktijk van de Rooms-Katholieke Kerk.
Aan de vooravond van Allerheiligen.
Ik merk dat er verschil is in termen: herdenken we, gedenken we, vieren we óf treuren we, verootmoedigen we ons?
Wat zegt ons 31 oktober, Hervormingsdag, nog?
In mijn jeugd veel.
Er werden diensten belegd in mijn geboortestad Delft in samenwerking met de Stichting 'In de Rechte Straat' van de tot het protestantisme bekeerde priester ds. Hegger. Een dienst die uitging van de Hervormde Gemeente in Delft, waarin orthodoxe predikanten voorgingen, ook uit andere Reformatorische Kerken.
En het stoere Lutherlied gezongen werd.
Destijds protestdiensten tegen de verderfelijke Rooms-Katholieke dogma's.
En nu? Wat weten doorsnee protestanten nog van Hervormingsdag?
Waar protesteren we vandaag nog tegen?
In orthodoxe kring nog wel.
Maar veelal vind ik 'het protestantisme' slappe hap.
Waar raken we in een gewone Protestantse Kerk (en dan heb ik het over een PKN-gemeente) nog opgewonden van?
De opwarming van de aarde, de milieuvervuiling, we willen een fair-tradegemeente zijn, zonnepanelen op het kerkdak, we strijden tegen onrecht, verdrukking, discriminatie, we zijn solidair met uitgeprocedeerde asielzoekers, houden ons bezig met de vluchtelingenproblematiek, vrouwenrechten, rechten voor lhbt'ers.
En de theologie?
God is een goede God.
Jezus, de zoon van Jozef en Maria. Een gewoon mens die ernst maakte met Gods geboden en opkwam voor de armen en verdrukten. In Jezus zien we Gods gelaat. Maar die Jezus hebben we omgebracht op een verschrikkelijke manier en is als martelaar gestorven.
Hij deed geen bovennatuurlijke wonderen, zijn kruisdood is hét symbool van zijn solidariteit met de lijdende mensheid. Hij is niet opgestaan, niet opgevaren naar de hemel, komt niet terug.
Verzoening met God?
God heeft het goede voor met alle mensen van goede wil.
En alle religies en levensovertuigingen zijn gelijk.
In een hedendaagse christelijke kerk gaat het niet zozeer om wat je gelooft, maar om jouw alledaagse praktijk.
Om ónze goede werken.
En de teksten hierboven, zeggen ons niets.
Wáár maakten de voorlopers van Luther en de Reformatoren zich druk over?
Een écht middeleeuws vraagstuk: 'Hoe krijg ik een genadig God?'
Het Rooms-Katholieke antwoord van destijds, door mij gesimplificeerd: geld geven voor een document waarin zwart-op-wit stond dat jouw zonden vergeven waren (een aflaat). En dat geld was hard nodig om in Rome de Sint Pieter te kunnen bouwen.
Is voor geld alles te koop?
Nee, geen gemoedsrust, geen innerlijke vrede, geen geloofszekerheid.
Luther ontdekte in de Romeinenbrief het geheim.
Romeinen 1:16
Wát is dat verkondigde evangelie?
Dat vraag ik me anno 2017 ook af.
Wát is die blijde boodschap, dat goede nieuws, die overwinningsproclamatie?
Wát werd er destijds en wát wordt er heden ten dage verkondigd?
Hét éne Evangelie?
Letterlijk: dat dynamiet van God (een kracht van God).
Dynamiet dat absoluut noodzakelijk is om te redden, uit te redden, uit alle nood te bevrijden!
Allereerst degenen die bij het verbondsvolk horen, het nageslacht van Abraham, Izaak en Jakob en dan ook de Grieken, de niet-Joden, de heidenvolken.
Ja, elke Jood en elke heiden die geloof schenkt aan dat reddende en bevrijdende evangelie.
Dáár gaat het om.
In 1517, in 2017.
Hét éne ware Evangelie is als dynamiet in de hand van God om de banden waarmee wij gebonden zijn te verbreken.
Om ingesloten mijnwerkers boven de grond te krijgen mits we vertrouwen op onze Redder Jezus Christus.
Nu, schrijft Paulus, hoe zou ik me ooit voor zo'n evangelie kunnen schamen?
Gemeente van Jezus Christus wereldwijd,
Is er onder ons nog enig besef dat 'de mensheid' gered moet worden?
Elk mens! Gered waarvan?
Van de toorn van God over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen die de waarheid verdrinken, verzuipen in ongerechtigheid (Romeinen 1:18).
De toorn van God over mensen die welbewust de waarheid verzuipen.
De toorn van God, waarover we lezen in Johannes 3:36
"Wie vertrouwen stelt in de Zoon hééft eeuwig leven, maar wie de Zoon wantrouwt zal géén leven zien,- nee, de toorn van God verblijft op hem".
Ik begrijp dat dit schokkend is.
Voor álle fb lezers.
God heeft een rechtszaak tegen jou aangespannen.
Tegen de hele mensheid.
Waarom? Omdat wij weigeren te erkennen dat God bestaat, Schepper is van heel de schepping, het ganse universum.
Wij komen uit Zijn hand voort en weigeren Hem te erkennen en volgens Zijn principes te leven.
Het Evangelie is, dat God onder ons is komen wonen in Jezus, dat hij het ongeloof en de ongehoorzaamheid van allen heeft overgenomen en Gods straf heeft ondergaan in de plaats van allen die in hem geloofden en zouden geloven.
Als wij ooit voor God verschijnen, zonder Hem ooit erkend te hebben, zonder ooit geloofd te hebben in Jezus, dan zullen wij zelf de rekening moeten betalen.
Maar die geloofd hebben, die zullen door tussenkomst van Jezus gered worden.
Dan zal Jezus tegen de Vader zeggen: 'deze mens heeft in mij geloofd, en ik heb zijn straf betaald'.
Het gaat om redding naar lichaam, ziel en geest.
Eérst de Jood en dan de Griek.
Als dát Evangelie niet meer aan de orde komt in welke gemeente dan ook, dan is dat geen christelijke gemeente meer.
En een gemeente waar alleen maar zondag aan zondag vanaf de kansel de gemeente schuld wordt aangezegd, de zondige staat van de mens ellenlang wordt uitgemeten, waar alleen hel en verdoemenis wordt aangezegd, zonder verkondiging van hét Evangelie van redding, zonder verkondiging van Jezus Christus als Redder voor ieder die gelooft, ook zo'n gemeente is géén christelijke gemeente.
In deze week, voorafgaande aan Hervormingsdag 2017, vraag ik mezelf af en vraag ik jullie: 'Beseffen we werkelijk nog waar het om gaat?'
En het milieu dan, de duurzaamheid, de asielzoekers, vluchtelingen etc.
Elke wedergeboren christen, elke door Jezus Christus verloste mens zal Gods bewogenheid in zich ontvangen om uit te reiken naar ieder mens in nood.

(wordt vervolgd)


P Gerrets
want wij hebben hier geen blijvende stad
maar zoeken de toekomende

De Heere Jezus zegt;
"Wie in Mij gelooft zal Hét Eeuwige Leven ontvangen"

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2484
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 03 nov 2017 12:13

"Komt allen tot Mij die vermoeid en belast is en Ik zal u Rust geven"



P.J. Stam
Genade en Vergeving in 5 thema's:

1. Waarde
2. Ruimte
3. Kracht
4. Eenvoud
5. Onbaatzuchtigheid
want wij hebben hier geen blijvende stad
maar zoeken de toekomende

De Heere Jezus zegt;
"Wie in Mij gelooft zal Hét Eeuwige Leven ontvangen"


Terug naar “[Religie] - Geloof & Leven”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast