Hedendaagse meditaties

*(Persoonlijk) geloof in het dagelijks leven*
Om te kunnen posten in dit forum is lidmaatschap van een gebruikersgroep (leden Religie-fora) nodig.
Als je instemt met de voorwaarden krijg je direct toegang.
Klik hier voor meer info en het aanvragen van postrecht
(Off topic en niet-serieuze postings worden verwijderd)

Moderators: henkie, elbert, Moderafo's

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2055
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 28 feb 2018 19:12

Turen naar de hemel.


Christenen kunnen het niet laten.
Zich verliezen in het berekenen van de dag van de opname van de gemeente, en van de dag van Jezus' wederkomst.
Het verzamelen van het aantal hongersnoden, aardbevingen, tsunami's, oorlogen, verschijnselen aan de hemel.
Want het is eindtijd.
Dat is niets nieuws.
De eindtijd begon toen Jezus geboren werd in Betlehem.
"In het laatst der dagen heeft God tot ons gesproken in de Zoon" (Hebreeën 1:1).
Jezus is het laatste woord aan de wereld.
Johannes schrijft in zijn brieven: "Kinderen, het is het laatste uur".
Tweeduizend jaar eindtijd.
Vele mede-gelovigen wéten Gods spoorboekje voor die laatste minuten.
Er wordt gedroomd, visioenen gezien, gerekend, openbaringen ontvangen.
Er wordt met die opname van de gemeente en met de Grote Verdrukking en met die Wederkomst gedreigd, gewaarschuwd.
En, mijn oprechte verontschuldiging, ik word misselijk van het zinnetje: "Bent u klaar?"
Ze geven mij de indruk dat ze tegen die aangekondigde tijd een kolossale schoonmaak gaan houden in hun leven, in hun relaties met anderen.
Hun huizen worden met bezemen gekeerd, het stoepje geschrobd, het onkruid gewied en dan kan het gebeuren: we zijn er klaar voor!!!
Is mijn lamp gevuld met olie?
Is het werk voor God aan kant?
Heb ik mijn witte reiskleed aan?
En dan zijn de verwachtingen totaal verschillend.
Eérst de opname van de gemeente vóórdat alle ellende over de wereld komt, dan barst de hel los op aarde over de ongelovigen en over Israël.
De Antichrist openbaart zich en neemt plaats in de herbouwde tempel in Jeruzalem.
Dan volgt de eindstrijd om Jeruzalem los.
God grijpt in.
Verslaat die volken.
Jezus komt terug op de Olijfberg en wordt koning in Jeruzalem en regeert samen met ons 1000 jaren over deze wereld.
Satan breekt nog één keer los, wordt in de poel van zwavel en vuur gegooid en eindelijk zal er vrede zijn.
Eens zat Jona op de berg bij Ninevé en zat comfortabel het eindoordeel over de inwoners van Ninevé af te wachten en had er zwaar de pest in toen de hele stad zich bekeerde en begenadigd werd.
Ik durf het hier bijna niet te zeggen.
Zou God nog alles wat in Openbaring staat, kunnen wijzigen?
Of krijgen wij er dan ook de pest in?
En die opname van de gemeente voordat hier de hel losbreekt, vind ik zo typisch Amerikaans.
Er is daar geen theologie van het lijden.
Zijn er momenteel niet ontzettend veel christenen in Noord-Korea, China, in de moslimwereld die de Grote Verdrukking meemaken?
Geestelijk tot wrakken gemaakt, gefolterd, gemarteld, doodgeslagen, onthoofd, hun kerken en kunstschatten vernield?
En wij Westerse christenen worden ongeschonden afgevoerd?
En Israël heeft heel zijn bestaan geleden, geen dag vrede, altijd bedreigd, onschuldigen worden gruwelijk vermoord.
Stop met jaartallen, maanden en dagen.
Dan komt Christus juist niet.
Plotseling is Hij er.
Ben ik een wedergeboren kind van God?
Heb ik Jezus Christus en Zijn aanbod van vergeving in geloof aangenomen?
Dan ben ik klaar.
Wat er ook komt!
Als ik sterven moet.
Als Jezus terugkomt.
Zovelen lijden.
En elke christen bidt:
"Maranatha, Heer, kom spoedig".

P Gerrets (emeritus predikant)
Weet je dat de Vader je kent
Weet je dat je van waarde bent
Weet je dat je een Parel bent
Een Parel in Gods Hand!

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2055
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 11 mar 2018 08:56

Hoe krijg ik een Genadig God?

"Want rechtvaardiging door God wordt daarin geopenbaard, uit geloof tot geloof, zoals geschreven staat: 'maar de rechtvaardige zal leven uit geloof'"
(Romeinen 1:17 Naardense Bijbel).


Met Hervormingsdag zal ons, protestanten, moeten dwingen ons te bezinnen op het wáárom.
Wáárom meende hij, Martin Luther, te moeten protesteren in 95 stellingen?
In deel 1 is uitvoerig Romeinen 1:16 aan bod gekomen. Nu Romeinen 1:17.
Eén van de vragen van Luther was: 'Hoe krijg ik een genadig God?'
En het voor álle eeuwen geldende Bijbelse antwoord is: 'God, de Schepper van de hemelen en de aarde, die Zich in het bijzonder verbond met Abraham, Izaak en Jakob, de Vader van onze Here Jezus Christus, is genadig'.
In Exodus 34:6-7 trekt de HEER aan Mozes voorbij en spreekt:
"HEER, HEER, Godheid ontfermend en genadig!- lankmoedig en overvloedig in vriendschap en trouw!-die vriendschap bewaart voor duizenden, die onrecht verdraagt, overtreding en zonde; maar ongestraft: niets laat hij ongestraft, bezoekend het onrecht van vaders aan zonen en zoons-zonen, aan derden en vierden".
Zó openbaarde God zich aan Mozes.
En in de eerste studie is nadrukkelijk aan de orde gekomen dat in de rechtszaak die God aangespannen heeft tegen de mensheid God én Rechter én Advocaat is.
Schuldeiser én Schuldvoldoener.
Dát is het onvermijdelijke kruis van Golgotha geweest.
God-mensgeworden draagt daar in onze plaats de toorn van God over al onze zonden en misdaden, sterft onze dood en overwint die en staat op om nooit meer te sterven.
En de Bijbel benadrukt, dat elke mens die zijn of haar vertrouwen stelt op dat wat Jezus voor hem of haar gedaan heeft, eeuwige vrijspraak ontvangt.
In 1:17 schrijft Paulus: 'Hoe worden wij door God gerechtvaardigd?'
Dat is een moeilijk woord.
Een rechtvaardige is een mens die God recht in de ogen kan kijken. Met opgeheven hoofd. Die wéét dat God hem of haar niet veroordelen zal. Die wéét dat zijn of haar Advocaat hem of haar zal vrijpleiten.
Maar hoe word je zo'n mens?
Heel eenvoudig.
Uit geloof.
In Romeinen 5:1 lezen we:
"Gerechtvaardigd dan uit geloof hebben wij vrede bij God door onze Heer Jezus Christus".
Hoe word ik van een vijand van God een vriend van God?
Hoe word ik van een schuldenaar aan God een schuldloze ten opzichte van God?
Er is maar één antwoord: uit geloof.
Voor velen is dit té simpel, té eenvoudig, té makkelijk.
Er moet werk van gemaakt worden en hard werk bovendien.
Genade, kwijtschelding van schuld, dáár moet je hard voor werken.
Kom op! Aan de slag met die wet van God aan Mozes gegeven. Tien Geboden en méér.
God moet genadig gemaakt worden.
Kwijtschelding van schuld moet je verdienen.
De zweep van de wet over de ruggen van de gemeenteleden.
Het vuur van de hel wordt gloeiend heet opgestookt.
Ondraaglijke lasten op de schouders van de kerkgangers gelegd.
Iedere zondag wordt het weer herhaald: jullie voldoen op geen enkele manier aan Gods rechtseis.
Sommigen gaan zover dat ze de spijswetten gaan onderhouden, de Joodse feesten vieren, de sabbat onderhouden.
Dit is mijn felle aanklacht tegen de orthodoxie: de mix van wet en genade.
Mijn felle aanklacht tegen de evangelicalen: de nadruk op wat de mens moet doen.
En gisteren mijn felle aanklacht tegen de zogenaamd moderne protestanten: dat er nooit meer over de noodzaak van redding en verzoening wordt gesproken.
We vervallen in de ketterijen die we de eeuwen door de Rooms-Katholieke Kerk verweten hebben.
Zij verdienden hun heil door goede werken.
Wij, anno 2017, verdienen het heil óók door goede werken?
Wát een klap in het gelaat van Christus!!!
Luther ontdekte wat Paulus schreef: uit geloof!!! En méér niet!!!
Alléén door ons vertrouwen te stellen op dat wat Jezus Christus voor ons en in onze plaats bewerkte in zijn lijden, sterven, begraven worden en opstanding worden wij kinderen van God.
En o wonder in Efeziërs 2:8-9 lezen we:
"Ja, vanwege de genade zijt gij mensen die gered zijn door het geloof; en dat niet dankzij uzelf: Gods gave is het; niet dankzij úw werken,- laat niemand zich daarop beroemen!"
Zelfs dat reddende geloof krijg je van God.
Elk mens staat naakt, poedelnaakt voor God. Zonder zélf-geplukt vijgenblad, zonder voorspraak van welke tot heilige verklaarde mens, zonder voorspraak van Maria de moeder van Jezus, zonder werken die wij verzet hebben, zonder wetsonderhouding, zonder dogma's, zonder theologie, zelfs zonder eigen geloof, dat ons kan redden.
Iedere zondaar en zondares ontvangt het witte kleed van reinheid uit de handen van God om Jezus' wil, gratis en voor niets. Het is geen leasekleed. Geen kleed op afbetaling. Er is ééns en voor altijd voor betaald door Jezus op Golgotha toen hij schreeuwde: 'Volbracht', dat betekent: voldaan of betaald.
En de grote vraag is nu:
'Neem je dat bruiloftskleed om Jezus' wil aan?'
Of weiger je dat kleed aan te nemen?
Paulus schrijft: uit geloof tot geloof.
Daarmee bedoelt hij het volgende:
Christen word je uit geloof, christen blijf je door geloof.
Hij citeert Habakuk 2:4.
'maar de (uit het geloof) rechtvaardige (van elke schuld vrijgesprokene) zal leven uit geloof'.
Het kenmerk van een christen (van welke denominatie hij of zij ook is) is: geloof, dat is vertrouwen op Gods beloften.
En NEE we keren na ontvangen genade niet meer terug naar de wetten die door Mozes aan de Israëlieten gegeven zijn.
Geen wetsonderhouding uit dankbaarheid.
Direct op Efeziërs 2:8-9 volgt :10
"Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen voor goede werken, die God heeft voorbereid opdat wij daarin zouden wandelen".
Let op: deze door God voorbereide werken staan diametraal tegenover onze eigen werken waardoor wij probeerden zalig te worden.
Een wedergeboren christen draagt vrucht, daarmee wordt bedoeld dat hij meer en meer gaat lijken op Christus.
Een wedergeboren christen krijgt van de heilige Geest opdrachten, taken die God al voorbereid heeft.
Een christelijke gemeente waar Romeinen 1:16-17 niet meer de basis is, is niet langer gemeente van Jezus Christus.

Emeritus predikant p Gerrets
Weet je dat de Vader je kent
Weet je dat je van waarde bent
Weet je dat je een Parel bent
Een Parel in Gods Hand!

Gebruikersavatar
Chaya
Generaal
Generaal
Berichten: 4916
Lid geworden op: 15 dec 2014 10:38
Locatie: Bij het water

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor Chaya » 12 mar 2018 11:02

‘Die ook voor ons bidt’ (Romeinen 8:34b).

De brief aan de Romeinen wordt wel genoemd de sleutel tot het recht verstaan van de Heilige Schrift. Immers heel de Schrift is een ware goudmijn, voor een rechte verstaander. Nu, in deze brief liggen juwelen verklaard voor de ware christen, die door God is opgezocht.

Het rechte bidden ligt verklaard in het gebed van Christus. O, zeker op de biddag heffen we onze gebeden op tot God in de hemel, om van Hem alleen alles te verwachten aangaande de tijdelijke en geestelijke en eeuwige goederen. En het is goed om samen, met onze kinderen, op te gaan onder de klanken van Gods getuigenis. Alleen in Gods huis is alles te verkrijgen. Wat een groot voorrecht om zo nog op te mogen gaan op een dag van afzondering. Om met gebed onze noden bij de Heere bekend te maken en te smeken om het ene nodige. Allen liggen we toch verloren in onze diepe val in Adam en hebben we onze rechten verspeeld. Dat ook op de biddag wij met onze kinderen daar nog bij mochten worden bepaald. Maar bovenal dat vanuit de doorleefde diepte een schreeuw werd geboren om, uit genade, nog zalig te mogen worden. Dat is toch onze eerste en belangrijkste nood ten aanzien van onze arme ziel.

Maar nu in onze tekst wordt gesproken van een Voorbidder, Die bidt voor Zijn gekochte Sion. Het zal er toch over gaan of wij in dit gebed liggen verklaard. Dit gebed alleen heeft waarde voor de tijd en zeker ook voor de eeuwigheid. In ons hoofdstuk spreekt Paulus over de grote, zalige en onnaspeurlijke rijkdommen voor de uitverkoren Kerk. Hoor, ‘Die ook voor ons bidt’, in dit gebed wordt Christus verklaard in Zijn biddend werk. Christus bidt hier eeuwig en volmaakt tot Zijn Vader voor Zijn verkregen Bruidskerk.

Christus zien we hier niet knielende; dat komt niet overeen met Zijn verheerlijkte en verheven staat. Christus bidt niet met een hoorbare stem, vanwege de grote menigte der uitverkorenen en hun gezang en talloze begeerten. Christus is hier in Zijn menselijke natuur, waarin Hij voldaan heeft. Hij laat Zijn littekenen als een bewijs aan zijn Vader zien. Zijn enig geldende offer en verdienste houdt Hij de Vader voor en herinnert Hem daaraan. ‘Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons’ (Hebr. 9:24). Dan mag Christus voorbidden met recht door Zijn bloed; Hij bidt als God tot God. Alleen in Zijn offer ligt de volkomen toegang en de verklaring van Zijn uitnemende liefde tot Sion. Maar Zijn bidden is ‘voor ONS’. Dat zal de grote vraag zijn: of het ook voor mij is. Welzalig als de Heere Zijn voorbidden ook aan ons bekendmaakt door de weg des Geestes, als de Kerk wordt overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel.

Dan zien we maar één ding: dat van onze zijde alles te kort is en dat we nooit meer iets aan of toe kunnen brengen aangaande het rechtvaardig oordeel. Christus' bidden zorgt ervoor dat ze niet om kunnen komen, maar dat wordt in deze stand niet gezien bij Gods Kerk. Welzalig als de Heere ruimte en ontsluiting geeft in de Ander. Maar driewerf zalig als de Heere de verlossing in Christus openbaart en Zijn bloed toepast. Maar bovenal iets laat zien van: ‘Die ook voor ons bidt.’ Het is zulk een grote weldaad om bewust begrepen te liggen in de voorbidding van Christus.

Maar elk van Gods kinderen mogen uit de vrucht der voorbidding soms al troost verkrijgen. ’Die ook voor ons bidt.’ Als zij niet meer bidden kunnen, vanwege grote zorgen, moeite, kruis en zware drukwegen. Zo menigmaal met angsten bezet in de krommingen van het leven. Hij bidt. Hij smeekt. O, welk een Voorbidder in de hemel heeft Gods kind. Dan mag hier weleens de troost worden ontvangen uit Zijn voorbidden. Biddag omdat God bidt. Welk een biddag zal het voor u zijn? We liggen in Zijn voorbidden, of we liggen daarbuiten. Vraag naar waarheid of het nog eens zulk een biddag worden mag, waar Christus Zijn voorbidding heeft, maar dan ook voor u. Om de persoonlijke troost in de biddende Christus te mogen hebben.

Ds. C. van Krimpen
Wee de mens die zich niet elke dag minstens een uur kan bezinnen over zichzelf ~ Rabbi Mosje Leib van Sasow

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2055
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 16 mar 2018 22:24

"En aan de engel van de vergadering in Laodicea, schrijf: 'zo zegt de Amen, de trouwe en waarachtige getuige, het begin van de schepping Gods: ik ken je werken: je bent noch koud, noch heet; was je maar koud of heet!- zo dan, omdat je lauw bent en noch heet noch koud, zal ik je uit mijn mond spugen; omdat je zegt: ik ben rijk en heb me rijk gemaakt en heb niets nodig én je weet niet dat je ellendig, deerniswekkend, arm en blind en naakt bent; ik raad je aan van mij te kopen goud dat in het vuur gelouterd is, om rijk te worden, en witte gewaden om je mee te kleden, opdat zo de schande van je naaktheid niet aan de dag komt, en ogenzalf om je ogen te zalven, opdat je ziet; ikzelf bestraf en kastijd al wat ik liefheb; wees dan ijverig en kom tot inkeer; zie ik sta aan de deur en ik klop; indien iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik bij hem binnenkomen en ik zal met hem maaltijd houden en hij met mij; wie overwint, hem zal ik geven met mij te zitten op mijn troon, zoals ook ik heb overwonnen en met mijn Vader zit op zijn troon; wie een oor heeft, hore wat de Geest tot de vergaderingen zegt!'".

(Openbaring 3:14-22 Naardense Bijbel 2014).


LAUWE VOORGANGERS, LAUWE GEMEENTELEDEN (1).

De apostel Johannes schrijft in opdracht van de verheerlijkte Jezus Christus deze brief aan de engel (dat is de boodschapper, de door God gestuurde verkondiger, de voorganger) van de vergadering (van gelovigen) in Laodicea (gelegen in Klein Azië, het huidige Turkije).
Vergadering, dat wil zeggen: de ek-klesia, de vergadering van de door God uit de wereld uitgeroepenen (:14a).

Deze brief is afkomstig van de Amen (zó zal het vast en zeker zijn), de trouwe en waarachtige getuige (Hij getuigt van wat boven in de hemel is en wat hier op aarde is, want Hij komt van de Vader, daalde af op aarde als een baby'tje en groeide op en ervoer hoe het er hier op aarde aan toeging, voerde de opdracht van de Vader uit en keerde terug.
Hij legt een eerlijk getuigenis af van wat Hij ziet en hoort).
Hij stond aan het begin van de schepping.
Ook daarvan was Hij getuige en werkte er aan mee.
Hij is immers het Woord dat alles tot stand bracht en zonder dat Woord is er niets tot stand gekomen (Johannes 1:3) (3:14b).

Let op: de brief is in de allereerste plaats geschreven aan de voorganger, de herder, de leraar, de predikant, de leider van de gemeente.
Dat is nóóit eerder zó tot mij doorgedrongen.
Eerst tot hem en dan tot de gemeente.

Ik ken je werken.
Aan dat woordje 'werken' hebben we een bloedhekel.
Maarten Luther verdroeg de brief van Jakobus niet en wilde deze brief het liefst in het haardvuur gooien.
Jakobus schrijft dat ons geloof zichtbaar wordt in onze dagelijkse handel en wandel.
Onze werken zeggen iets over ons geloof.
Paulus heeft het meer over de vrucht van ons leven met God.
Beide apostelen bedoelen hetzelfde.
In onze dagelijkse handel en wandel en in ons gedrag moét zichtbaar, tastbaar, ervaarbaar zijn hoe ons leven met God is.
De grote opwekkingsprediker Spurgeon merkte eens op, dat als wij waarachtig bekeerd zijn onze huisdieren dat zullen merken.

Dominee, wát vertelt de uitoefening van je taak over jezelf?

Gemeentelid, wát vertelt jouw dagelijkse handel en wandel over jezelf?

Over je wandel met God?

Jezus zegt: je bent niet koud, je bent niet heet.
Je bent niet totaal onverschillig, maar je bent ook niet enthousiast, gedreven.
Was je maar onverschillig, was je maar gedreven.
Je bent lauw, je bent niet te eten en niet te drinken. Ik spuug je uit.
Lauw.
In de zomer: een lauw biertje. In de winter: een beker lauwe chocolademelk.

Wat gaat er van je uit broeder-en-zuster? (3:15-16).

En nu komt het ergste!
De voorganger en de gemeenteleden leefden in de veronderstelling dat ze rijk waren, geestelijk rijk.
Paulus schrijft over de gemeente van Jezus Christus in Korinthe, dat alle gaven van de Geest er werkzaam waren.
Rijk in Christus.
Zijn wederkomst verwachtend (1 Korinthiërs 1:4-7).
Maar de brief aan hen is niet mals.
Er is veel dat niet deugt.

De gemeenteleden van Korinthe schepten tegenover elkaar op.
Ook daar verkeerden ze in de veronderstelling dat ze nu al koningen waren die met Christus regeerden (Kingdom Now).
Ze beschouwden zich rijk, verzadigd, sterk, en in ere.
Ze keken op Paulus neer.
Er was niets koninklijks aan hem.
Er was niet te zien dat Christus de overwinning had behaald.
In vergelijking met de beweringen van de gemeenteleden van Korinthe voelde Paulus en zijn medewerkers zich als ter dood veroordeelden, spelers in een slecht theaterstuk, hij ervoer dwaasheid, zwakheid.
Hij en zijn medewerkers leden honger en dorst, hadden niet eens fatsoenlijke kleding.
Zij werden mishandeld, hadden geen dak boven het hoofd, moesten keihard werken om iets te eten of drinken te kunnen kopen.
Werden belasterd, uitgescholden.
Wij zijn het uitvaagsel van de wereld.
En jullie denken dat het koninkrijk Gods al is aangebroken?
Dan waren wij in dezelfde gelukkige omstandigheden geweest als jullie.

Besef dat wat je meent te hebben, je niet hebt door eigen inspanning.
Het is jullie gegeven, het is genade, en absoluut niet door jullie inspanning verworven (1 Korinthiërs 4:5-13).

En in Laodicea eveneens.
'Wij hebben niets nodig' (Openbaring 3:17a).

Ik ken de Reformatorische wereld vrij goed én de Evangelische en Pinksterwereld.
Ik kan en mag niet generaliseren.
Op fb voel ik me enorm bevoorrecht met zoveel vrienden die theologiestudenten zijn, kandidaten, proponenten, predikanten, voorgangers, priesters.
Uit verschillende denominaties: PKN (verschillende modaliteiten), HHK, CGK, GG, Baptist, Luthers, Evangelisch, Pinkster, Rooms-Katholiek.

Maar én in Reformatorische kerken én Evangelische en Pinksterkerken leeft toch vaak de gedachte: ik ben rijk, ik heb aan niets gebrek, ik heb niets nodig.

Wij hebben de Schrift in de juiste vertaling, wij hebben onze gereformeerde belijdenisgeschriften, wij hebben onze gereformeerde orde van dienst, wij hebben de juiste psalmberijming, bij ons dragen de vrouwen en meisjes een hoed in de kerk, bij ons is de ernst voor de Heilige God, wij hebben de kinderdoop, bij ons nemen we het Heilig Avondmaal zó serieus dat er maar weinigen aangaan, er wordt bij ons veel gegeven.

Of: wij hebben de Bijbel, een vrije samenkomst, je mag komen zoals je bent, wij brengen het Evangelie, mensen komen naar voren om tot bekering te komen, de mens is verantwoordelijk de juiste keuzes te maken, onder ons is blijdschap en vreugde, de Geestesgaven werken.
Er is ruimte om te bidden of te profeteren, het Avondmaal wordt maandelijks gevierd, wij hebben geen strakke liturgie, we dopen gelovigen door onderdompeling, er wordt gebeden voor zieken, er gebeuren wonderen, je kunt een getuigenis geven, we zingen liederen uit allerlei bundels, er is een aanbiddingsleider, een muziekband.

De Reformatorische kerken bekijken de Evangelische wereld met Argusogen.
De vrijheid die men zich daar permiteert.
De Evangelische kerken bekijken de Reformatorische kerken vanuit pijn.
Veel leden kwamen uit traditionele kerken en misten daar waar ze naar verlangden en dat werd afgekeurd.

Wij zijn rijk.
Wij hebben ons verrijkt.
Wij hebben niets of niemand nodig (3:17a).

En hoe denkt Jezus daarover?
Over die zelfverzekerde voorgangers, predikanten en priesters en gemeenteleden?

'Jullie zijn:
ellendig,
deerniswekkend,
arm,
blind,
naakt'.

Dat is de diagnose van de Amen, de betrouwbare Getuige, die alles heeft voortgebracht, de verheerlijkte Christus, het Hoofd van Zijn gemeente.

Daar sta je dan dominee, priester, voorganger, gemeentelid.
Of je nu Confessioneel, Gereformeerde Bonder bent, van welke orthodox-reformatorische kerk of gemeente ook. Baptist, Vrij Evangelisch, Pinkstervogel of Rooms-Katholiek.
Je komt voor de waarheid op, je volgt een eeuwenlange traditie of niet.

Jezus stelt de diagnose.
Ellendig, deerniswekkend, arm, blind en naakt.

De realiteit van Jezus is volkomen in tegenspraak met onze belijdenis: rijk, verrijkt, niets en niemand nodig.

Ik lijd vaak aan de situatie van de Nederlandse kerkgeschiedenis.
We lopen met oogkleppen op.
We denken dat Nederland het enige land op de wereld is.
En het Nederlands Gods voertaal.
Het lijkt wel of we niet op het idee komen, dat er andere volkeren, stammen en talen zijn.
Andere gelovigen over het rond van de aarde.

Moet ik eens iets vertellen: er zijn miljoenen christenen die de Statenvertaling niet kennen of lezen, zelfs de King James niet.
Die de psalmberijming van 1773 niet kennen, gebruiken.
Alleen hier is het soms een onoverkomelijk probleem of we ritmisch of niet ritmisch zingen.
Het probleem hoe je de Godsnaam schrijft, is volkomen onbekend.
Het is een Nederlands probleem of we HEERE, HERE of HEER schrijven.
En het één is niet minder eerbiedig dan het andere.

Onlangs hoorde ik van iemand die lidmaat was van de Gereformeerde Gemeente.
Hij verhuisde en in zijn nieuwe woonplaats had hij een Gereformeerde Bondsgemeente gevonden waar hij zich thuis voelt.
Bij het uitschrijven werd hem te kennen gegeven dat hij zich nu op hellend vlak bewoog.
Misschien ben je over een paar jaar wel nergens meer bij aangesloten.
En waarom niet: broeder, geweldig dat je een nieuw geestelijk thuis hebt gevonden?
Waarom zei een moeder mij als Pinksterpredikant: Ik zou liever gehad willen hebben dat mijn zoon drugsverslaafde was geworden dan lid van uw gemeente?

Onlangs schreef een bevriende predikant mij: Leg je er maar bij neer.
De situatie is zoals die is.
Het is hier niet volmaakt.
Ja, dat is waar.
Maar ik blijf het onverdraaglijk vinden dat je beschouwd wordt als een minderwaardig christen als je lid bent van een andere kerk.
God heeft wedergeboren kinderen overál.
Laat dit toch eens diep, diep doordringen.
Ik heb een diepe geestelijke verbondenheid en gemeenschap ervaren met een Rooms-Katholieke monnik, met een Oud-Gereformeerde predikant, met een predikant van een afgescheiden Hervormd-Gereformeerde Gemeente, met een Remonstrantse ziekenhuispredikante.

En wat doen we nu met die diagnose van Jezus?

(wordt vervolgd)

emeritus predikant P Gerrets
Weet je dat de Vader je kent
Weet je dat je van waarde bent
Weet je dat je een Parel bent
Een Parel in Gods Hand!

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2055
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 18 mar 2018 12:15

LAUWE VOORGANGERS, LAUWE GEMEENTELEDEN (2).


In deel 1 schrokken we van de diagnose van Jezus Christus over de gemeente Laodicea.
Het idee van de voorganger en van de gemeenteleden was: het gaat geweldig, we zijn rijk, we zijn rijker geworden en we hebben niets en niemand nodig.

Maar Jezus Christus oordeelt anders.
Jullie zijn ellendig, deerniswekkend, arm, blind en naakt.

Mijn vraag was:

'Wát doen we met de diagnose van Jezus?'

Wacht, Jezus geeft zélf advies.
Zouden onze predikanten, priesters, voorgangers, geestelijke leiders van welke kerkelijke denominatie ook luisteren?
En de gemeenteleden?

O, wanneer be-amen we gezamenlijk de diagnose van Christus, het Hoofd van het Lichaam van Christus?
Weten we eigenlijk wel wat bidden is?
Gisteren merkte ik weer wat een kerkdienst op Biddag inhoudt.
Een gewone kerkdienst net als op zondag.
De predikant bidt aan het begin en aan het einde van de dienst.
Ik verwacht een bidstond.
Een kerkdienst waarin predikant en gemeenteleden vrij bidden.
Het is toch biddag?

Ik denk aan wijlen ds. Jongejan, Oud-Gereformeerd predikant in Dordrecht (Museumstraat).
Hij hield één keer per maand op zaterdag een dag van gebed in een zustergemeente, de Nederduits Gereformeerde Gemeente in Oud-Beijerland.
Daar werd gezongen, een korte meditatie gehouden én vooral gebeden.
Gemeenteleden baden hardop en op de knieën.
Gebed voor een opwekking in de kerk van Christus.

Eérst erkenning.
Jezus, Heer van Uw kerk, wij stemmen in met Uw diagnose.

Jezus zegt:
'Koop gelouterd goud (dat is beproefd geloof);
Witte gewaden om de naaktheid te bedekken (dat is gerechtigheid, dat is heiligheid die oneer, onreinheid bedekt);
Ogenzalf (om ziende te worden)'

(Openbaring 3:18).

Jezus zegt: Alles wat jullie missen, is bij Mij te verkrijgen.
Te koop?
Is geloof, gerechtigheid, geestelijk inzicht te koop?
Met Jesaja 55 zeg ik: zonder geld, zonder prijs.
Om niet.

Het is verschrikkelijk om een christelijke gemeente te zijn zonder Jezus.
Geloof, gerechtigheid, zicht nóóit zonder Jezus.

En dáárom is er bestraffing, tucht, kastijding.
Daar willen we niet over horen anno 2018.
God straft niet, God kastijdt niet, God voedt niet op.
En dat is een enorme misvatting.
Een Vader die zijn zoon liefheeft, corrigeert, wijst terecht, straft zijn kind.
Om die zoon, om die dochter dicht bij zich te houden.
Het Duitse werkwoord 'er-ziehen' (opvoeden, tuchtigen).
Letterlijk: naar je toe trekken.
Dat is opvoeden met liefde.
Jouw kind nergens op aanspreken, nooit corrigeren, nooit begrenzen staat gelijk met: jouw kind verwaarlozen.
Die onthutsende diagnose was absoluut nodig (3:19).

Want wat is de geestelijke situatie van de gemeente in Laodicea?
Er werden erediensten gehouden, gezongen, gepreekt, er werden bijbelstudies gegeven, huisbezoeken afgelegd etcetera.
Maar nú blijkt dat Jezus buiten staat.

Waar is Jezus in jouw, jullie gemeente, jouw, jullie kerk?
Staat Hij buiten?
Hij klopt aan.
Hij roept: Is er iemand die Mij hoort, die Mij binnenlaat?
De koster, een gemeentelid, de voorganger?
Is er iemand die merkt dat Jezus niet aanwezig is in onze gemeente?
Jezus roept: 'Wie Mij binnenlaat, met hem of haar wil Ik de Maaltijd vieren'
(3:20).

Als je deze diagnose aanvaardt en je je omkeert en je laat je corrigeren en je laat Jezus binnen, dán zul je met Mij regeren vanaf de troon van Mijn Vader.

Maar als je deze brief leest, voorganger, en als je deze brief hoort voorlezen, gemeentelid, dan hoop Ik dat jullie de boodschap van Gods Geest horen en er gehoor aan geven (3:21-22).

Ik zie uit naar het moment dat predikanten, priesters, voorgangers zich verootmoedigen, op de knieën gaan...
Ambtsdragers...
Gemeenteleden...
Schuld belijden aan de Here, aan elkaar, aan medechristenen van andere gemeenten en kerken.
Dat we ons eindelijk gaan gedragen als wedergeboren kinderen van één Vader.

Vandaag las ik op Refoweb een schrijven van een jongeman uit een Gereformeerde Gemeente die te horen heeft gekregen dat hij geen openbare geloofsbelijdenis mag afleggen, omdat hij een baard draagt.
Is dit niet zielig?
Beschamend voor het aangezicht van God?

Ooit las ik een advertentie van Teen Challenge waarin een huishoudelijke hulp werd gevraagd. Eén van de voorwaarden: zij moest in tongen kunnen spreken!! Want die dweilen beter?

Lauwe broeders en zusters, kom dichterbij de Bron, dichterbij het Vuur, met andere woorden: éérst aan de voeten van Jezus en nooit op weg zonder bezieling, vervulling van de heilige Geest.
Niet koud, niet lauw, maar vurig van Geest.



P Gerrets. (emeritus predikant)
Weet je dat de Vader je kent
Weet je dat je van waarde bent
Weet je dat je een Parel bent
Een Parel in Gods Hand!

Gebruikersavatar
Yoshi
Majoor
Majoor
Berichten: 2046
Lid geworden op: 18 jun 2015 19:54

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor Yoshi » 18 mar 2018 12:38

Heil

Het is jammer dat de mooie christelijke metafoor 'heil' inmiddels zo is versleten en daarom wordt geminacht. het is verworden tot een smakeloos synoniem voor 'vroomheid', niet eens een echt ethisch begrip. 'Heil' gaat veel verder dan ethische correctheid. Het woord verwijst naar een diep respect voor de fundamenteel bovennatuurlijke werkelijkheid van de mens.
Het weerspiegelt Gods eigen oneindige bezorgdheid om de mens, Gods liefde en zorg voor het intiemste wezen van de mens, Gods liefde voor alles wat van Hem is in de mens, zijn kind. Het is niet de menselijke natuur die wordt 'gered' door de goddelijke genade, maar voor de menselijke persoon.

Thomas Merton

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2055
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 27 mar 2018 11:57

GENEZING VAN DE DIEPSTE WONDEN VAN DE ZIEL.


Gedachten vanuit de pastorale praktijk.




Deze week is het de zogeheten Stille Week.
Elke dag bezinnen op de laatste dagen van Jezus.
In Johannes 18 wordt beschreven dat Petrus op de binnenplaats is van het paleis van de hogepriester Kajafas.
Er is een detail in vers 18 dat over het hoofd wordt gezien.
Het is koud. Koud in Israël, zó koud dat er een houtskoolvuur wordt aangelegd, waaraan de mensen zich kunnen warmen.
Ook Petrus. Ondertussen wordt Jezus binnen verhoord.

Als Petrus die binnenplaats betreedt, zegt de poortwachtster:
"Ben jij niet óók een van de leerlingen van deze mens?"
En Petrus antwoordt: "dat ben ik niet!" (Johannes 18:17).
En later, terwijl Petrus zich warmt aan het houtskoolvuur, vragen anderen: "Ben ook jij niet één van zijn leerlingen?"
Petrus antwoordt: "Dat ben ik niet!" (18:25).
En kort daarop merkt een dienaar van de hogepriester en een familielid van Malchus waarvan Petrus in de hof een oorlel had afgeslagen op: "Heb ik jou niet bij hem in de hof gezien?"
En Petrus loochent het weer.
Op dat moment kraait er een haan (18:26-27).

Petrus, één van de meest gepassioneerde leerlingen van Jezus.
Die belijdt dat Jezus de Christus is, de Zoon van de levende God.
Die Jezus wil beschermen voor het komende kwaad dat Hem zal worden aangedaan.
Die zegt: Ik ben bereid met u de gevangenis en de dood in te gaan!
En Jezus zegt: Ach Petrus voordat de haan kraait zul je Mij tot drie maal toe verloochenen.
En zojuist kraaide de haan en drie maal ontkende hij ook maar iets met Jezus te hebben.

U, jij en ik, wij kennen onszelf niet.
Wij weten niet hoe wij onder druk, in moeilijke omstandigheden zullen reageren.
Ziende op Jezus lopen we op water, maar op de binnenplaats in de kille nacht, staande bij een houtskoolvuur verloochenen we Jezus doodsbang ons hachje te verliezen.

Petrus weent bitter.
Is in geen velden of wegen te bekennen als Jezus gekruisigd wordt.

In Johannes 20 melden de vrouwen hem dat het graf leeg is en samen met Johannes gaat hij op onderzoek uit.

En diezelfde dag verschijnt Jezus temidden van de leerlingen.

En dan in Johannes 21 is het Petrus die tegen de anderen zegt: 'ik ga vissen' (21:3).
Alsof ze geen raad weten met de Verrezen Heer. Alsof ze niet weten wat te doen. Geen plannen, geen opdrachten.
Maar ze vangen 's nachts niets!
De andere morgen roept een vreemdeling vanaf de kust: "Hebben jullie niets voor bij het eten?"
Hun antwoord: 'Nee'. De vreemdeling (de beste stuurlui staan aan wal) roept: 'Werp het net uit aan de rechterkant' en de vangst is overweldigend.

Het is Johannes die het éérst ontdekt dat het Jezus is en vertelt dit aan Petrus.
Die springt in het water en wat treft hij aan op het strand?
21:9 een houtskoolvuur. Twee maal in het NT staat dit woord 'houtskoolvuur'.
In Johannes 18 en 21.
Een houtskoolvuur met daarop een vis die gebakken wordt en brood.
En de andere leerlingen slepen een net met 153 vissen aan land.

Daar op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester brandde een houtskoolvuur waaraan Petrus zich warmde, Jezus stond binnen voor de hogepriester.
Petrus ontkende tot drie keer toe dat er een band bestond tussen Jezus en hem.

En nu bij dit houtskoolvuur, door Jezus aangelegd en met Jezus erbij stelt deze na het genoten ontbijt drie vragen.
In 21:15-17 vinden we de vragen die vaak zo slordig worden weergegeven, ook in de Basisbijbel.
Jezus vraagt niet 3x hetzelfde.
En vanwege die 3x wordt Petrus bedroefd.
Het gaat dieper.
2x vraagt Jezus: Simon, zoon van Johannes, heb jij mij lief met dezelfde zelfverloochenende liefde als waarmee Ik jou heb liefgehad, overvloediger dan de anderen?
Hier noemt Jezus hem bij zijn oude naam.

Wát moet hij antwoorden?
Heeft hij Jezus lief met dezelfde liefde als waarmee Jezus hem liefheeft, die zijn leven over had voor hem.
Tot 2x toe antwoordt Petrus: 'U weet dat ik uw vriend ben!'
Dat vroeg Jezus niet. Hij vroeg agapao (Grieks voor de hoogste vorm van liefde). Hij antwoordt phileo (Grieks voor vriendschap).

En die derde keer vraagt Jezus: Ben je mijn vriend?
Jezus daalt af van agapao naar phileo.
Drie vragen bij het houtskoolvuur.
Vragen die hij eigenlijk niet goed beantwoordt.
Jezus die afdaalt naar zijn niveau en notabene hem in ere herstelt.
Hij vertrouwt Zijn kudde aan hem toe.

En zó geneest Jezus hem van de nachtmerrie van de verloocheningsnacht, waarbij hij zich totaal diskwalificeerde.

Niemand hoeft dóór te leven met nachtmerries, angstaanjagende herinneringen, trauma's, zielswonden.
Wat we destijds zonder merkbare aanwezigheid van Jezus ondergingen, daarin wil Jezus alsnog komen met zijn helende liefde.

Ga nooit zélf peuren en graven in jouw eigen herinneringen.
Zoek deskundige hulp.
Een christen, een christin.
Ga samen met Jezus de weg terug.
Het béste is dat je als vrouw een vrouwelijke deskundige in vertrouwen neemt. Als man een mannelijke hulpverlener.

Het kan kort duren, langer of heel lang.
Maar voor de Here Jezus zijn er geen hopeloze situaties.
Als hulpverlener heb je écht een luisterend oor nodig voor degene die je helpt, maar ook voor de heilige Geest die verborgen dingen aan het licht brengt en aanwijzingen geeft hoe te helpen.

Ik hoop dat ik u, jullie, op weg mocht helpen.
Dank voor het vertrouwen van velen.
Deze dingen bespreek je niet zomaar met de buurvrouw of een collega.
Ik hoop dat diegenen die dat nodig hebben een goede hulpverlener vinden.
Een predikant, pastoraal werker, hulpverlener, psycholoog etc.
Bij alle genoemde functies m/v en dat ze christen zijn en geloven in de kracht van gebed.

Zelf ben ik de weg met meerdere mensen gegaan en de veranderingen gezien.
De genade van de Here Jezus is met jullie,


Emeritus predikant P Gerrets.
Weet je dat de Vader je kent
Weet je dat je van waarde bent
Weet je dat je een Parel bent
Een Parel in Gods Hand!

Gebruikersavatar
Chaya
Generaal
Generaal
Berichten: 4916
Lid geworden op: 15 dec 2014 10:38
Locatie: Bij het water

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor Chaya » 28 mar 2018 09:35

‘En Pilatus zeide tot hen: Ziet, de Mens!’ Johannes 19:5b

„Ziet, de Mens!‟ Met deze woorden probeert Pilatus bij het volk medelijden op te wekken. De stadhouder zit met Jezus in de maag. Hij zou Hem moeten vrijlaten. Maar hij vreest de Joden. Ja meer, hij is bang voor zijn eigen positie. Daarom leidt hij Jezus naar buiten. Hij heeft Hem door de soldaten laten geselen. Een oude koningsmantel hebben ze Hem omgeworpen, een rietstaf in Zijn hand gegeven en een doornenkroon op Zijn slaap gedrukt, zo, dat het bloed langs Christus‟ gelaat loopt. En zo leidt de stadhouderJezus uit. Hij hoopt daardoor het medelijden in het hart van het volk op te roepen. Maar het omgekeerde gebeurt. Zo hebben de Joden helemaal geen ontzag meer voor deze Jezus. Nog luider roepen ze vol afschuw: „Weg met Hem, kruis Hem!‟

Pilatus heeft zich verkeken op de situatie. De vrees zwelt aan in zijn hart. Bang voor zijn eigen positie, laat hij Jezus vallen. Dat is Pilatus. Maar deze Pilatus-houding leeft onder ons nog voort. Hoe vaak wordt Jezus ook nu nog uitgeleverd onder druk van mensen en omstandigheden! Hoe vaak laten wij God, Zijn Woord en Zijn dienst vallen als ons eigen belang ermee gemoeid is? Toets u hieraan! „Ziet, de Mens!‟ Pilatus beseft niet wat voor een geweldige waarheid hij hiermee uitspreekt. De waarde en de waarheid van deze woorden gaan veruit boven de bedoeling van de stadhouder. God Zelf zegt hier door Pilatus: „Ziet, de Mens!‟ God laat hier zien wie de mens is! Dat is belangrijk! Niet wat wij ervan vinden. En God zegt niet: „Ziet, een mens!‟ Nee, maar zoals u en ik geworden zijn! „Ziet, de mens!‟ Zie hem met Zijn afgedankte purperen mantel, met Zijn doornenkroon op het hoofd, met Zijn rietstaf in Zijn handen en Zijn rug bebloed door de geseling. „Ziet, de mens!‟

In Christus kunnen we hier zien wat wij geworden zijn. Zijn spotbeeld verraadt onze afkomst. Waar Hij staat, daar hadden wij moeten staan. Als een spotkoning! Wij zijn van koninklijken bloede. Geroepen met de heerlijke roeping en gaven om als onderkoning hier op aarde te heersen over al het geschapene tot verheerlijking van onze God! En nu? Een vervallen grootheid! Vloek en smart en lijden hebben we over ons afgeroepen. En dat door onze ongehoorzaamheid! Hier wordt ons beeld vertoond, onze schande blootgelegd. Zo bent u, zo ben ik in de ogen van God! „Ziet, de mens!‟ Verzet u niet tegen dit beeld, maar val ervoor. Laat er een huivering over uw leden gaan. En buig onder dit Woord van God en belijd het: Zo Gij in ’t recht wilt treden, o Heer’, en gadeslaan, onze ongerechtigheden, ach, wie zal dan bestaan?

Voor wie dat mag belijden, zal de Heere Jezus Zich openbaren als de Mens bij uitstek! De Mens, Die in onze plaats is gaan staan. Als Plaatsvervanger! Zie, déze Mens, zo ben Ik nu! Niet alleen Pilatus in zijn verlegenheid en God in Zijn heiligheid zeggen hier: „Ziet,de Mens!‟ Maar ook de Zaligmaker in Zijn barmhartigheid en zondaarsliefde stelt Zichzelf hier voor en zegt: „Ziet, de Mens. Zo ben Ik nu! Ik in uw/jouw plaats!‟ „Ziet, de mens!‟ Daardoor krijgt dit woord een heel andere klank en inhoud. We staan verwonderd. Hij, Die God is, wilde Mens worden, Die gebukt ging onder de zondenlast! Hij wilde in mijn plaats gaan staan! Geen heerlijker zaak om over na te denken en te beleven dan deze. Geen heerlijker Woord om uit Zijn eigen mond te horen. „Zie Mij, de Mens! Ikben God en wilde Mens worden voor u, voor jou!‟

Als dat doordringt in onze ziel, dan betekent dat zaligheid! Dan is er een stamelen in verwondering: „Zie, o zie de Mens! De Drager van mijn vloek en schande. Al het mijne werd het Zijne.‟ En de Geest verzegelt het: „Nu is al het Zijne ook het mijne!‟ Zulk een zien van Hem geeft echte vrede voor een afgetobde, uitgewerkte zondaar. Vrede met God die alle verstand te boven gaat! Eens zal dit zien des geloofs overgaan in het zien van aanschouwen. Dan zal het Lam gezien worden, staande als geslacht. Dan zullen de gezaligden hun kronen neerwerpen aan de voeten van Hem, Die eens uitkwam voor al de Zijnen, dragende de doornenkroon, maar Die nu gekroond is met eer en heerlijkheid. Zult u, zul jij daar ook gevonden worden? Het laat zich aan deze zijde van het graf kenmerken door een „lieven‟ en „loven‟ van deze God, Die Mens wilde worden. Opstandingskracht Christus stierf in donk’re nacht... Om Zijn kind’ren te bevrijden uit de greep van satans macht wilde Hij zo bitter lijden. Maar Hij bracht óók leven aan: Hij is waarlijk opgestaan!

ds. C.M. Visser - Sommelsdijk
Wee de mens die zich niet elke dag minstens een uur kan bezinnen over zichzelf ~ Rabbi Mosje Leib van Sasow

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2055
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 01 apr 2018 10:50

Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij"
(Marcus 8:34 NBG'51).


Vandaag, 49 jaar geleden, ging ik in op deze uitspraak van Jezus.
Op deze 'uitnodiging'.
Ik kwam uit een gewoon Hervormd gezin.
Je ging op zondag gewoon één keer naar de kerk.
Er werd voor en na het eten gebeden, formuliergebeden.
Vóór: het Onze Vader.
Na: dat rare gebed met dat kleven kleef ('aan dit vergankelijk leven kleef').
Als kind vond ik het zo plakkerig.
Ik zat op een lagere school op Gereformeerde Grondslag, ging naar een Gereformeerde Mulo en later naar een Hervormde Kweekschool.
Ik was een gelovige jongen.
Door een schoolvriend op de Mulo kwam ik terecht in de Christelijk Gereformeerde Gemeente in Nederland waar ds. van Minnen predikant was en in de meest orthodoxe Gereformeerde Bondswijkgemeente in Delft.
En dat was ernstig, er hing een doodssfeer, dat was heel langzaam psalmen zingen, vrouwen en meisjes hoeden op, zwarte pakken.
Het ging over leven en meer over dood, over uitverkiezing, over het oordeel, over de hel, over onze zonden, over ons totale onvermogen.
En zondig was ik.
Ik verlangde naar Jezus, maar waarom stond de deur altijd op een kier en werd die voor je neus in het slot gegooid?
Ik was 19.
En toen beluisterde ik op mijn transistorradio een avondkerkdienst en klonk bovengenoemde tekst.

In mijn oren klonk het zó: 'Als er vanavond iemand is, die Mij wil volgen, verloochen dan jezelf, neem jouw kruis op je en volg Mij dan'.

Kan dat dan zomaar?
Is het een kwestie van antwoord geven?
Mijn ja-woord geven?
Mag ik dan volgen zoals ik ben?
En op die 31e maart 1969 ben ik neergeknield en heb ál mijn zondige gedachten en fantasieën en daden uitgezegd aan de Here, ik heb Hem mijn lichaam, ziel en geest gegeven, maar ik werd niet blij.
En die Mulovriend, die ook een kweekschoolopleiding deed in Den Haag maakte het mij niet makkelijk.
Jezus was alleen voor uitverkorenen gestorven, niet voor álle mensen.
En trouwens: zelf was je niet in staat om je te bekeren.
God moest jou eerst laten weten of je uitverkoren was en God moest mij bekeren.

Maar er gebeurde veel in mijn leven.
Mijn liefde voor het onderwijs verdween.
De overtuiging groeide en werd bevestigd dat ik predikant moest worden.

Ik wilde niet naar de universiteit, want ik wilde mijn geloofsleven niet verliezen. Ik rondde mijn onderwijzersopleiding af begin september 1970 en eind september verhuisde ik naar Brussel om een opleiding te volgen aan het Bijbel Instituut van de Belgische Evangelische Zending.
Als ik een weekend in Delft was, kwam die bewuste vriend mij opzoeken.
Hij was ondertussen onderwijzer in Staphorst.
Na zo'n diepgaand gesprek over de uitverkiezing kreeg ik 's nachts een verschrikkelijke nachtmerrie.
Ik viel in een stikdonkere put en viel en viel en viel en schreeuwde: 'Here, geef mij Uw Woord'.
In het donker pakte ik mijn bijbel, sloeg hem open, knipte mijn zaklantaarn aan en las: "Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt.
Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen" (Galaten 5:1 NBG'51).

Dit wás, dit ís, dit zál eeuwig Gods antwoord zijn op mensen in mijn leven die onder vrome voorwendselen me proberen te krijgen onder het slavenjuk van de wet.
Het juk dat Christus van mij afgenomen heeft.
Maar ook het dogmatische juk van een ondeugdelijke theologie.
Voor mij geen slavenjuk meer.

Maar wát heeft die orthodoxe prediking uit mijn jeugd diepe gevolgen gehad.
In mijn eerste gemeente werd ik 2,5 jaar achtervolgd door geloofsonzekerheid: denk jij nou echt dat je een kind van God bent, jij bent Judas, jij zult Christus verraden.

Ik ging met angst aan het Avondmaal dat ik zelf bediende.

Dé échte, ware blijdschap ontving ik tijdens een kerkdienst in de Hervormde Maranathakerk in Delft toen ik door de heilige Geest werd aangeraakt.
Een warmtegolf werd over mij uitgestort, over mijn hoofd, het trok door mijn lichaam en herhaalde zich.
Iemand legde Zijn hand op mijn schouder, ik keerde me om, maar niemand deed dat.
En een uur lang werden deze woorden herhaald: 'Jij bent Mijn zoon, Mijn dienstknecht, Mijn erfgenaam'.

Wee al diegenen die mensen die naar God verlangen, die Jezus nodig hebben, struikelblokken op hun weg werpen, hen hinderen om op Jezus' uitnodiging in te gaan.
Het is mij altijd in het Nieuwe Testament opgevallen hoé scherp Jezus' woorden konden zijn tegen bepaalde theologen en wetgeleerden in die tijd en hoé mild Hij was ten opzichte van de scharen.

Wát is Paulus tekeer gegaan tegen de Judaïsten die wedergeboren christenen-uit-de-volkeren probeerden te brengen onder de eisen van de wet.

Wát is het heerlijk om te mogen leven onder het nieuwe verbond.
Te leven uit genade.
Gods Geest in je te weten die je van dag tot dag leidt.


Achter Jezus aan, afstand doen van jezelf, de gevolgen van het belijdend christen zijn voor lief nemen.
Dat betekent delen in zijn lijden, delen in zijn verheerlijking.


Een weg van vallen, falen, opstaan en uiteindelijk weten dat God heel goed wist wie Hij riep.
Zondigen, schuld belijden aan God én mensen.

Máár: ik ben een vreugdevolle, optimistische, dankbare christen.
Hij dráágt mij door dit leven.
Tot op het laatst blijf ik getuigen en verkondigen dat Gods liefde voor jou, wie je ook bent en wat je ook op je kerfstok hebt, overduidelijk is gebleken op Goede Vrijdag, op Golgotha, even buiten Jeruzalem.

Sluit de kerk je buiten?

Jezus nooit.

Gods liefde sluit allen in en niemand uit.

Tenzij jij je niet wilt laten liefhebben, begenadigen, vergeven.

vier Gods genade.
Was die, is die goedkoop?
Absoluut niet!
Het kostte God het leven van Zijn lieve Zoon.
De hóógste prijs.
Wát moet God nog méér doen om jou te overtuigen van Zijn liefde?
Jezus uit de dood laten opstaan?
Wél, ook dat is geschied.




emeritus predikant P Gerrets.
Weet je dat de Vader je kent
Weet je dat je van waarde bent
Weet je dat je een Parel bent
Een Parel in Gods Hand!

Gebruikersavatar
MoesTuin
Majoor
Majoor
Berichten: 2055
Lid geworden op: 02 feb 2014 16:00

Re: Hedendaagse meditaties

Berichtdoor MoesTuin » 12 apr 2018 12:19

DE BIJBEL

Het belangrijkste boek in mijn huis, in mijn leven.
Eigenlijk 66 geschriften, poëzie, wijsheidsspreuken, geschiedenis, levensbeschrijvingen van rechters, koningen, profeten, voorzeggingen over de toekomst, het leven van Jezus vanuit verschillende perspectieven, kerkgeschiedenis van de vroege gemeenten, pastorale brieven in één boek.
Ik hoorde de verhalen op de lagere school, thuis, op de zondagsschool, in de kinderkerk, de jeugdkerk, de kerk.
Ik las en lees zelf.
Ik ben heel dankbaar voor mijn opleiding in Brussel, waarin de Bijbel centraal stond.
Al die jaren dat ik preken mag, studies gaf, schrijf.
En ná al die jaren fascineert dit boek mij nog steeds.

Voor mij is dit boek in de oorspronkelijke grondtalen door Gods Geest geïnspireerd.
Ik lees het liefst vertalingen die zó dicht mogelijk bij die grondtalen komen: de Statenvertaling én de Naardense Bijbel.
Modernere, gemakkelijk leesbare vertalingen laten veel kostbaars weg.
Ik lees dan graag de Willibrordvertaling (1995) of de Groot Nieuws Bijbel.

Ik heb een hekel aan de uitdrukking 'verhalenboek'.
'Het verhaal gaat'. Ik heb veel meer met de uitdrukking: 'En het geschiedt'.
Voor mij geeft de Bijbel zelf aan of het gaat om geschiedenis, historie óf het gaat om poëzie, wijsheidsspreuken, liederen.
Of het gaat om léérverhalen (in de Bijbel 'gelijkenissen' genoemd), profetische uitspraken die al vervuld zijn of nog vervuld moeten worden.
Of het gaat om wetsteksten of apostolisch vermaan.

In het eerste deel gaat het vooral over de uitverkiezing van Abraham, Izaak en Jakob en hun nageslacht.
Het handelen van God met zijn volk Israël.
In het tweede deel, vanaf het boek Handelingen gaat het om Gods handelen met de Joden en méér over het handelen van God met de niet-Joden en in de Apocalyps om Gods eindstrategie, onze uiteindelijke bestemming.

Er wordt heel vaak opgemerkt: de Bijbel is geen aardrijkskundeboek, geen biologieboek, geen geschiedenisboek.
Terwijl diezelfde Bijbel landen, rivieren, plaatsen benoemt.
Terwijl de Bijbel de vaderlandse geschiedenis beschrijft van Israël, het leven van Jezus, de ontstaansgeschiedenis van de gemeente van Jezus Christus.
Genesis 1-11 wordt naar het rijk van de fabelen verwezen.
Mythische oerverhalen.
Niet voor mij.

Wat de Bijbel vooral niet is: 'voer voor theologen'.
Geen dogmatiek.
In theologische boeken, boeken die de leer van de Bijbel proberen vast te leggen, slaat men de plank mis.

Wij mogen God niet vastleggen in een beeld, of het nu van hout of steen is, een schilderstuk, een dogmatiek of een hersenspinsel.
God is geest. God is niet statisch.
God is dynamisch.
Er is maar één beeld van de Onzienlijke dat God gaaf weergeeft: Jezus Christus, het beeld van de onzichtbare God (Colossenzen 1:15).

Daarom kon Jezus zeggen: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien" (Johannes 14:9).

De Bijbel in zijn geheel openbaart hoe God met de mens wil omgaan, individueel en als volk.


De Bijbel is een altijd fascinerende bibliotheek van 66 boeken, boekjes, liederen, gedichten, historie, visioenen, profetieën.

Ik eindigde het eerste deel met de opmerking dat in deze bibliotheek, in deze Bijbel God laat zien hoe Hij met ons, mensen, wil omgaan.

De Bijbel begint met déze belijdenis: dit heelal, alle planeten, sterren, de aarde, de flora, de fauna, de mensen zijn er niet 'toevallig'. Dit is mijn protest tégen de evolutietheorie.
De evolutionisten geloven dat alles is ontstaan uit een lange reeks toevalligheden.
Het idee dat orde ontstaan is uit chaos (een oerexplosie) vind ik, persoonlijk, belachelijk.
Het ganse universum 'werkt' als een uurwerk.
Elke bioloog, natuurwetenschapper, medicus is onder de indruk van bomen, bloemen en planten, dieren, de mens en het menselijk lichaam.
Het is, vergeef me de uitdrukking, dom, om te ontkennen dat er een Intelligent Ontwerper is geweest die alles bedacht en tot stand heeft gebracht.
Het is onbegrijpelijk dom het bestaan van een Schepper te ontkennen.
Wel Genesis zet krachtig in met die geloofsbelijdenis.

En van de datering ben ik niet onder de indruk.
Men spreekt over honderden miljoenen jaren.
Het mag van mij.
Je kunt twisten over de lengte van de scheppingsdagen.
Belangrijk?
Eén dag kan in Gods ogen duizend jaar zijn.
En duizend jaar als één dag.
De Bijbel laat er geen twijfel over bestaan: alles is ontstaan, in het licht geroepen door de Schepper.
God.

Zes dagen heeft God nodig. Op de zesde dag schept Hij de mens.
En wat was in het leven van die mens de eerste volle dag?
De zevende, de sabbat, de rustdag.
De mens werd geschapen in Gods volbrachte scheppingswerk. Adam 'vertrekt' vanuit de rust.

Adam in de tuin, de hof van Eden, het paradijs.
Adam is op aarde Gods partner.
Gods rentmeester, later samen met Eva.

Hoe eindigt de Bijbel? Met een totale overwinning over de zonde, het lijden, de dood, Gods tegenstander en de mens levend in een volledig transparante stad, het Nieuwe Jeruzalem. Zon en maan overbodig.
God zélf is het Licht.

Het begin is fantastisch.
En het slot is fantastisch.

God wandelt met de mensen.
Mensen wandelen met God.

Dát is hét kenmerkende van de Bijbel.
God kán niet zonder mensen.
Mensen kunnen niet zonder God.

God wil dichtbij ons zijn.
Onder ons wonen.
Als er scheiding ontstaat, stelt God álles in het werk om die scheiding ongedaan te maken.
Aan het slot woont God en het Lam bij de mensen in het Nieuwe Jeruzalem.

Kijk, dát boeit mij.
Dát maakt de Bijbel zo'n fascinerend boek.

Mijn geestelijke vader zei altijd:
'Je moet niet denken dat God alleen in die hemel gelukkig is.
Hij heeft de mens geschapen om Zijn geluk, Zijn heerlijkheid met hem, met hen te delen.
Die mens beleeft het hoogste geluk in gezelschap van God.
God beleeft Zijn hoogst geluk samen met jou'
(Ds. Gerrit Toornvliet).

emeritus predikant P Gerrets
Weet je dat de Vader je kent
Weet je dat je van waarde bent
Weet je dat je een Parel bent
Een Parel in Gods Hand!


Terug naar “[Religie] - Geloof & Leven”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast