De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

* Teksten * Vertalingen * Uitleg
Om te kunnen posten in dit forum is lidmaatschap van een gebruikersgroep (leden Religie-fora) nodig.
Als je instemt met de voorwaarden krijg je direct toegang.
Klik hier voor meer info en het aanvragen van postrecht
(Off topic en niet-serieuze postings worden verwijderd)

Moderators: henkie, elbert, Moderafo's

Gebruikersavatar
dalethvav
Kapitein
Kapitein
Berichten: 1278
Lid geworden op: 08 mei 2006 14:19
Locatie: Barneveld
Contacteer:

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor dalethvav » 02 aug 2017 14:47

Radical,

Allereerst: Waarom voeg je een URL toe aan een citaat van mij in je post van wo aug 02, 2017 11:22 am?
Die URL staat er in mijn origineel (di aug 01, 2017 8:26 pm) NIET bij!
Zo zijn we dat niet gewend hier.

Nu je grote vraag n.a.v. mijn citaat Rom 11:13-26
"De grote vraag is natuurlijk dan "En zo zal heel Israël zalig worden" wat zal Paulus in gedachten hebben met Gans Israël."
Een vraag die je vervolgens zelf, na een handvol teksten uit zijn verband te rukken, beantwoord met een kanjer van een contradictio in terminis: "Het is niet juist om te stellen dat de gemeente Israël vervangen heeft. Het is eerder zo dat de gemeente een vervolg is op het OT Israël van God; het heeft alleen het Joodse religieuze systeem vervangen."

Nou Radical, als je contextueel kunt lezen (waar het preterisme helaas niet in uit lijkt te blinken) kun je het volgende ontdekken:
Als je Romeinen 9-11 in zijn geheel leest (doe maar eens zou ik zeggen), dan zul je ontdekken dat Paulus 14x de term Israël/Israëls/Israëliet/Israëlieten gebruikt.

Uit Romeinen 9: 3-4 blijkt overduidelijk dat Paulus met 'Israël(ieten)' dáár het fysieke Israël bedoelt: "Want ik zou zelf wel wensen vervloekt te zijn, weg van Christus, ten gunste van mijn broeders, mijn verwanten wat het vlees betreft. Zij zijn immers Israëlieten; voor hen geldt de aanneming tot kinderen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften."
(zie je trouwens dat het gelden van "de aanneming tot kinderen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving" in de tegenwoordige tijd staat?)

Als je vervolgens verder leest dan blijkt uit de context dat Paulus elke keer het fysieke Israël bedoelt.

Als Paulus in Rom. 9:3-4 het fysieke Israël bedoelt (en dat lijkt me, zoals gezegd, overduidelijk) en volgens jou in Rom. 11:26 een geestelijk Israël, dan heb ik hierover een concrete vraag:
Welke exegetische regel pas je dan op welke plaats toe in Rom. 9-11 om te onderbouwen dat Paulus op enig moment overschakelt van het fysieke naar het geestelijke Israël?

Mocht je trouwens vinden dat Paulus in Rom 9:3-4 toch een geestelijk Israël bedoeld (wat me onwaarschijnlijk lijkt) dan zou voor dat 'geestelijke' Israël "de aanneming tot kinderen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften. Maar dat zou dan weer betekenen dat je contradictio in terminis alleen maar groter wordt.

Jammer trouwens btw dat je in je laatste post je eigen uitleg (nou ja, eigen, meer een copy/past uitleg) geeft aan laatste dagen, terwijl je volkomen voorbij gaat aan de eerder geposte uitleg van 'laatste dagen' (be'acharit hayomim) vanuit Joods perspectief terwijl je me zélf nota bene wees op het feit dat de Bijbel een joods boek is. het was wellicht wel zo fair geweest daar éérst op in te gaan.
Ps. 122vs6: Bidt om de vrede van Jeruzalem; wel moeten zij varen, die u beminnen.

Gebruikersavatar
Radical
Sergeant
Sergeant
Berichten: 345
Lid geworden op: 30 jul 2017 18:48

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor Radical » 02 aug 2017 18:14

ik begrijp dat er wat verwarring is over de tekst dat gans israël gered zal worden in Rom 11 :D

1Heeft God dan zijn volk verstoten? Volstrekt niet. Ik ben zelf een Israëliet, van het geslacht van Abraham, uit de stam Benjamin. 2Nee, God heeft zijn uitverkoren volk niet verstoten. Gij weet toch wat de Schrift zegt in het verhaal van Elia, hoe hij Israël aanklaagt bij God: 3Heer, zij hebben uw profeten gedood en uw altaren omvergeworpen. Ik ben alleen overgebleven, en mij staan ze naar het leven. 4Maar wat geeft de godsspraak hem ten antwoord? Zevenduizend man heb Ik overgehouden, die de knie niet hebben gebogen voor Baal. 5Zo is het ook in deze tijd. Een rest is overgebleven, dank zij een genadige uitverkiezing. 6Is het echter uit genade, dan niet om verdienstelijke werken; anders zou de genade geen genade meer zijn.

in het oude testament en het nieuwe is er altijd een overblijfsel van de joden geweest die God hebben gevolgd, zelfs wanneer de overgrote meerderheid, , God de rug had toegekeerd, God heeft altijd een een overblijfsel van getrouwen gehad ( ecclesia of de geroepenen )


7 Bijgevolg, wat Israël nastreeft, heeft het niet bereikt. Alleen het uitverkoren deel heeft het bereikt en de overigen zijn verstokt, 8volgens het woord van de Schrift: God heeft hun geest verdoofd, Hij gaf hun ogen die niet zien en oren die niet horen, tot op de dag van vandaag. 9En David zegt: Laat hun tafel voor hen een valstrik worden, een struikelblok, een bestraffing. 10Mogen hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien. Krom hun ruggen zonder ophouden.

in reactie op diegene die God niet najaagden door geloof, verblindde Hij hun ogen, en verhardde hen in hun beslissing.

11Hebben zij zich dan zo gestoten, dat zij ten val zijn gekomen? Dat niet, maar als gevolg van hun misstap ging het heil naar de heidenen, opdat zij zelf jaloers zouden worden. 12Als hun misstap de wereld verrijkt heeft en hun falen voor de heidenen overvloed betekent, wat mogen wij dan niet verwachten, als zij hun tekort zullen aanvullen! 13Nu richt ik mij tot u die uit het heidendom gekomen zijt. Ik ben weliswaar apostel van de heidenen, maar ik schat dit ambt juist hierom zo hoog, 14omdat ik hoop mijn eigen volk tot naijver te prikkelen en er althans enigen van te redden. 15Want als hun verwerping de wereld verzoening heeft gebracht, wat kan dan hun aanneming anders betekenen dan leven uit de doden? 16Is het eerste deel van het deeg geheiligd, dan ook de rest. Is de wortel van de boom heilig, dan ook de takken. 17Als nu sommige van die takken zijn weggebroken, en gij, wilde loot, daartussen zijt geënt en deel hebt gekregen aan het sap van de olijf, verheft u dan niet boven de takken. 18Wilt gij snoeven, bedenkt, dat de wortel u draagt en niet gij de wortel. 19Gij zult zeggen: “Er zijn dan toch maar takken weggebroken, opdat ik zou worden geënt.” 20Heel juist, zij zijn weggebroken om hun ongeloof, en gij dankt uw plaats aan het geloof. Maar neemt u in acht, weest niet overmoedig. 21Als God de takken die aan de boom thuishoorden, niet heeft ontzien, zal Hij ook u niet sparen.

De joden zijn de natuurlijke rank, en de heidenen zijn de wilde rank.
Zoals wij eerder zagen, betekent van joodse afkomst zijn, maar niet wandelend in geloof, niets voor God, zoals we zien in rom h 11 v 20
""zij zijn weggebroken om hun ongeloof, en gij dankt uw plaats aan het geloof""
Wij zijn geent op het israel van God, het ware israel, het israel dat God kent, door geloof, het israel waar God altijd zijn verbond mee sloot en onderhield.
Dit is waar we op geënt zijn door genade door geloof



22Houdt daarom Gods goedertierenheid voor ogen, maar ook zijn gestrengheid: zijn gestrengheid voor de takken die zijn afgevallen en zijn goedertierenheid jegens u, indien gij tenminste zijn goedheid trouw blijft. Anders wordt ook gij weggekapt. 23En wat hen betreft, als zij niet in hun ongeloof volharden, zullen ook zij weer worden geënt. Want God is bij machte hen opnieuw te enten. 24Gij zijt van de wilde olijfboom, waartoe gij krachtens uw oorsprong behoort, afgebroken, en tegen uw aard in geënt op de edele olijf. Hoeveel gemakkelijker zullen zij die er van nature bij horen weer op hun eigen stam worden geënt!

God is streng ten opzichte van degenen die wandelen in ongeloof, terwijl hij vriendelijk is voor de degenen die wandelen in geloof.
Als Joden zich gaan afkeren van vertrouwen in dode werken, en nin plaats daarvan met God wandelen door geloof in de messias, dan zullen zij terug geent worden het israel van God en weer zijn volk zijn. Joden mogen dan wel bij het nationale israel horen maar als zij geen geloof hebben, dan zijn ze onder de toorn van God.
Als een individuele Jood of heiden wandelt in geloof, dan behaagt deze persoon god en geniet hij van God's vriendelijkheid.


25Overschat uzelf niet, broeders. Ik moet u een geheim openbaren: de verharding die over een deel van Israël gekomen is, duurt slechts totdat de massa van de heidenvolken is binnengegaan. 26En zo zal ten slotte heel Israël gered worden, volgens de woorden van de Schrift: Uit Sion zal de Redder komen en Hij zal de goddeloosheid uit Jakob verwijderen.

Zoals we eerder zagen, heeft God degene die hem verwierpen genomen en ze verhard in hun besluit, dit stelt de heidenen in staat binnen te komen en zich te voegen bij het israël van God door te wandelen in geloof.
het resterende deel joden die God volgt door geloof en de heidenen die volgen door geloof, vormen samen zoals dat heet het israel van God ( zie galaten h 6 v16


God sloot altijd zijn verbonden en relateerde aan het ware israël, degene die met hem wandelen door geloof.

Wie is Israel ??
In het verleden het restand bleef een meerderheid van Joden over die de naam israel droegen terwijl ze niet wandelde met God.
Bijv. rom h 9 v 6 Want niet allen die uit Israël stammen, behoren tot Israël, het ware Israel is altijd gedefinieerd als degenen die wandelen in geloof, terwijl op hetzelfde moment er velen andere waren onder de naam israel die de bloed lijn deelde maar niet echt het israël waren volgens God.
Nu God zijn Zoon gegeven heeft,h schets Hij duidelijk jk dat alleen degene die hun geloof in jezus stellen, deel zijn van het israel van God . Daarom staat er
Rom 11 v 26 En zo zal ten slotte heel Israël gered worden, Hoe ?? wat paulus zegt dat heel israël , het ware israël van God het israel wat blijkbaar bestaat in god's denken is samengesteld uit joden en heidenen die hun geloof op jezus hebben gevestigd.

Daar op die manier zal iedereen die deel is van israel worden gered. ::))

Dit is de nieuwe scheidslijn beter dan de oudtestamentische scheiding tussen ongelovige joden en het gelovige overblijfsel, dus vanaf nu "geheel israël" wordt gevormd door degenen die zijn gered door geloof in jezus
Jezus nam wat ik had verdiend, en ik kreeg wat Hij had verdiend

ereunao
Majoor
Majoor
Berichten: 1647
Lid geworden op: 06 okt 2014 12:38

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor ereunao » 02 aug 2017 22:01

Radical:


Dit is de nieuwe scheidslijn beter dan de oudtestamentische scheiding tussen ongelovige joden en het gelovige overblijfsel, dus vanaf nu "geheel israël" wordt gevormd door degenen die zijn gered door geloof in Jezus



Dat laatste zal waar zijn; ook het ‘geheel Israël van Rom.11: 26 wordt alleen door het geloof in Zijn Messias behouden. Want de verzoening door het bloed van de Messias is voor Israël dezelfde als voor ons Maar dan hebben wij het niet over de Joden die gedurende deze bedeling door een Geest tot een lichaam gedoopt en bij de Gemeente gevoegd worden. Maar dan gaat het over Israël als volk dat zich nationaal zal bekeren en zoeken de Heere hun God en David hun koning.Hos.3. En dat luidt het einde van de tijden der heidenen en herstel van de theocratie in.( Zach.14:9 ) Dat is dus een heel anderssoortige heilsbedeling in dezelfde Messias als waar jij het in plaatst. Vandaar ook die nieuwe tempel en offerdiensten in het messiaanse rijk.( Ezech. 40-44 ) Maar jij kunt je bij het begrip Koninkrijk Gods nu eenmaal niets anders voorstellen dan een strijdende kerk op aarde en een triomferende (n.b.voor de opstanding ! ) in de hemel. En daarom laat de officiele theologie de profetie ook doorlopen in de kerkgeschiedenis.! En nu alsjeblieft wat korter en zakelijker. Hele bijbelgedeelten kopiëeren kan ik ook!

Gebruikersavatar
dalethvav
Kapitein
Kapitein
Berichten: 1278
Lid geworden op: 08 mei 2006 14:19
Locatie: Barneveld
Contacteer:

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor dalethvav » 04 aug 2017 11:59

Bij deze nog één keer een reactie n.a.v. Rom. 11:26.
Ik sta mezelf toe deze keer een lange lap tekst te posten om de volgende redenen:
1. Het cruciale belang van het verstaan van deze tekst in verband met de plaats van Israël in Gods heilshistorie en daarmee ook in de eindtijd / bij de wederkomst.
2. Radical me wees op het Joodse karakter van de Bijbel. Vandaar een (messiaans) Joods commentaar op Rom. 11:26 van David Stern. Wellicht leerzaam als we bedenken dat we altijd geneigd zijn om de door de Joods denkende Paulus geschreven teksten te lezen vanuit ons hellenistische denken.

Het betreft een "vertaling" uit Stern's Jewish New Testament Commentary, waarvan de originele engelstalige tekst hier te vinden is.

Heel Israël. Over wie heeft Sha’ul het als hij de uitdrukking “heel Israël” gebruikt? Voordat we deze vraag behandelen moeten we eerst het woord Israël bestuderen.

De naam “Israël” werd gegeven aan de derde aartsvader, Ya’akov, nadat hij geworsteld had met “een man” die “Elohim” (God) was (Genesis 32:25, 31). Dit is een gegeven dat van het grootste belang is bij het interpreteren van het Nieuwe Testament. God, die alles weet voordat het gebeurt, gaf Ya’akov deze naam bij deze gelegenheid om daarmee de toekomstige worsteling van het Joodse volk met Hem te symboliseren, zoals is opgetekend in de TeNaCH, en zijn hoogtepunt bereikt in tweeduizend jaar van worsteling met Yeshua de Messias.
Lees het hele gedeelte (Genesis 32:25-33) eens met de gedachte dat deze mysterieuze “man” die God was, Yeshua heeft kunnen zijn in een pre-incarnale verschijning. (Zie Joh. 1:14 voor een bespreking van deze en andere soortgelijke verschijningen). Stel Hem daarbij dan voor als nog altijd wachtend, tot Hij het Joodse volk, net zoals Ya’akov, hoort zeggen, “Ik zal U niet laten gaan, tenzij U mij zegent” (vergelijk Matt. 23:37-39) en “ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn leven is gered.” Precies zoals Ya’akov de dood door de hand van zijn vijand-broeder Esav vreesde, maar er meer en meer van overtuigd raakte dat, omdat hij God gezien had, zijn leven gered zou zijn, zo weten ook diegenen die God gezien hebben in het aangezicht van Yeshua de Messias, dat zij eeuwig leven hebben ondanks alles wat de Tegenstander ook moge doen; ook Messiaanse Joden naderen niet langer in angst tot hun heiden-broeders als hun vijanden.

Evenzo is het voor de Kerk belangrijk – vooral in het licht van de huidige situatie in het Midden-Oosten – op te merken dat, wanneer God een tweede keer de naam Israël aan Ya’akov geeft, hij beloften herbevestigt die eerder gedaan zijn aan Avraham en Yitzchak, in het bijzonder de belofte dat het land zou toebehoren aan Ya’akov en zijn nakomelingen, het Joodse volk (Genesis 35:9-13). Bovendien zit in dit gedeelte een remez (“hint”; zie Matt 2:15) van wat Sha’ul in de voorafgaande verzen 17-24 het ingeënt zijn van de heidenen noemt: God zegt tegen Ya’akov, “Een volk”, het Joodse volk, de wortel, “ja een menigte van volken”, in het Hebreeuws kahal goyim, dat ook vertaald kan worden met “een gemeente van heidenen”, de takken “zal uit u ontstaan”.

Daarom worden Ya’akov’s nakomelingen in de rest van de TeNaCH steeds “het huis Israëls” genoemd. Dit betekent dat het Joodse volk het volk van God is. Als “Gods uitverkoren volk” zijn ze het voorwerp van Zijn bijzondere zorg en genegenheid; zij worden Zijn “eerstgeborene”, Zijn “zoon”, Zijn “geliefde” genoemd.

Maar tegelijkertijd worden ze door verbonden verplicht Hem te gehoorzamen op een unieke manier die niet vereist werd van andere volken. De wederwaardigheden van Gods volk Israël, zoals beschreven in de TeNaCH, laat telkens weer zien dat, wanneer Gods volk weigert Hem te gehoorzamen, onvermijdelijk bestraffing volgt. In zijn genade voorzag God twee in beperkingen: (1) Uitstel van de verdiende straf om zodoende Zijn wederspannig en hardnekkig volk een gelegenheid te verschaffen om tot berouw te komen en (2) het mogelijk te maken voor “een rechtvaardig overblijfsel” om geheel aan de collectieve staf te ontkomen. De geschriften van de profeten zijn vervuld van deze gedachten; zie b.v. Amos 3:2, 11; 9:7-9; Jeremia 9:7; Jesaja 10:5-14, 20-23; 43:14-25.

De verkiezing van Israël door God roept het vraagstuk op van particularisme tegenover universalisme. Ondanks dat de verkiezing van Israël particularisme impliceert, is de TeNaCH doortrokken van universalisme, dat laat zien dat God de andere volkeren niet heeft achtergesteld (zie b.v. Jesaja 2:1-4; en de boeken Ruth en Jona). Daar echter Israël eens verkozen is, is Gods universalisme nooit los te zien van Israël; vanaf Genesis 12 is het zo dat door Avraham en zijn zaad, dat wil zeggen door de Joden, de andere volken van de wereld gezegend zullen worden. De heidenen uit Ninevé geloofden de Joodse profeet Jona dat de God van de Joden ze een laatste kans schonk om berouw te tonen; Ruth verbond zich aan de Joodse vrouw Naomi en haar Joodse volk en God. Evenzo moeten hedendaagse heidenen geloven in een Joodse Messias om gered te worden. Als ze aandringen op een afzonderlijke zegen, zal er geen zegen zijn, maar als zij zich willen verbinden aan de Joden, met Ruth zeggend: “Uw volk is mijn volk”, dan zullen er talrijke zegeningen voor hen zijn.

Een variant op het aandringen op een afzonderlijke zegen is het beweren dat Israël een ander volk is dan waarvan God zegt dat het het is – te vragen, “Welk volk is werkelijk Gods uitverkorene?” en een ander antwoord te geven dan de Joden. Deze kwestie ontstond voor het eerst ten tijde van de afscheiding van de Samaritanen (2 Koningen 17:24-41) en was zevenhonderd jaar later nog steeds actueel, toen de Samaritaanse vrouw bij de bron met Yeshua sprak (Joh. 4:20-24). Vanuit dat voorval gezien zouden we de vraag kunnen herformuleren, “Naar welk volk – de Samaritanen of de Joden – stroomt het levende water van de geestelijke bron van Ya’akov, die ook Israël genoemd wordt?”

Het is onvermijdelijk dat mensen zonder geloof in het geheel van Gods geopenbaarde Woord, Samaritanen toen, allerlei ongelovigen vandaag de dag – de verkiezing van het Joodse volk of zelfs de gedachte van de verkiezing op zich zullen betwisten.

De idee dat God sommigen boven anderen zou verkiezen is onaanvaardbaar aanstootgevend, tenzij verstaan binnen het kader van Gods totale plan zoals duidelijk gemaakt wordt in de TeNaCH en het Nieuwe Testament. Maar zodra iemand in Gods Woord gelooft verliest het denkbeeld van Israëls verkiezing zijn aanstootgevendheid en wordt het in plaats daarvan het middel om te zegenen. Jood en heiden op dezelfde manier, in overeenstemming met de belofte van Genesis 12:3.

Het is de fout van de Kerk dat de vraag wie Gods volk is, een punt van scheiding tussen Judaïsme en christendom is geworden. Want de Kerk begon, tegenover de Joden, te beweren het “Nieuwe Israël”, het “ware Israël”, het “Israël Gods” te zijn, en beschouwde het Joodse volk als slechts het “Oude Israël”, niet langer in aanmerking komend om Gods beloften te ontvangen omdat ze Yeshua verworpen hebben. Hoe ironisch dat de Kerk, bewerend het Joodse volk te verdringen als Israël, zich toen in plaats daarvan gedroeg als Israëls oude naam Ya’akov die verdringer betekent!
Deze verdraaide opvatting over verkiezing die alles negeert wat Sha’ul schrijft in de hoofdstukken 9-11, wierp een onnodige barrière op tussen Joden en christenen – waarvan ik hoop dat “The Jewish New Testament” en dit commentaar [“The Jewish New Testament Commentary”] kunnen helpen die weg te nemen.


Aan de andere kant is het antwoord van sommige niet-messiaanse Joden, zoals beschreven in het Nieuwe Testament (bijv. in Matth. 3:9), dat het slechts zijn van een fysieke afstammeling van Ya’akov voldoende is om te garanderen deel te hebben aan Gods verkiezing, eveneens een verdraaiing van Gods geopenbaarde waarheid (zie Rom. 9:6).

Van de theologie richten we ons op een taalkundige vraag die van belang is om de betekenis van de uitdrukking “heel Israël” te begrijpen: Hoe werd de uitdrukking “Israël” gebruikt in Sha’uls dagen? Wie gebruikten die en waarvoor? Bestudering van Joodse en Griekse literatuur laat zien dat Joden het woord “Israël” vaker gebruikten dan “Joden” om naar zichzelf te verwijzen als een natie, en in het bijzonder als zij van zichzelf spraken als Gods volk.

Aan de andere kant gebruikten heidenen de uitdrukking “Israël” helemaal nooit, aangezien de idee van een door God verkozen volk hen vreemd was. Zij gebruikten de uitdrukking “Ioudaioi” (“Joden” of “Judeërs”, zie Joh. 1:19) dat voor hen hoofdzakelijk het land van herkomst, Judea aangaf; zij beschouwden het als vanzelfsprekend dat ieder land zijn eigen religie had, ook de Joden, maar dat het woord verder niet meer religieuze betekenis had dan “Italianen” of “Amerikanen”. Joden in de Diaspora gebruikten het woord “Joden” meer dan Joden in het land Israël dat deden om naar zichzelf te verwijzen, omdat zij onder heidenen woonden die alleen die uitdrukking gebruikten (vergelijk 2 Makkabeeën, een boek uit de Diaspora met 1 Makkabeeën, dat in Israël is geschreven).

Het merendeel van de 71 keer dat het woord Israël in het Nieuwe Testament voorkomt verwijst duidelijk naar het Joodse volk. Behalve dit vers doen zich alleen problemen voor in Rom. 9:6, 1 Kor. 10:18, Gal. 6:16 en Openb. 7:4; zie de aantekeningen bij deze verzen).

Sha’ul gebruikt de uitdrukking “Joden” elf keer in de hoofdstukken 1-8 van Romeinen, altijd in tegenstelling tot “heidenen” of “Grieken”. Hij gebruikt de uitdrukking “Israël” alleen in de hoofdstukken 9-11, waar het twaalf keer voorkomt. Waarom schakelde Sha’ul over? Omdat hij in de hoofdstukken 1-8 wilde benadrukken dat, door geloof in Yeshua, voor God individuele heidenen gelijk zijn aan individuele Joden (om die reden gebruikt hij in 9:24 en 10:12 ook "Joden"); maar in de hoofdstukken 9-11 is het zijn bedoeling om naar voren te brengen dat de Joden als natie Gods volk blijven – d.w.z., zij blijven Israël – zelfs als sommigen van hen niet gehoorzamen, en Gods beloften aan Israël, de Joodse natie, geldig blijven (9:1-11:36). Samengevat, “Israël” betekent het Joodse volk, maar met nadruk geroepen tot het zijn van Gods uitverkoren volk, Zijn “eerstgeborene”, Zijn “geliefde", Zijn “zoon” en als zodanig, de ontvangers van de voordelen zoals opgesomd in 9:4-5.

Nu zijn we zover om te vragen wie heel Israël is. Deze uitdrukking heeft dezelfde vier mogelijkheden als het “deeg” en de “takken” in vs 16:
(1) Iedere individuele Jood, vroeger, nu en later; (2) Iedere individuele messiaanse Jood, vroeger, nu en later; (3) Het Joodse volk als een natie, maar niet per definitie met inbegrip van alle Joden; en (4) Alle gelovigen, zowel Joden als heidenen, vroeger, nu en later. Zoals we zullen zien is de derde juist.

Veel christenen zijn zich er niet van bewust hoe merkwaardig het voor een Jood klinkt om te horen dat de uitdrukking “Israël” gebruikt wordt om te verwijzen naar heidenen; zo’n idee zou nooit in zijn gedachte opkomen. Nietttemin is betekenis (4) de belangrijkste van de verkeerde opvattingen, omdat, zoals hierboven opgemerkt, de door heidenen gedomineerde Kerk gedurende het grootste deel van haar geschiedenis er aanspraak op maakte dat zij het “Nieuwe Israël” en het “Ware Israël” is en dat de Joden slechts het “Oude Israël” zijn, uitgesloten van Gods beloften. Maar geen van deze uitdrukkingen kan in de Schrift gevonden worden; het zijn pogingen van antisemitische, soms echter niet opzettelijk zo bedoeld, voorbijgaand aan wat de Schrift zegt en verwijdert het Joodse volk van de plek die God het gegeven heeft.

En feitelijk is betekenis (4) om verschillende redenen onmogelijk binnen deze context. Ten eerste wordt met “Israël” door heel Romeinen 9-11 heen duidelijk alleen de Joden bedoeld, precies zoals in het voorafgaande vers. Ten tweede gebruikt Sha’ul het woord “Joden”, niet “Israël” als hij het deelhebben aan Gods beloften van de heidenen wil benadrukken, zoals hierboven opgemerkt.

Ten derde is het onderwerp van de hoofdstukken 9-11 hoe God zijn beloften aan het Joodse volk, niet aan een gecombineerd Joods-en- heidens volk, zal inlossen (9:1-11:36). Ten vierde tenslotte, het verhaal hoe God dit daadwerkelijk zal gaan doen wordt vier keer verteld in 11:11-32 (zie de eerste paragraaf van deze aantekening), en in de drie andere gevallen is het geen vraag of Sha’ul alleen over Joden spreekt.

Desondanks zijn er christelijke stromingen die proberen deze betekenis er in te leggen door redeneringen toe te passen die wellicht beter onderbouwd kunnen worden bij Gal. 6:16, waar de uitdrukking “het Israël van God” voorkomt – maar zie mijn commentaar daar. Het gevolg van zo’n inzicht is het ontkennen dat God zijn specifieke beloften aan het Joodse volk zal vervullen en zodoende in tegenspraak is met Sha’uls hele bedoeling van het schrijven van de hoofdstukken 9-11. Voorstanders van deze visie antwoorden op deze tegenwerping door te zeggen dat al Gods beloften zijn vervuld “in Yeshua” (in zekere zin waar) en dat hij staat voor het hele Joodse volk (in zekere zin ook waar; zie Matt. 2:15). Om te laten zien tot welke verkeerde conclusies deze foute redenering kan lijden, zou een toepassing ervan zijn dat het land Israël Jezus toebehoort; vandaar dat, aangezien Hij Israël vertegenwoordigt en nu het land bezit, zodat de belofte dat het land voor altijd van Israël zal zijn “in Hem” veruld is, geen verdere terugkeer van Joden naar het land verwacht zou behoeven te worden. Maar de beloften in de TeNaCH aan het Joodse volk zijn rechtstreeks tot hen gericht, niet tot de Messias. Als de Messias ontvangt wat aan het Joodse volk beloofd was en vervolgens het Joodse volk verhindert ze te ontvangen, dan is de belofte metterdaad vervallen; God is ze niet nagekomen. We moeten de interpretatie die zegt dat heel Israël de heidenen insluit schrappen.

Maar heel Israël is ook niet elke individuele Jood (opvatting (1)). Niet alleen de hoofdstukken 9-11, met hun nadruk op het Joodse volk als een gezamenlijke eenheid de ontvanger van Gods beloften, vragen hier niet om, maar zo’n interpretatie is in strijd met de begrippen “overblijfsel” zoals ingevoerd in 9:6, 27 en 11:1-6.

Met nog meer zekerheid zijn niet slechts alle messiaanse Joden (opvatting (2)) heel Israël, zelfs al houdt 9:6 in dat alleen het messiaans Joodse deel van Israël werkelijk Israël is. Want dit zou de “waarheid die God voorheen bedekte maar nu geopenbaard heeft” (vs 25), en waar Sha’ul drie hoofdstukken aan besteed heeft, maken tot een een tautologie met een anticlimax – het is voor de hand liggend dat alle geredde Joden gered zullen worden.

Het woord all wordt hier eerder figuurlijk gebruikt, niet letterlijk. In de TeNaCH, dat wil zeggen, in het Hebreeuwse denken betekent het woord “kol”, als verwijzing naar een collectief, niet elk afzonderlijk individu waaruit het is samengesteld, maar veeleer het merendeel of het belangrijkste deel, of zelfs een aanzienlijk of een zeer herkenbaar deel, mogelijk veel kleiner dan het grootste gedeelte).
Enkele Nieuw Testamentische voorbeelden zijn Matt 2:3 (HSV: “Toen koning Herodes dit hoorde, raakte hij in verwarring en heel Jeruzalem met hem.”) en Matt. 3:5 (HSV: “Toen liep Jeruzalem, heel Judea en heel het land rondom de Jordaan naar hem uit,”). De schrijver bedoelt duidelijk niet dat elke afzonderlijke persoon in Jeruzalem in verwarring raakte of dat Judea en het gebied rond de Jordaan helemaal zonder bevolking zaten; zijn woorden betekenen zelfs niet dat een meerderheid er zo door aangedaan was.

Heel Israel is in dit geval de Joodse natie als een gezamenlijk geheel (opvatting (3)), inclusief elke messiaanse Jood (vanwege de tautologische noodzaak ervan), maar niet noodzakelijkerwijs elke individuele Jood. Of het deel van de Joden dat gered zal worden een meerderheid zal zijn of tien procent of negentig is een zaak van zinloze speculatie; ik verwacht echter dat wanneer de profetie vervuld wordt, het “gevestigde” Joodse volk voor het merendeel zal bestaan uit messiaanse Joden, en messiaanse Joden zich niet meer aan de rand van de natie zullen bevinden maar in het centrum, leidend, toonaangevend en de zorgend voor de mening van het Joodse volk – het hoofd en niet de staart (Deuteronomium 28:13).

Deze uitleg van heel Israël als de Joodse natie als geheel nemend, stemt overeen met de verzen 17-24, over het inenten van de afgebroken niet-messiaans Joodse takken (maar niet noodzakelijkerwijs allen), met vs 12 over Israël “in zijn volheid” (hetzelfde woord, plêroma, als in vs 25 voor de heidenen wordt gebruikt) en met de gedachte dat slechts een overblijfsel (minder dan het totale geheel) gered zal worden (vs 5, 9:6, 9:27).

Bovendien stemt het, vreemd genoeg, ook overeen met één van de meest beroemde paragrafen uit de mishna, alhoewel de nadruk hiervan op iets heel anders ligt:

“Heel Israël heeft deel aan de toekomende wereld, want er is gezegd, ‘Uw volk, zij allen zullen rechtvaardigen zijn, voor eeuwig zullen zij de aarde [of land (eretz), zoals D.S. in het origineel schrijft] in bezit nemen. Zij zullen een stekje zijn, door Mij geplant, een werk van Mijn handen, opdat Ik verheerlijkt zal worden" (Jes. 60:21). Maar dezen hebben geen deel in de toekomende wereld: Hij die zegt dat de wederopstanding van de doden niet vanuit de Torah bewezen kan worden, hij die zegt dat de Torah niet van de hemel is (ofwel, niet geïnspireerd door God maar slechts een menselijk product) en een ketter (waar veel categorieën van zijn). Rabbi Akiva zegt: Ook iemand die de ketterse boeken leest……” (samengevat uit Sanhedrin 10:1).


In deze mishna betekent de uitdrukking “heel Israël” eveneens niet elk individu, aangezien de Joden die uitgesloten worden van de toekomende wereld direct genoemd worden (Rabbi Akiva’s opmerking verwijst, naast anderen, kennelijk naar gelovigen in Yeshua).

Zal zalig worden of “verlost”, zowel geestelijk – gered van de eeuwige gevolgen van de zonde, en tenslotte, helemaal van te zondigen – en fysiek of nationaal – hersteld tot het bezitten van het land Israël onder koningschap van de Messias zelf (Hand. 1:6-7 1)). Zie voor meer over wat “gered” betekent, de aantekening over “Redder” bij Luk. 2:11 1).

Heel Israël zal zalig worden. Hoe kunnen Joden deze woorden lezen en niet beseffen dat het Nieuwe Testament het Joodse volk dezelfde voortreffelijke hoop voorhoudt als de TeNaCH? Hoe kan een christen uit de heidenen er niet een bevel van God in zien het Joodse volk lief te hebben en te bidden voor hun geestelijke en fysieke welzijn? Een messiaanse Jood die het aangrijpende ondervindt van verwerping door zijn eigen Joodse volk, misschien zelfs door zijn eigen familie, maakt deze schitterende woorden tot zijn verwachting en toevlucht en gebed. Het is voor hem een vreugde Gods antwoord te overdenken op de smeekbede van het “Kaddish” “Moge Hij [God] Zijn koninkrijk haastig en binnenkort vestigen, tijdens uw leven en tijdens uw dagen; en u, zegt Amen”. Want hij heeft Gods onberouwelijke belofte (vs 29) dat heel Israël, de natie die God zich tot een onafscheidelijk deel gemaakt heeft, zich zal keren tot Yeshua de Messias en gered zal worden.
Ps. 122vs6: Bidt om de vrede van Jeruzalem; wel moeten zij varen, die u beminnen.

Gebruikersavatar
Radical
Sergeant
Sergeant
Berichten: 345
Lid geworden op: 30 jul 2017 18:48

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor Radical » 04 aug 2017 19:35

Goedenavond dalethvav ik kan mij helaas niet vinden in je uitleg, maar wel bedankt voor je moeite.

Juist Paulus geeft zo mooi aan in romeinen en Efe en Col dat de Joden die tot geloof kwamen samen met de heidenen, samen iets moois gaan betekenen, in de brief aan Efe vind ikzelf een van de mooiste uiteenzettingen
Efe H2 v1 Vroeger waren jullie geestelijk dood. Dat kwam door jullie ongehoorzaamheid aan God en door de slechte dingen die jullie deden. 2 Want jullie leefden op de manier waarop de ongelovige mensen nu eenmaal leven. Zij laten zich leiden door de duivel, de leider van de onzichtbare machten. Hij is de geest die werkt in de mensen die God niet gehoorzamen. 3 Vroeger hebben wij allemaal zo geleefd. We deden allemaal wat we zelf wilden. Daarom verdienden we Gods straf, net als alle andere mensen.

4 Maar God is vol medelijden. Hij wil ons graag vergeven, omdat Hij zo ontzettend veel van ons houdt. 5 Daarom heeft Hij ons tegelijk met Christus geestelijk levend gemaakt. Want we waren geestelijk dood door alle slechte dingen die we hadden gedaan. We zijn dus alleen maar gered doordat God zo geweldig goed voor ons is geweest, en niet omdat we het verdiend hadden. 6 God heeft ons levend gemaakt en ons nu samen met Jezus een plaats gegeven in de hemelse plaatsen. Wij zijn daar ín Jezus Christus. 7 Want in de wereld die nog komt wil Hij laten zien hoe geweldig goed Hij voor ons is: Hij heeft ons Jezus Christus gegeven. 8 Want omdat God zo liefdevol en goed is, heeft Hij jullie gered door jullie geloof. Jullie hebben niet jezelf gered, maar Gód heeft jullie gered. Het is zíjn geschenk. 9 Jullie zijn dus niet gered doordat jullie zelf zo goed je best deden om goede mensen te zijn. Want Hij wilde niet dat jullie over je redding zouden kunnen opscheppen. 10 Want God heeft ons gemaakt. En Hij heeft ook Zelf in Jezus Christus nieuwe mensen van ons gemaakt. Nu kunnen we voor Hem de goede dingen doen die Hij van tevoren al voor ons had bedacht.

Eenheid tussen Joden en niet-Joden

11 Bedenk dat jullie vroeger niet bij Gods volk hoorden. Want jullie waren niet zoals de Joden besneden. Jullie werden 'onbesneden' genoemd door de mensen die wél besneden waren. (De besnijdenis is een teken dat mensen in het lichaam aanbrachten. Het bewees dat ze bij God hoorden.) 12 Jullie hoorden niet bij God. Daardoor hadden jullie Christus niet. Ook hadden jullie niet de rechten die het volk Israël had, want jullie hoorden niet bij zijn volk. En de verbonden van Gods beloften waren niet voor jullie. Jullie hadden dus geen hoop en geen God in deze wereld. 13 Zo waren jullie vroeger ver weg van God. Maar nu zijn jullie in Jezus Christus dicht bij God gekomen, door het bloed van Christus.

14 Want Jezus heeft ons vrede gegeven, door Zichzelf. Hij heeft van Joden en niet-Joden één volk gemaakt. Eerst stond de wet van Mozes als een muur tussen ons in. We leefden als vijanden van elkaar. Maar Hij heeft die muur (tempel) weggebroken. 15 Hoe? Door als mens voor ons te sterven. Nu gaat het niet langer om de wet, die bestaat uit leefregels waar wij ons aan moesten houden. Nu gaat het om geloof in Jezus. Zo heeft Hij in Zichzelf de twee soorten volken (namelijk de één met Gods wet, de ander zonder Gods wet) tot één volk gemaakt. Zo heeft Hij vrede gebracht. 16 En die twee soorten volken, die nu één volk zijn geworden, heeft Hij allebei tot vrienden van God gemaakt. Want door zijn dood aan het kruis heeft Hij een eind gemaakt aan de vijandschap. 17 Jezus kwam vrede brengen aan jullie die ver van God waren (= de niet-Joden), en aan de mensen die dicht bij God waren (= de Joden). 18 Want dankzij Hem kunnen wij nu allebei door één Geest dicht bij de Vader komen. 19 Zo zijn jullie nu dus niet langer vreemdelingen en buitenstaanders. Jullie horen nu bij het volk van God en bij het gezin van God. 20 Jullie staan nu stevig in het geloof, zoals een gebouw stevig staat op een goed fundament. Het fundament van jullie geloof is door de boodschappers van God en de profeten gelegd. En Jezus Christus is de belangrijkste bouwsteen van het gebouw. 21 Door Hem zit het gebouw stevig in elkaar. Wij zijn de bouwstenen. Hij geeft ieder van ons de juiste plaats. Zo worden we met elkaar een tempel voor de Heer. 22 Ook jullie zijn bouwstenen in deze tempel waarin God met zijn Geest woont.

Weet je dalethvav als ik dit lees krijg ik een brok in mijn keel, Familie van God, een Vader een papa, een broer Jezus, en mijn beste vriend de heilige geest. het beste wat mij ooit overkomen is :wink:
Jezus nam wat ik had verdiend, en ik kreeg wat Hij had verdiend

Gebruikersavatar
dalethvav
Kapitein
Kapitein
Berichten: 1278
Lid geworden op: 08 mei 2006 14:19
Locatie: Barneveld
Contacteer:

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor dalethvav » 05 aug 2017 21:23

Jammer Radical, dat je niet inhoudelijk ingaat op David Stern's commentaar.
Je maakt je er m.i. te gemakkelijk af door 'slechts' te stellen dat je je helaas niet kunt vinden in Stern's uitleg en vervolgens zonder verder commentaar een gedeelte uit de Ef.brief te citeren uit de BasisBbijbel.
Het verschil tussen Stern en de BasisBijbel is, dat Stern veel meer aan woordstudie doet en de BasisBijbel essentiële begrippen uit de grondtekst niet in de vertaling terug laat komen, waardoor het gevaar voor verkeerd interpreteren groot wordt.
Ik laat me liever laat leiden door een commentaar dat dicht bij de grondtekst blijft en de essentie van een tekst laat zien dan het risico neem van een verkeerde interpretatie vanwege en minder goede vertaling.

Om concreet te worden: Waar gaat Stern in het van hem geciteerde commentaar volgens jou voor het éérst de fout in?
Ps. 122vs6: Bidt om de vrede van Jeruzalem; wel moeten zij varen, die u beminnen.

Gebruikersavatar
Jesaja40
Sergeant
Sergeant
Berichten: 433
Lid geworden op: 27 jun 2017 10:38
Locatie: Het Gooi

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor Jesaja40 » 06 aug 2017 23:13

Beste Radical,

Eenheid tussen Joden en niet-Joden

11 Bedenk dat jullie vroeger niet bij Gods volk hoorden. Want jullie waren niet zoals de Joden besneden. Jullie werden 'onbesneden' genoemd door de mensen die wél besneden waren. (De besnijdenis is een teken dat mensen in het lichaam aanbrachten. Het bewees dat ze bij God hoorden.) 12 Jullie hoorden niet bij God. Daardoor hadden jullie Christus niet. Ook hadden jullie niet de rechten die het volk Israël had, want jullie hoorden niet bij zijn volk. En de verbonden van Gods beloften waren niet voor jullie. Jullie hadden dus geen hoop en geen God in deze wereld. 13 Zo waren jullie vroeger ver weg van God. Maar nu zijn jullie in Jezus Christus dicht bij God gekomen, door het bloed van Christus.


Wederom maakt u op een slinkse wijze gebruik van een woordspel. Wanneer onze apostel Paulus het woord "besnijdenis" noemt dat bedoeld hij daarmee de geboren Joodse mannen én vrouwen. Voor ons Joden was dat de gebruikelijke uitdrukking in die tijd.
U echter wil u niet verplaatsen in die tijd als u duidelijk het commentaar van Dr. David Stern tot u had genomen. Het past blijkbaar niet in uw religieuze achtergrond. Jammer, maar die keuze is geheel voor uw rekening.

Wie komt uiteindelijk bij wie terecht? Blijkbaar wil u zich niet bij de eerste gemeente aansluiten. Het onderwijs wat daar gegeven werd past gewoon niet in uw straatje. Gelukkig is niets verplicht en heeft u de vrije keuze daarin.

Echter daar komt u niet mee weg als u verantwoording moet afleggen als onze Messias terugkeert naar deze aarde. U kunt dan geen sorry tegen hem zeggen, dat heb ik verkeerd begrepen. U gebruikt de woorden van Paulus naar eigen smaak en beleving. U bent daar niet uniek in, de brieven van Paulus aan de diverse gemeenten komen ook mensen voort die een eigen visie hebben ontwikkeld. Dat is de reden waarom de brieven geschreven zijn. Tot lering en niet tot een strijdpunt wat u er van maakt en wat u daar in legt wat past in uw religieuze systeem. Adeldom geeft verplichtingen want bij het verkrijgen van rechten om u bij de G'd van Israël aan te sluiten zitten ook verplichtingen. G'd heeft het wetboek gedicteerd. Mag dan degene "die zich aansluit bij de G'dsdienst van Israël" zijn eigen wetten schrijven? Heeft die het recht om te zeggen: dat is niet mijn portie?

Al uw opmerkingen hebben wel een functie gehad, zo negatief ben ik niet naar u. Maar uw opmerkingen hebben ons aangescherpt en we moeten helaas concluderen dat u er telkens naast zit. In al het negatieve zit ook een positief element. Ik hoop dat u, met hetgeen wij u hebben geleerd en weerlegd op andere gedachten gaat brengen. Mijn advies is om de Complete Jewish Bilble en aan te schaffen. Ook Jewish New Testament Commentary zal u zeer nuttig zijn.

Gebruikersavatar
Radical
Sergeant
Sergeant
Berichten: 345
Lid geworden op: 30 jul 2017 18:48

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor Radical » 07 aug 2017 15:03

dalethvav schreef:Bij deze nog één keer een reactie n.a.v. Rom. 11:26.
Ik sta mezelf toe deze keer een lange lap tekst te posten om de volgende redenen:
1. Het cruciale belang van het verstaan van deze tekst in verband met de plaats van Israël in Gods heilshistorie en daarmee ook in de eindtijd / bij de wederkomst.
2. Radical me wees op het Joodse karakter van de Bijbel. Vandaar een (messiaans) Joods commentaar op Rom. 11:26 van David Stern. Wellicht leerzaam als we bedenken dat we altijd geneigd zijn om de door de Joods denkende Paulus geschreven teksten te lezen vanuit ons hellenistische denken.

Het betreft een "vertaling" uit Stern's Jewish New Testament Commentary, waarvan de originele engelstalige tekst hier te vinden is.


"" Maar zodra iemand in Gods Woord gelooft verliest het denkbeeld van Israëls verkiezing zijn aanstootgevendheid ""

Maar wat en wie zijn dan het Israël van God.

Waar Paulus zijn uiterst best doet met name in Rom, efe, galaten, maar er het ook zo duidelijk gemaakt wordt in de brief aan de Hebr

Het is nu niet meer de ene of de andere, wat bedoel ik: Ef H1 VAN PAULUS, door Gods wil apostel van Christus Jezus, aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus. 2Genade en vrede voor u (de heidenen) vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus! 3 Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons (Joden) in de hemelen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen. 4In Hem heeft Hij ons (joden) uitverkoren voor de grondlegging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht. 5In liefde heeft Hij ons (joden) voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, 6tot lof van de heerlijkheid van zijn genade. Hiermee heeft Hij ons (joden) begiftigd in de Geliefde, 7in wie wij (joden)de verlossing hebben door zijn bloed, de vergeving van de zonden, dank zij de rijkdom van zijn genade. 8Die heeft Hij ons(joden) meegedeeld als een overvloed van wijsheid en inzicht. 9Want Hij heeft ons(joden) zijn geheim raadsbesluit doen kennen, de beslissing die Hij in Christus had genomen. 10ter verwezenlijking van de volheid der tijden: het heelal in Christus onder een hoofd te brengen, alle wezens in de hemelen en alle wezens op aarde, in Hem. 11In Christus hebben wij ook ons (joden erfdeel ontvangen, daartoe voorbestemd door de beschikking van Hem die alles tot stand brengt naar het besluit van zijn wil, 12opdat wij(joden) verbreiden de lof van zijn heerlijkheid wij die reeds te voren onze hoop op de Christus hadden gebouwd (joden). 13In Christus zijt ook (heidenen) nadat gij(heidenen het woord der waarheid, het evangelie van uw heil, hebt aanhoord, in Hem zijt ook gij(heidenen) tot het geloof gekomen, verzegeld met de heilige Geest der belofte, 14 die het onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van Gods eigen volk, en tot lof van zijn heerlijkheid. 15Daarom zeg ook ik onophoudelijk dank, want ik heb gehoord van uw geloof in de Heer Jezus en uw liefde voor alle heiligen. 16Steeds gedenk ik u in mijn gebeden. 17Ik smeek de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u de Geest te geven van wijsheid en openbaring om Hem waarachtig te kennen. 18Moge Hij uw innerlijk oog verlichten om te zien, hoe groot de hoop is waartoe Hij u roept, hoe rijk de heerlijkheid van zijn erfdeel temidden der heiligen 19en hoe overgroot zijn macht in ons die geloven. Dezelfde sterkte en kracht 20heeft Hij betoond in Christus, toen Hij Hem opwekte uit de doden en zette aan zijn rechterhand in de hemelen, 21hoog boven alle heerschappijen, machten, krachten en hoogheden, en boven elke naam die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomstige tijd. , 22Alles heeft God onder zijn voeten gelegd, en Hemzelf, verheven boven alles, heeft Hij als Hoofd gegeven aan de kerk, 23die zijn lichaam is, de volheid van Hem die het al in alles vervult. (samen) .En gij(heidenen) die dood waart door uw afdwalingen en uw zonden, 2waarin gij (heidenen) eertijds hebt geleefd volgens de god van deze wereld, de heerser over het machtsgebied van de lucht, de geest die nog altijd aan het werk is onder de weerspannigen... 3Trouwens, ook wij allen, zonder uitzondering, hebben vroeger tot hen behoord, toen wij ons(joden) leven lieten beheersen door zondige begeerten en deden wat onze zelfzucht en onze boze neigingen van ons wilden. Uit onszelf waren wij een voorwerp van Gods toorn, evenzeer als de anderen(heidenen). 4Maar God, die rijk is aan erbarming, heeft wegens de grote liefde waarmee Hij ons(joden) heeft liefgehad, 5ons(joden) met Christus ten leven gewekt, hoewel wij (joden)dood waren door onze zonden; aan zijn genade dankt gijHeidenen) uw redding. 6En Hij heeft ons(joden) samen met Hem doen opstaan en zetelen in de hemelen, in Christus Jezus, 7om de naderbij komende eeuwen de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen door zijn goedheid jegens ons(joden) in Christus Jezus. 8Ja, aan die genade dankt gij(heidenen) uw heil, door het geloof; niet aan uzelf, Gods gave is het; 9niet aan uw prestaties, niemand mag zich verhovaardigen. 10Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede daden te realiseren die God voor ons al bereid heeft. 11Beseft dus goed, dat gij, vroeger ‘de heidenen’ geheten, ‘de onbesnedenen’, zo genoemd door hen die zich vanwege een lichamelijke ingreep ‘de besnedenen’ noemen, 12bedenkt dat gij indertijd van Christus gescheiden waart, uitgesloten van de gemeenschap van Israël en van de verbonden waaraan de belofte verbonden was, zonder hoop en zonder God in de wereld. 13Thans echter zijt gij die eertijds veraf waart, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door het bloed van Christus. 14Want Hij is onze vrede, Hij die de twee werelden een gemaakt heeft, en de scheidsmuur heeft neergehaald, door in zijn vlees de vijandschap, 15de wet der geboden met haar verordeningen, te vernietigen.(joden en heidenen samen) Hij heeft vrede gesticht door in zijn persoon uit de twee een nieuwe mens te scheppen, 16en die beiden in een lichaam met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap heeft gedood. 17En Hij is gekomen en Hij heeft vrede verkondigd aan u die veraf waart en vrede aan hen die dichtbij waren. 18Want door Hem hebben wij beiden in een Geest de toegang tot de Vader. 19Zo zijt gij dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, 20gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl de sluitsteen Christus Jezus zelf is, 21die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt. In Hem groeit het uit tot een heilige tempel in de Heer. 22In Hem wordt ook gij(heidenen) mee opgebouwd tot een woonstede van God, in de Geest.

Hoe duidelijk kan het er staan !!

geen vervanging of ipv. maar een geweldige ontwikkeling, zoals het hart van de vader altijd al liet zien door de hele bijbel heen.

Ik zal het aan de hand van de brief aan de hebreeën nog duidelijker maken want daar heb ik hier tenslotte mee te maken !!
::))
Jezus nam wat ik had verdiend, en ik kreeg wat Hij had verdiend

Gebruikersavatar
Radical
Sergeant
Sergeant
Berichten: 345
Lid geworden op: 30 jul 2017 18:48

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor Radical » 07 aug 2017 16:21

zoals we al eerder gezien hadden in Efe, werden de verbonden met Abraham en David vervuld in Jezus en daarbij verruimd om een impact hele wereld te hebben. Maar het Mozaisch verbond, ook wel het oude verbond genoemd, was anders. In plaats dat het in het nieuwe verbond verder ging, eindigde het plotseling.

Waar de lijn van het Mozaisch verbond de lijn doorkruist van de komst van het nieuwe verbond, gaat deze nog een klein eindje verder en stopt dan. In 70 n.Chr. komt er abrupt een einde aan.

Het is belangrijk om te weten dat de Hebreeënbrief rond 65 n.Chr geschreven is, slechts enkele jaren voor de vernietiging van Jeruzalem. De christenen aan wie deze brief geschreven werd, waren bezig terug te keren in het oude verbond. Dit vormt de achtergrond van de brief, zoals we in Hebreeën 6:4-8 zien : 4Want wanneer mensen eenmaal het licht hebben gezien en van de hemelse gave hebben geproefd en deelgenoot werden van de heilige Geest, 5wanneer zij de voortreffelijkheid van Gods woord en de krachten van de toekomstige wereld hebben ervaren 6en na dit alles afvallen, kunnen zij onmogelijk weer tot bekering worden gebracht; want op hun manier hebben zij de Zoon van God opnieuw gekruisigd en aan bespotting prijsgegeven. 7Wanneer de grond de telkens neervallende regen indrinkt en voor die hem bewerken bruikbaar was voortbrengt, deelt hij in de goddelijke zegen. 8Maar als hij distels en dorens voortbrengt, is het duidelijk dat hij niet deugt; de vervloeking is nabij en het einde is verbranding ( willibrord 75 )

Velen hebben dit tekstgedeelte uit zijn oorspronkelijke context gehaald en het op een zeer veroordelende manier gebruikt. Maar als we het weer op zijn oorspronkelijk plaats terugzetten wordt het zoveel duidelijker. We kunnen dit niet op onszelf toepassen; deze zin laat zien waarom: "...en het goede woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben Dit is een tijdsindicatie die ons laat zien dat de auteur refereerde aan een realiteit voorafgaand aan de komende eeuw, die in 70 n Chr. volledig van kracht zou zijn.
De komende eeuw waar hier naar wordt verwezen, is niet de hemel of het hiernamaals. De komende eeuw refereerde, in overeenstemming met het Joodse denken, aan het toenmalig geloof in twee tijdsperioden (eeuwen): de oude en de nieuwe (of komende) eeuw (tijd). De oude eeuw was het Mozaische oude verbond en ze keken uit naar de dag dat de nieuwe eeuw ingesteld zou worden in het Messiaanse Koninkrijk. Dat is de eeuw waar de auteur naar verwijst, niet het hiernamaals. Terwijl de auteur nog in de tijdsperiode leefde dat het oude verbond nog actief was, keek hij uit naar de komende eeuw, wanneer het oude verbond zou worden afgeschaft. De auteur sprak hier dus over hen die hun voet al over de streep hadden gezet en geproefd hadden van hoe het aan de andere kant van 70 n.Chr. zou zijn, en zich er vervolgens van distantieerden. Hier voegde hij aan toe: daar zij wat hen betreft de Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken." Toen Jezus fysiek gekruisigd werd gebeurde dat omdat de Joden Hem als Messias verworpen Veel van de mensen waar dit Schriftgedeelte over gaat, zullen mee hebben gedaan met de oorspronkelijke verwerping van Jezus in 30 n Chr. Door Hem opnieuw te verwerpen, identificeerden zij zich opnieuw met het oude systeem dat Jezus in 30 n.Chr. letterlijk had gedood. In figuurlijke zin kruisigden zij Jezus zo opnieuw. Nu, tweeduizend jaar later, kunnen wij onszelf onmogelijk weer identificeren met het oude systeem, omdat we niet in die tijdsperiode leven. Sommige mensen hebben dit Schriftgedeelte echter zo geinterpreteerd dat het verwijst naar iedere keer dat een persoon zondigt. Dat is duidelijk niet wat er contextueel gezien mee bedoeld wordt. Het grootste gevaar dat de Kerk in die periode van de geschiedenis, net voor 70 n Chr, bedreigde, was de verleiding om zich terug te trekken en zich weer aan te sluiten bij het tempelsysteem dat op het punt stond om verwoest te worden. Dit is de reden waarom de auteur van de Hebreeënbrief zich toespitste op drie hoofdthema's:
1. Ze leefden in de laatste dag en het oude verbond stond op het punt om te verdwijnen.
2. 2. De verzoening ging over Christus Victor.
3. 3. Jezus en het nieuwe verbond zijn beter dan het oude verbond.

Mensen die niet inzien hoe belangrijk de bijbelse verbonden zijn, voeren aan dat de Hebreeënbrief louter gaat over het interpreteren van typen en voorafschaduwingen. Deze mensen proberen om één voet in het oude verbond te houden en één in het nieuwe. Het is inderdaad waar dat Hebreeën over typen en voorafschaduwingen spreekt, maar waar het eigenlijk om draait is de superioriteit van het nieuwe verbond en van Jezus. Dat was de boodschap van de auteur, met als bedoeling om mensen te ontmoedigen weer terug te keren naar het oude verbond.

Ik kan in een totaal overzicht van de Hebreeuwen dit nog duidelijker maken, ik hoor wel of daar belangstelling voor is ??
Jezus nam wat ik had verdiend, en ik kreeg wat Hij had verdiend

Gebruikersavatar
dalethvav
Kapitein
Kapitein
Berichten: 1278
Lid geworden op: 08 mei 2006 14:19
Locatie: Barneveld
Contacteer:

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor dalethvav » 08 aug 2017 11:46

Radical, Op di aug 01, 2017 5:16 pm schrijf je:

Radical schreef:Zoals we intussen begrijpen, kwam het tijdperk van het oude Israel ten einde.

Hoe kan het dan dat gelovige heidenen ingeënt zijn op iets dat er niet meer is (Rom. 11)?

Trouwens goed dat je in je laatste post Ef 1 en 2 aanhaalt: Paulus blijft daar nl consequent onderscheid maken tussen het Joodse volk en de heidenen.
In Ef. 2:19 schrijft Paulus duidelijk dat wij MEDE-burgers (Gr.: SUMpolitai) zijn. Wie zijn dan de búrgers (Gr.: politai)? Juist, Israël.

Je citeert ook Ef. 1:7 waar we lezen: "om de naderbij komende eeuwen de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen door zijn goedheid jegens ons(joden) in Christus Jezus." Hoe kan, aan iets dat er niet meer is (Israël) in de naderbij komende eeuwen overgrote rijkdom van zijn genade getoond worden?
Paulus blijft hier in de lijn van Gal. 3:28 (Naardense Bijbel): "Daarin is geen Judeeër en geen Helleen, daarin is geen dienstknecht en geen vrije, daarin is geen mannelijk en vrouwelijk; allen immers zijt gíj één in Christus Jezus!"
Een vaak misbruikte tekst waarbij dan gezegd wordt: "Zie je, alles is één geworden. Nu, ik zal het proberen uit te leggen: Ik begrijp dat je, evenals ik, getrouwd ben. Ga je nu ook zo deze tekst toepassen op jou en je vrouw dat je vrouw nu geen vrouw meer is? En dat jij geen man meer bent? De mijne is (gelukkig) nog wel vrouw gebleven, net zoals ik (gelukkig) ook man gebleven ben.
Jood en heiden, zijn één in Christus, maar wel met hun eigen specifieke en afzonderlijke eigenschappen. Een Jood mag voluit Jood(s) blijven en een heiden, een goy, blijft nu eenmaal een goy, net zoals ik gewoon een man blijf en mijn vrouw een vrouw.
Eigenlijk zou je "De Tora van de Messias en zijn twee kinderen" van Edjan Westerman eens moeten lezen en goed tot je door laten dringen.

Hieronder een citaat daaruit, n.a.v. van het "gij" en "ons" uit 1 Cor. 1:30-31:
De ontstaansgeschiedenis van de gemeente te Corinthe laat zien dat binnen die gemeente zowel Joden als heiden-gelovigen te vinden waren. De woorden “gij” en “ons” in 1 Cor 1:30-31 omvatten dan ook deze beide groepen. Israël én de volken zijn beide “in de Messias” aanwezig! Beide groepen zijn op grond van hun eigen specifieke roeping door God binnengebracht in de (gemeente van de) Messias. De eigenheid van beide groepen mag blijven bestaan binnen de ene gemeente.
Levend en denkend vanuit twee duizend jaar heiden-christelijke overheersende massaliteit in denken en doen is het nodig om opnieuw de verwondering te ontdekken over het feit dat naast Israël ook heidenen mogen delen in het heil. Het heil in Messias Jezus is heil dat God aan Israël heeft beloofd en in het midden van Israël heeft gerealiseerd. Dat wij Paulus het evangelie ook aan niet-Joden zien verkondigen, betekent niet dat wij dat als een logische ontwikkeling kunnen beschouwen. Heidenen kunnen op geen enkele manier rechten laten gelden op een deelhebben aan Gods heil. De achtergrond van Paulus’ denken en handelen is een diepe verwondering over het feit dat de volken deelgenoten mogen worden.


Tenslotte zou ik je met de woorden van Paulus uit Rom. 11:18 willen waarschuwen: "Beroem u dan niet tegenover de takken" (want dat is wat je herhaaldelijk doet). "En als u zich beroemt: U draagt de wortel niet, maar de wortel u."
Ps. 122vs6: Bidt om de vrede van Jeruzalem; wel moeten zij varen, die u beminnen.

Gebruikersavatar
Radical
Sergeant
Sergeant
Berichten: 345
Lid geworden op: 30 jul 2017 18:48

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor Radical » 08 aug 2017 21:24

dalethvav schreef:Radical, Op di aug 01, 2017 5:16 pm schrijf je:


Hoe kan het dan dat gelovige heidenen ingeënt zijn op iets dat er niet meer is (Rom. 11)?

Tenslotte zou ik je met de woorden van Paulus uit Rom. 11:18 willen waarschuwen: "Beroem u dan niet tegenover de takken" (want dat is wat je herhaaldelijk doet). "En als u zich beroemt: U draagt de wortel niet, maar de wortel u."


21Als God de takken die aan de boom thuishoorden, niet heeft ontzien, zal Hij ook u niet sparen. 22 Houdt daarom Gods goedertierenheid voor ogen, maar ook zijn gestrengheid: zijn gestrengheid voor de takken die zijn afgevallen en zijn goedertierenheid jegens u,

18Wilt gij snoeven, bedenkt, dat de wortel u draagt en niet gij de wortel. 19Gij zult zeggen: “Er zijn dan toch maar takken weggebroken, opdat ik zou worden geënt.” 20Heel juist, zij zijn weggekapt om hun ongeloof, en gij dankt uw plaats aan het geloof. Maar neemt u in acht, weest niet overmoedig.

Wil je dan nu beweren dat jullie Messiaanse Joden de Wortel zijn ?? en je beroemen op je uiterlijke besnijdenis ??

Het is door Geloof , dat is wat het bepaald, net zoals bij Abraham en dat is hem tot rechtvaardigheid gerekent,

Jullie zijn ook slechts takken, en door de koppigheid, en hardnekkigheid van de toenmalige Joden zijn vele takken afgebroken, en door de genade van God, ruimte gekomen voor ons wilde takken om ingeënt te worden op die zelfde stam en wortel, door"" GELOOF"" en daar is geen enkel verschil in

Dus de wortel draagt ons !!
Jezus nam wat ik had verdiend, en ik kreeg wat Hij had verdiend

Gebruikersavatar
dalethvav
Kapitein
Kapitein
Berichten: 1278
Lid geworden op: 08 mei 2006 14:19
Locatie: Barneveld
Contacteer:

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor dalethvav » 09 aug 2017 07:09

Radical schreef:Wil je dan nu beweren dat jullie Messiaanse Joden de Wortel zijn ?? en je beroemen op je uiterlijke besnijdenis ??
Nee, want ik ben noch Jood, noch besneden.

Radical schreef:Jullie zijn ook slechts takken, en door de koppigheid, en hardnekkigheid van de toenmalige Joden zijn vele takken afgebroken,......
Kijk dit is nu een goed voorbeeld hoe je kennelijk met bijbelteksten omgaat. Dáár waar Paulus het heeft over enige takken, (Rom. 11:17) meen je daar, door je preteristische bril, gewoon vele te kunnen lezen. Maar zo werkt dat niet.
Laatst gewijzigd door dalethvav op 09 aug 2017 11:31, 1 keer totaal gewijzigd.
Ps. 122vs6: Bidt om de vrede van Jeruzalem; wel moeten zij varen, die u beminnen.

Gebruikersavatar
Radical
Sergeant
Sergeant
Berichten: 345
Lid geworden op: 30 jul 2017 18:48

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor Radical » 09 aug 2017 10:38

dalethvav schreef:Nee, want ik ben nog Jood, noch besneden.

Kijk dit is nu een goed voorbeeld hoe je kennelijk met bijbelteksten omgaat. Dáár waar Paulus het heeft over enige takken, (Rom. 11:17) meen je daar, door je preteristische bril, gewoon vele te kunnen lezen. Maar zo werkt dat niet.


een tak, twee takken.. meerdere dus.. (velen takken miljoenen inmiddels !!)

13Nu richt ik mij tot u die uit het heidendom gekomen zijt. Ik ben weliswaar apostel van de heidenen, maar ik schat dit ambt juist hierom zo hoog, 14omdat ik hoop mijn eigen volk tot naijver te prikkelen en er althans enigen van te redden. 15Want als hun verwerping de wereld verzoening heeft gebracht, wat kan dan hun aanneming anders betekenen dan leven uit de doden? 16Is het eerste deel van het deeg geheiligd, dan ook de rest. Is de wortel van de boom heilig, dan ook de takken. 17Als nu sommige van die takken zijn weggebroken, en gij, wilde loot, daartussen zijt geënt en deel hebt gekregen aan het sap van de olijf, verheft u dan niet boven de takken. 18Wilt gij snoeven, bedenkt, dat de wortel u draagt en niet gij de wortel. 19Gij zult zeggen: “Er zijn dan toch maar takken weggebroken, opdat ik zou worden geënt.” 20Heel juist, zij zijn weggekapt om hun ongeloof, en gij dankt uw plaats aan het geloof. Maar neemt u in acht, weest niet overmoedig. 21Als God de takken die aan de boom thuishoorden, niet heeft ontzien, zal Hij ook u niet sparen. 22 Houdt daarom Gods goedertierenheid voor ogen, maar ook zijn gestrengheid: zijn gestrengheid voor de takken die zijn afgevallen en zijn goedertierenheid jegens u, indien gij tenminste zijn goedheid trouw blijft. Anders wordt ook gij weggekapt. 23En wat hen betreft, als zij niet in hun ongeloof volharden, zullen ook zij weer worden geënt. Want God is bij machte hen opnieuw te enten. 24Gij zijt van de wilde olijfboom, waartoe gij krachtens uw oorsprong behoort, afgebroken, en tegen uw aard in geënt op de edele olijf. Hoeveel gemakkelijker zullen zij die er van nature bij horen weer op hun eigen stam worden geënt!

Alleen door geloof in Jezus Christus, en uit de geschiedenis weten we inmiddels dat tijdens het beleg van jeruzalem meer dan 1 miljoen Joden nooit meer ingeënt zijn maar vreselijk zijn omgekomen,

Waar ik me meer mee kan identificeren is de boodschap aan de mensen aan galaten H3

1O domme Galaten, wie heeft jullie behekst? (Misschien is dit een beter onderwerp) Jezus Christus was u toch openlijk en duidelijk verkondigd als gekruisigd! 2Dit wil ik alleen maar van u horen: hebt ge de Geest ontvangen door de wet te volbrengen of door gelovig te luisteren? 3 Hoe kunt ge zo dom zijn! Ge zijt begonnen met de Geest, wilt ge nu eindigen met het vlees? 4Hebt ge zoveel meegemaakt voor niets? Dat kan ik niet aannemen. 5 Nogmaals: Hij die u de Geest verleent en onder u wonderen werkt, doet Hij dat omdat ge de wet onderhoudt of omdat ge luistert en gelooft? 6Zoals er geschreven staat: Abraham heeft God geloofd en het werd hem als gerechtigheid aangerekend. 7Ge ziet het: de mensen van geloof, dat zijn de kinderen van Abraham. 8 En daar de Schrift voorzag, dat God de heidenvolken zou rechtvaardigen door het geloof, heeft zij aan Abraham bij voorbaat het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken worden gezegend. 9 De mensen van geloof worden dus gezegend, samen met Abraham, de gelovige. 10 Maar de mensen van de wetswerken liggen onder een vloek.

Mmmm interessant "" dalethvav""
""wat kan dan hun aanneming anders betekenen dan leven uit de doden? "" zonder aanneming is elke Jood net zo dood (geestlijk) als elke heiden dan ook, met of zonder pijpe krullen..
er is maar een weg tot de Vader Jezus CHristus Hij gekruisigd, en alle andere wegen hoe vroom ze er ook mogen uit zien leiden tot de eeuwige dood..

Maar dit geldt voor ons (heidenen) natuurlijk precies het zelfde, zonder geloof gaan we reddeloos verloren, al heb je 80 jaar in de kerk gezeten, je moet wedergeboren worden.

Of zoals paulus dit zo mooi omschrijft ""Gij zijt van de wilde olijfboom, waartoe gij krachtens uw oorsprong behoort, afgebroken, en tegen uw aard in geënt op de edele olijf""

En hier wordt je zo blij van deze heerlijke sappen Mmmm het lijkt de bruiloft in ka'naan wel .. de sappen van de ""edele olijf""
Laatst gewijzigd door Radical op 09 aug 2017 12:09, 2 keer totaal gewijzigd.
Jezus nam wat ik had verdiend, en ik kreeg wat Hij had verdiend

Gebruikersavatar
Radical
Sergeant
Sergeant
Berichten: 345
Lid geworden op: 30 jul 2017 18:48

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor Radical » 09 aug 2017 19:46

*Verwijderd door moderator i.v.m. overname van artikel zonder bronvermelding.*
Jezus nam wat ik had verdiend, en ik kreeg wat Hij had verdiend

ereunao
Majoor
Majoor
Berichten: 1647
Lid geworden op: 06 okt 2014 12:38

Re: De verwachting van de wederkomst in de Bijbel

Berichtdoor ereunao » 10 aug 2017 15:23

Ik kom hier nog even terug op Matt.24:34 waar het preterisme haar hele theologie aan ophangt:
Om dit te verstaan moeten wij eerst de voor ons westerlingen altijd wat vreemde stijl en spreekwijze van de Schrift leren begrijpen. Het is n.l zo dat in de Schrift een gedeelte voor het geheel genomen wordt. De eerstelingen worden als representant van het geheel gezien. Zo was Jezus geen 72u, maar slechts een volle dag in het graf; het gedeelte van de dag ervoor en erna worden als een hele dag gerekend. En zo is het ook met de profetie van Joël 2; 28 die Petrus op de pinksterdag citeert. Het ging hier over de uitstorting van dezelfde Geest, maar die profetie was daarmee niet uitgeput, maar vereist in de context nog een nadere, volledige vervulling in de eigenlijke dag des Heeren die nog steeds in de toekomst ligt. Want bloed en vuur en rookpilaren en een totale zonsverduistering waren op de pinksterdag niet te zien en Israël leefde nog niet in het ‘te dien dage’ van vs 23-27. En zo is het ook met de dag des Heeren, het jr 70 was zeker een eerste aanzet, een opmaat tot die dag. Maar de profetie wordt gefaseerd, trapsgewijs vervuld, het is er mee als met de golven van de zee bij vloed. Na elke golftop trekt de zee zich weer terug om bij een volgende weer net iets hoger terug te keren. Het was dus idd. die generatie die de verwoesting van stad en tempel meegemaakt heeft, maar de profetie van ‘de dag des Heren‘ is daarmee niet uitgeput. Want er bestaat geen volledige en definitieve vervulling voor de komst van de Messias in heerlijkheid. Want zowel voor ons als voor Israël geldt: ‘Het is Zijn komst die ons heil volmaakt’.We zien dat duidelijk bij de profetie van Daniël 9:27, die had ook reeds een eerste vervulling in de tijd van de Makkabeeën. Toch geeft Jezus die in Matt. 24:15 en Mark.13:14 door naar de toekomst .
Ik hoop dat het zo iets duidelijker is gr: ereunao


Terug naar “[Religie] - Bijbel”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast